Op de dijk

Waddenblog door Hans Muiderman

Wat doet een mens als hij mijmerend op de dijk zit. Hij telt de schepen, zoekt in de verte naar de plek waar het land ophoudt en het water begint. En of dat eiland een eiland is of een landtong. Of de schepen, zo ver weg zijn ze, naar het noorden of het zuiden varen, naar je toe of van je af. Of dat ze stil voor anker liggen. Het anker, ‘een eerlijk ruw stuk ijzer dat meer onderdelen telt dan het menselijk lichaam ledematen heeft,’ schreef Joseph Conrad.

Je kijkt even weg van zee of sluit je ogen als spelletje met jezelf. Een minuut doe je dat, beslist niet langer. Je kijkt opnieuw naar de horizon en zoekt naar veranderingen in het beeld dat je je van zonet herinnert. Het schip met de twee zeilen is nu dichterbij. “‘Schip’ is vrouwelijk, een kapitein kan er smoorverliefd op zijn,’ zegt Conrad, ‘en het schip herkent de zwakte van haar man.’”

En ineens hoor ik, ver weg in mijn gedachten: ‘Scheveningen drieënzestig, Scheveningen drieënzestig. Hoort u mij? Over.’ Het is midden in de nacht, ik ben een jaar of twaalf en heb die avond mijn eerste transistorradio afgebouwd. ‘Scheveningen drieënzestig, drieënzestig! We hebben niets van u vernomen. Over.’ Een echo uit een andere tijd. Er werden mij, op mijn kamertje vlakbij zee, geheimen van vermissing meegedeeld.

Ik loop naar beneden waar mijn camper staat, op deze prachtige plek achter de dijk bij Upleward. Er wordt gewerkt. Vrachtwagens van de firma Berg rijden af en aan met zand. ‘Kann Berge versetzen’ staat erop de zijkant.

 

Een groot gedeelte van mijn leven (ik heb bijna altijd op loopafstand van het strand gewoond) heb ik een dijk ervaren als een noodzakelijk kwaad dat mijn uitzicht in de weg stond. Nu besef ik, onverwacht, dat de dijk niet alleen een hindernis maar ook een symbool van verwachting is.

Die avond zit ik er weer. Het silhouet van een wadloper steekt af tegen de spiegelende vlakte van het net niet droge wad. Een echtpaar komt naast mij zitten, zij maakt een selfie met achter haar de ondergaande zon, kijkt op haar telefoon, scrolt en swipet. Ze wijst naar mijn notitieboekje.

‘Mag ik u wat vragen?’ zegt ze. ‘Wat schrijft u op? Er gebeurt hier toch niks?’

 


Hans Muiderman reist graag langs de Wadden. Hij bezoekt niet alleen de eilanden maar ook de kustgebieden tot waar de zeeklei ophoudt en het hogere land begint. Zijn reizen gaan van de Kop van Noord-Holland tot het midden van Jutland in Denemarken. Hij reist niet in die volgorde maar ‘springt heen en weer’.

 

 

 

foto: Anneke van Kroonenburg

 

Recent

23 januari 2019

Naar adem snakken

18 januari 2019

Een man zonder missie

17 januari 2019

Ondergronds in Turkije

Literair Nederland - 10 jaar geleden

05 februari 2009

Seizoenen van zinnen door Frans de Birk en Jet van Swieten
Recensie door Karel Wasch

Bundels gedichten gemaakt door twee dichters zijn zelden een succes. Ze doen veelal gekunsteld aan, immers een gedicht is de allerindividueelste uiting van een dichter en kan maar zelden gedeeld worden met diezelfde uitingen van een andere poëet.

Frans de Birk (1961) is een dichter uit Nieuwegein, die een groot aantal fraaie verzen op zijn naam heeft staan.

Lees meer