Johannes van der Sluis is al geruime tijd actief is in de literaire wereld. Hij is hoofdredacteur van Hollands Maandblad en publiceerde eerder verschillende dichtbundels, waaronder Een mens moet ook niet alles willen weten, Ik ben de Verlosser niet – genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs – en Profane verlichting. In 2024 verscheen Mijn vaderland. Met De grote kuur waagt Van der Sluis zich voor het eerst aan een roman.
Dat van de Sluis uit de poëzie komt, is in De grote kuur voortdurend merkbaar. Het boek is geen klassieke, strak opgebouwde roman, maar een literaire en behoorlijk eigenzinnige vertelling waarin psychologische ontregeling, literatuur, geschiedenis, religie en maatschappelijke kritiek voortdurend in elkaar grijpen.
Psychische crisis
Centraal in het boek staat Paul Bleicher, een 44-jarige psycholoog uit Assen. Zijn leven raakt volledig ontwricht wanneer hij wordt beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag. Nadat hij zijn assistente tegen haar wil heeft gekust, maakt zij zijn gedrag bekend aan zijn cliënten en komt er een einde aan zijn praktijk. Paul belandt in een ernstige psychische crisis en wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek, waar hij als bipolair wordt gediagnosticeerd. Daarenboven loopt ook zijn huwelijk op de klippen.
Paul probeert vervolgens letterlijk en figuurlijk afstand te nemen van zijn oude leven. Hij reist naar het Noord-Italiaanse Merano, een plaats die voor hem een soort toevluchtsoord moet worden. Hij wil er schrijven en hoopt er de dood van zich af te kunnen schudden. Onderweg ontmoet hij Rebecca, op wie hij onmiddellijk verliefd wordt. Wanneer zij vervolgens niets meer van zich laat horen, raakt hij opnieuw geobsedeerd door zijn eigen verlangens en ideeën. In Merano raakt Paul betrokken bij Małgorzata, een jonge, kwetsbare en streng katholieke Poolse vrouw. Hij neemt haar onder zijn hoede, maar ook deze relatie wordt gekleurd door zijn neiging om anderen vooral vanuit zijn eigen behoeften en overtuigingen te bekijken. Uiteindelijk reist hij door naar München. Daar ontwikkelt zijn persoonlijke crisis zich tot een steeds radicaler maatschappelijk en politiek waanbeeld. Hij ziet in het hedendaagse Duitsland de contouren van wat hij het ‘Vierde Rijk’ noemt en wil met een eenmansprotest de geschiedenis een andere richting geven. Zijn persoonlijke zoektocht naar verlossing krijgt zo steeds groteskere vormen.
Aparte stijl
De stijl van De grote kuur kan op zijn minst bijzonder genoemd worden. Van der Sluis schrijft associatief, intelligent en bij momenten geestig. De humor is echter meestal wrang: de lezer kijkt mee naar iemand die zichzelf steeds verder verliest, terwijl Paul zijn eigen gedrag tegelijkertijd van allerlei intellectuele en filosofische verklaringen voorziet.
De roman bevat veel literaire verwijzingen en citaten. Onder meer Emily Brontë, Orson Welles en de Duitse schrijver Morgenstern spelen een rol. Vooral de verwijzingen naar Morgenstern vormen een terugkerend motief, mede omdat diens levensgeschiedenis verbonden is met Merano en München. Die intertekstualiteit geeft de roman een extra laag, maar kan ook afstand scheppen. Niet iedere lezer zal alle verwijzingen onmiddellijk herkennen of de Duitse passages en gedichten zonder meer kunnen plaatsen, wat het soms lastig maakt om lezen. Ook de structuur vraagt inspanning. Het verhaal beweegt geregeld tussen heden en verleden en volgt niet altijd een duidelijk lineair pad. Dat past goed bij Pauls ontregelde geest, maar maakt het boek soms moeilijk toegankelijk. De vorm weerspiegelt dus de inhoud, al is dat niet altijd hetzelfde als leesplezier.
Paul Bleicher is zonder twijfel een interessantst personage. Hij is intelligent, belezen en gevoelig, maar tegelijk egocentrisch, onzeker en nauwelijks in staat om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen gedrag. Juist die tegenstrijdigheid maakt hem intrigerend. De lezer kan begrip opbrengen voor zijn psychische ontregeling, maar wordt voortdurend geconfronteerd met zijn onaangename kanten. Hij maakt van zijn persoonlijke problemen een soort filosofisch wereldprobleem en ziet zichzelf steeds meer als slachtoffer van krachten die groter zijn dan hijzelf. De andere personages blijven sterk in zijn schaduw. Rebecca is vooral belangrijk als object van Pauls verlangen: zijn verliefdheid zegt uiteindelijk meer over hem dan over haar. Małgorzorta krijgt iets meer ruimte en laat zien hoe Pauls behoefte om anderen te redden tegelijk een vorm van zelfbevestiging kan zijn. Ook Pauls ex-vrouw speelt een belangrijke rol in de achtergrond van zijn ontwrichte leven, hoewel zij minder diep wordt uitgewerkt.
Origineel, maar weinig toegankelijk
De grote kuur is zeker origineel. Van der Sluis kiest niet voor een voorspelbaar verhaal over psychische problemen, maar vermengt persoonlijke crisis met literatuur, religie, Duitse geschiedenis en maatschappelijke angst. De wrange humor voorkomt bovendien dat het boek uitsluitend zwaar of somber wordt. Vooral de manier waarop Paul zijn eigen ontsporing probeert te rationaliseren, is scherp en soms geestig.
Daar staat tegenover dat de roman behoorlijk veeleisend is. De vele flashbacks, literaire verwijzingen en associatieve passages maken het verhaal niet altijd gemakkelijk te volgen. Sommige personages blijven bovendien relatief oppervlakkig en bepaalde ideeën krijgen zoveel nadruk dat ze soms eerder geconstrueerd dan organisch aanvoelen. Ook de Duitse citaten en poëzie, die niet altijd worden vertaald, kunnen een drempel vormen.
De grote kuur is een intrigerend en eigenzinnig debuut, maar het is geen roman die vlot leest. Je moet bereid zijn mee te gaan in de verwarde gedachtewereld van Paul Bleicher en de vele literaire en historische zijpaden te volgen. Dat maakt het boek lastig om lezen. Van der Sluis heeft met zijn eerste roman weliswaar een merkwaardig, intelligent en bij momenten ongemakkelijk boek geschreven, maar het is niet altijd even toegankelijk.

De grote kuur
Johannes van der Sluis
Verschenen: 2025
Uitgever: Jurgen Maas
ISBN 9789493397200
164 pagina's
Prijs: € 19,90
Kopen bij Libris












