Oogst week 43 – 2021

Door

De scheurkalender is een genre op zich. Het woord ‘genre’ impliceert bovendien dat je een goede of een slechte kunt krijgen, en dat is ook zo. De ene hoort thuis in de kast, de andere op het toilet. Je hebt schijtlollige bundels van Moppentoppers, quotes jattende snuisterijvelletjes van Happinez en natuurlijk stichtelijke kalenders van christelijken huize. Tussen 1972 en 1986 maakten Van Kooten & De Bie de Bescheurkalender. Hun niveau heeft eigenlijk niemand meer geëvenaard, met uitzondering van makers die gewoon hun eigen weg bewandelden: Maarten van Rossem, Quest of de Poëziekalender van Plint. Maar de F*ck-it list (‘grappig’, want het tegenovergestelde van Bucket List)? ‘Mijn middelvinger is gek op iedereen.’ … doortrekken maar.

Uitgeverij Sunny Home komt nu met een wel heel verrassende kalender aangescheurd, getiteld DNA Arnon. Aangezien Grunberg naast een ontzagwekkend literair oeuvre ook al duizenden voetnoten in De Volkskrant op zijn naam heeft staan, staat buiten kijf dat hij voor 365 dagen eveneens iets boeiends optekent. Uit allerlei romans, essays, opiniestukken en toespraken van zijn hand heeft DNA Arnon wijsheden, overdenkingen en zinsneden geselecteerd. 

Wat de aanprijzing betreft, zetten de grote boekhandels hoog in: de lezers zullen het mysterie achter Grunberg ontdekken met slechts één ferme rits per dag. Zelf vermoed ik vooral dat het werk een mooie vingerafdruk, of – zo u wil – een DNA-blauwdruk van Grunbergs werk biedt: provocatief, geestig, absurd, scherpzinnig en intelligent. En vergeet je op een Blauwe Maandag een keer de juiste datum weg te rissen? Wees niet getreurd. Literatuur is soms net als eten: een nachtje laten sudderen en de volgende dag waardeer je het des te meer.

 

Omslag  -
Samensteller Jeroen Aarten , Foto's Martien Frijns
Verschenen bij: Sunny Home
ISBN: 9789077780077

Nederlandse mannen van middelbare leeftijd lijken een flinke scheut Frankrijk nodig te hebben om in melancholie te kunnen verzinken. Philip Freriks’ bloedtype is Merlot; Matthijs van Nieuwkerk adoreert Charles Aznavour; Youp van ’t Hek oreert over de périphérique; Ivo Niehe spreekt beter Frans dan de gemiddelde Parijzenaar; Wim Sonneveld ontleent zijn lijflied Het dorp aan La montagne van Jean Ferrat. Daar komt nu een Vlaamse francofiel bij die geen pseudoniem behoeft: Jo Komkommer. In De opkomst en ondergang van de Citroën Berlingo wordt de oude, vertrouwde romantische weemoed gevierd, maar nergens is het boek te serieus: wij, mensen kloten maar wat aan, zo luidt de boodschap. Daarop vormt de hoofdpersoon in dit verhaal geen uitzondering.

België is nu niet bepaald de omgeving die je associeert met ‘Il dolce far niente’ in een oranje avondzon. ‘Niksig en onnuttig voortstrompelen in de drassige klei’ komt al meer in de buurt. Dat is dan ook precies wat onze hoofdpersoon doet: lanterfanten tot hij erbij neervalt. Akkoord, hij werkt sporadisch als afwasser, behaalt per ongeluk na meerdere pogingen zijn rijbewijs en rijdt in Montenegro zijn Franse Citroën Berlingo aan gort. In feite leeft hij als een kind dat al zijn ervaringen ongefilterd absorbeert. Dit prachtige boek is daarvan het resultaat. 

‘Ik was een kind en wist niet beter / dan dat het nooit voorbij zou gaan’ zong Sonneveld. Jo Komkommer heeft slechts zijn openingszin nodig om jeugdige onwetendheid bondiger en empathischer te verwoorden: ‘Als kind duurt het leven geruststellend lang.’ Het boek is opgetrokken uit 26 kortere verhalen. Toch vertoont het genoeg samenhang en hangt er een zweem van Vlaamse tevergeefsheid overheen: dit mag een door diknekkige Hollanders bedacht, hardnekkig cliché zijn, maar Komkommer doet De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst nog eens dunnetjes over. Nooit echter verloochent hij zijn eigen stijl en dat is zijn grootste prestatie. Chapeau!

 

Omslag  - Jo Komkommer
Jo Komkommer
Verschenen bij: Manteau
ISBN: 9789022338254
320 pagina's

De leeservaring wordt intenser, naarmate de lezer zich sterker identificeert met personages of onderwerpen. Een werk moet, voordat het beklijft of een indruk achterlaat, met andere woorden, resoneren via herkenning. Daarom is de titel Echo van de Vlaams-Afroamerikaanse schrijfster Neske Beks zo doeltreffend gekozen. In deze essaybundel betoogt zij onder meer dat een wit narratief in een wit curriculum van een dominant witte mannenwereld ertoe heeft geleid dat de Zwarte vrouw (hoofdletter is bewust) zich dubbel in de marge bevindt: zij is én geen man én zij is niet wit. 

Echo is Beks’ krachttoer, zij het níét om witheid, mannelijkheid en wat beide concepten inhouden aan te vallen. De Zwarte vrouwen verleent zij de kracht en het narratief dat hen uit de schaduw van minderwaardigheid en onzichtbaarheid sleurt. Volgens de uitgeverij poogt Echo een brug te slaan tussen zwart en wit. Ook deze op het eerste gezicht wat uitgekauwde metafoor werkt kneitergoed: een brug slaan lukt normaliter pas met twee aan elkaar (op zijn minst gedeeltelijk) gelijke overzijden – dan moet die gelijkheid natuurlijk wel eerst bereikt worden. 

Waar de activistische, ‘wokey’-hoek nogal eens ten laste wordt gelegd dat deze alles wat man en wit is, kapot wil maken, verheft Beks slechts hen die te lang niet zijn gehoord. Zij haalt teksten aan van Amanda Gorman, Toni Morrisson, Gloria Wekker en Maya Angelou. Bovendien verruilt zij schaamte voor trots en verschaft zij elke zwarte vrouw de diepgewortelde overtuiging dat ze vertegenwoordiging verdient. Echo zal daardoor niet alleen bij zwarte vrouwen nagalmen.

 

Omslag  -
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021429762
224 pagina's

Recent

26 november 2021

We zijn allemaal vluchtelingen

Over 'Vlieg weg, vlieg weg' van Paulus Hochgatterer
25 november 2021

Hij was geen prater, hij was een preker

Over 'Kom verder!' van Freek de Jonge
23 november 2021

Een precieze maar dreigende evocatie van de tijdsgeest

Over 'Mefisto' van Klaus Mann
22 november 2021

Schaterlachen van verdriet

Over 'Hele verhalen voor een halve soldaat' van Benny Lindelauf