14 september 2016

Het hart is een eenzame jager – Carson McCullers

‘.. ons moet wat doen’

Recensie door Els van Swol

Het is maar hoe je het bekijkt: de hoofdpersoon uit deze rijke, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog geschreven klassieke roman als een zon, waar de andere personages als satellieten omheen draaien. Of als een vlam, die insecten aantrekt. Beide interpretaties zijn mogelijk.

Zon met satellieten
De hoofdpersoon van de roman die Carson McCullers (1917-1967) op drieëntwintigjarige leeftijd schreef, is de doofstomme John Singer. De andere personages verwachten veel van hem. Zou hij hen uit de armoede en ellende in een Zuid-Amerikaans stadje, eind jaren dertig van de vorige eeuw, kunnen verlossen?

John Singer wordt in alle liefde neergezet met de trekken van een verlosser: hij is tweeëndertig jaar (de leeftijd die Jezus volgens de Bijbel heeft bereikt), en ‘zijn tong voelde als een walvis in zijn mond’, zoals Mozes, die het joodse volk uit de ballingschap leidde, ‘traag van mond’ en traag van tong heette te zijn.
Singer ontfermt zich over een dronkenlap die het café van Biff Brannon dreigt te worden uitgezet waar Singer drie keer per dag eet: ontbijt, lunch en diner. De man, Jake Blount, blijkt een idealistische Marxist te zijn. Dokter Benedict Mady Copeland behoort als zwarte arts tot de mensen die de toegang tot het café daadwerkelijk wordt ontzegd. Op die manier sijpelt het racisme in Zuid-Amerika indringend het verhaal binnen. Copelands dochter, Portia, werkt in het huis van de familie Kelly, waar John een kamer heeft gehuurd. Eén van de kinderen Kelly, de muzikale Mick, komt graag op de kamer van John en vertelt hem alles wat ze op haar hart heeft.

Het is vaak een zoete inval bij John, want iedereen komt daar. Behalve Mick, Jake Blount en dr. Copeland ook cafébaas Biff Brannon. ‘Singer was bij iedereen altijd hetzelfde. Hij zat op een rechte stoel bij het raam met zijn handen diep weggezonken in zijn zakken, knikkend en glimlachend om zijn gasten duidelijk te maken dat hij het begreep.’ Zijn gedrag heeft iets raadselachtigs en laat de mensen niet los. ‘Zijn gezicht leek een beetje op het portret van Spinoza. Een joods gezicht.’ Hij heeft wat wordt omschreven als ‘ware kennis.’ ‘Hij was’, meent dokter Copeland, ‘een wijze man, die zoals geen andere blanke begreep wat het hoge doel in het leven was. Als hij luisterde was er iets zachts en joods in zijn gezicht, als iemand die weet dat hij tot een onderdrukt volk behoort.’ Luisteren natuurlijk met aanhalingstekens; het is meer een innerlijk begrijpen.

Net als dokter Copeland tot een onderdrukt volk behoort. Hij heeft weliswaar longtuberculose, maar mag van zichzelf niet uitrusten, ‘want er was iets dat veel belangrijker was dan die vermoeidheid, en dat was dat hogere doel.’ Dat streven wordt verwoord door een zwart kind dat meedoet aan een schrijfwedstrijd, waarvan dokter Copeland de inzendingen altijd als eerste mag lezen: ‘Ik wil zo iemand zijn als Mozes, die de kinderen van Israël uit het land van hun onderdrukkers leidde. Ik wil een Geheime Organisatie oprichten van zwarte Leiders en gestudeerden. Alle zwarten zullen zich verenigen onder deze uitgekozen leiders en zich voorbereiden op de opstand.’

