Svetlana Alexijevitsj – Zinkjongens

Oorlogsleed in een zinken kist

Recensie door Daan Pieters

Weet u nog wie in 2015 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg? Nee, geen zanger, maar een grande dame van de Russische literatuur: schrijver en onderzoeksjournaliste Svetlana Alexijevitsj. De combinatie is vermeldenswaardig, want haar werk bevindt zich in het grensgebied van de literaire non-fictie, een genre dat bijvoorbeeld ook wordt beoefend door Frank Westerman of Chris De Stoop.

In Zinkjongens – Sovjetstemmen uit de Afghaanse oorlog richt ze haar aandacht op de oorlog in Afghanistan, waar van 1979 tot 1989 meer dan vijftienduizend Sovjetsoldaten sneuvelden. Met het conflict werd de kiem gelegd voor de terreur van de Taliban, die het straatarme land nog steeds teistert. De Sovjets hadden – althans officieel – de bedoeling om het Afghaanse volk te helpen het feodale stelsel af te schaffen en een stralende socialistische maatschappij op te bouwen. Helaas viel het communisme in de feodale, theocratische samenleving niet in goede aarde: pachtboeren wilden de akkers die hun door de herverdeling van het land te beurt vielen zelfs niet aanvaarden, want ‘de grond is van Allah’ en ‘de islam laat zich niet kleinkrijgen door de beschaving’.

Voor haar boek interviewde Alexijevitsj talloze soldaten, verpleegsters, artsen, moeders en vrouwen van gesneuvelde of verminkte militairen. Die interviews herwerkte ze enigszins, maar de spreektaal werd grotendeels behouden: ‘Ik hou van spreektaal, taal die onbelast de vrijheid in vliegt. Waar alles vrolijk zijn gang gaat: syntaxis, intonatie, accent en nauwkeurig weergegeven gevoel.’ Het resultaat is rauw en ongepolijst, bijna uitgesproken anti-literair, een taal die beter geschikt lijkt om de smerigheid van de oorlog te benaderen dan een esthetiserende, gedragen stijl. De gedachtestroom van de personages doet denken aan de manier waarop de Portugees António Lobo Antunes de oorlog in Angola beschreef, en door het veelvuldige gebruik van beletseltekens en afgekapte zinnen is zelfs de vergelijking met Célines Reis naar het einde van de nacht niet eens zo vergezocht.

De desillusie van de (te) jonge soldaten doet dan weer denken aan Karl Marlantes’ magistrale Matterhorn, wellicht de beste roman over de Vietnamoorlog. En de gruwel waaraan veel soldaten zich vergrijpen, daartoe naar eigen zeggen ‘gedwongen’ door omstandigheden, roepen herinneringen op aan Jonathan Littells De welwillenden: ‘In de oorlog is alles anders: jijzelf, de natuur en je gedachten. Hier begreep ik dat mensen heel wreed kunnen denken.’ Alexijevitsj laat er echter geen twijfel over bestaan: de uitvoering van een misdadig bevel is een misdaad. De bij momenten onverdraaglijke gruwel wordt verteerbaar doordat de auteur hier en daar toch een lichtpunt van hoop in de duisternis laat stralen. Haar vermogen om schoonheid in de gruwel te zien, deelt ze bijvoorbeeld met Curzio Malaparte: ‘Elk dier kan nooit zo wreed zijn als een mens, zo creatief, zo kunstzinnig wreed.’

Ten tijde van de oorlog in Afghanistan leek de val van de Berlijnse muur nog ver weg, maar het bouwsel begon toch al barsten te vertonen en het verval van de Sovjet-Unie was duidelijk ingezet. Soldaten verzachtten de pijn met drank en drugs en vulden hun schamele soldij aan door alles wat los en vast zat te verpatsen, soms zelfs de wapens en munitie waarmee ze later werden aangevallen. Idealistische Russische vrouwen in Afghanistan werden onder druk gezet om de lakens te delen met officieren en legerartsen moesten zich behelpen met het inferieure materiaal dat door de geleide planeconomie werd geproduceerd. De regimepers schreef verbloemend over de oorlog: gesneuvelden waren volgens de officiële versie vaak omgekomen in een ‘ongeluk’. In tegenstelling tot de helden van de Grote Vaderlandse Oorlog, die het nazimonster hadden bedwongen, kwamen dode soldaten uit Afghanistan naar huis in zinken kisten, die discreet werden verspreid over begraafplaatsen en met stille trom begraven. Wie heelhuids thuiskwam, voelde zich vaak helemaal vervreemd van zijn omgeving: ‘De mens van wie je hield en die van jou hield bestaat niet meer. Ik ben een ander.’

Tijdens Gorbatsjovs perestrojka groeide het besef dat de uitzichtloze oorlog in Afghanistan een verloren strijd was. In Rusland toonden velen begrip voor de Afghaanse moedjahedien, die tenslotte ‘hun vaderland verdedigden, en keerde een deel van de publieke opinie zich tegen de soldaten. ‘Niemand wil zich een verloren oorlog herinneren,’ mijmert een door Alexijevitsj geïnterviewde luitenant. Veel getraumatiseerde veteranen konden hun draai niet meer vinden in de Russische maatschappij: ‘In Afghanistan weet je tenminste wie je vriend is en wie je vijand.’

Het laatste deel van het boek handelt over de processen tegen Zinkjongens. De bal ging aan het rollen in 1992, toen een groep soldatenmoeders een rechtszaak aanspande tegen Alexijevitsj omdat ze vonden dat hun woorden niet juist waren weergegeven in het boek. Hoewel alles erop wees dat de anonieme, maar voor hun omgeving vaak herkenbare getuigen in het boek onder druk waren gezet om een klacht in te dienen en Alexijevitsj de steun kreeg van allerlei mensenrechten- en auteursverenigingen, brak voor de schrijfster een periode aan van beledigingen, doodsbedreigingen en verwijten dat ze munt sloeg uit het oorlogsleed van mensen die zelfs geen geld hadden om ‘bloemen op het graf van hun zonen’ te leggen.

In haar slotrede schreeuwde ze haar onschuld uit: ‘Waarom kunnen ze alles met ons doen? Eerst een moeder een zinken doodskist thuisbezorgen en diezelfde moeder daarna opdringen om de schrijfster aan te klagen die schreef dat ze haar zoon niet eens een laatste zoen had kunnen geven, dat ze de zinken kist met kruiden had afgeboend en gestreeld… Wie zijn we eigenlijk?’ Vlak voordat het verdict viel, legde ze nog even de vinger op de wonde: ‘Het blijkt onmogelijk mannen ongestraft hun favoriete, dierbare speelgoed af te nemen, de oorlog. Dat is voor hen een mythe… een oeroud instinct… Maar ik haat de oorlog, alleen al de gedachte dat de ene mens het recht heeft op het leven van een ander.’ Aanbevolen lectuur voor elke wereldleider die oorlogje wil spelen.

 

Omslag Zinkjongens - Svetlana Alexijevitsj
Zinkjongens
Svetlana Alexijevitsj
Vertaling door: Jan Robert Braat
Sovjetstemmen uit de Afghaanse Oorlog
Verschenen bij: Bezige Bij, De
ISBN: 9789023456889
320 pagina's
Prijs: € 29,99

Meer van Daan Pieters:

Recent

15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale

Verwant