Volgens de zwarte bevolking van het dorp is Singer de enige die zich bewust is van hun armzalige toestand. Er doen zelfs verhalen de ronde ‘dat hij contact had met de geesten van gestorven mensen (…). De rijken dachten dat hij rijk was en de armen dat hij net zo arm was als zij. Aangezien de geruchten niet konden worden tegengesproken, werden ze steeds wonderlijker en heel reëel. Iedereen beschreef de doofstomme naar eigen goeddunken.’
Als enige oplossing voor de problemen in het Zuiden, racisme en armoede, is dat mensen ‘wéten. Als ze eenmaal de waarheid kennen, kunnen ze niet meer onderdrukt worden.’
Of is er meer? Mick, één van de kleine Kelly’s, zoekt de oplossing in muziek waarin ze kan opgaan. Ze slaat aan het componeren, zo goed en zo kwaad als dat op haar jonge leeftijd en zonder scholing gaat. Ze luistert naar muziek, en één van de ontroerendste stukken in de roman is wanneer zij voor het eerste de Derde symfonie van Beethoven hoort en deze beschrijft.
Ook dit is geen toeval: de symfonie van de revolutie (al heeft Beethoven zijn opdracht aan Napoleon later ingetrokken). Tegen het eind van het boek noemt McCullers ze allemaal op een rijtje, die revolutionairen die de mensheid wilden verlossen: ‘De stem van Jezus en van John Brown [de strijder tegen de slavernij, EvS]. De stem van de grote Spinoza en van Karl Marx.’ Alleen liep het allemaal slecht met ze af, ook met Singer overigens: Jezus werd gekruisigd, John Brown opgehangen, Spinoza in de ban gedaan en Marx’ visie werd in het marxisme geweld aan gedaan. Maar het feit blijft, dat over Spinoza bijvoorbeeld al tussen 1678-1688 een soort middeleeuws heiligenleven werd geschreven (La Vie de feu Monsieur Benoit de Spinoza).

Vlam met insecten
En op één of andere manier, in meer of mindere mate, roepen verlossers echter ook geweld op of roepen dit af. Copeland erkent het: het kwaad van het racisme moet worden bedwongen, maar ook de kwaadaardigheid in hemzelf, want ‘het hopeloze lijden van zijn mensen wekte een dolle woede in hem af, ongecontroleerd destructieve gevoelens.’
Net als de beschrijving van het racisme sijpelen ook deze gevoelens en de uitingen daarvan het boek binnen en worden prachtig, helder en indringend beschreven, waarbij elk personage zijn/haar eigen taaleigen heeft.
Het begint met de dronken Jake Blount, die het café van Biff Brannon tegen sluitingstijd niet wil verlaten en amok maakt. Hij gaat naar buiten en troont dokter Copeland mee naar binnen, die als zwarte niet welkom is. Toch heeft Biff, in tegenstelling tot zijn echtgenote, het beste met Jake voor. Later komt Jake hij terecht in de buurt van een vechtpartij op de kermis en moet uit de stad vluchten. Erger is wat één van de kinderen van dokter Copeland uitspookt. Diens zoon Willie gaat met een jongen op de vuist voor een meisje, krijgt een scheermes toegespeeld en verwondt de jongen, waarna hij in de gevangenis belandt en tot negen maanden dwangarbeid wordt veroordeeld. Hier wordt hij samen met enkele andere gevangenen in een koelcel gestopt, waardoor zijn voeten afsterven en geamputeerd moeten worden. ‘Er hangt een touw aan ’t plafond. Ze trekken ze hun schoenen uit en binden ze met hun blote voeten aan dat touw’, vertelt Mick aan dokter Copeland. ‘Willie en die jongens liggen met hun rug op de grond en hun voeten in de lucht. En hun voeten zwellen op en ze schreeuwen drie dagen en drie nachten lang. Maar er komt niemand.’ Dokter Copeland stapt naar de rechter van het Hooggerechtshof, maar het gevolg is dat de zwarte arts zelf voor een nacht in de cel wordt gegooid.

Het kwaad laat steeds meer zijn tanden zien. Het broertje van Mick Kelly, Bubber, is vol bewondering voor het dochtertje van de familie Wilson, Baby, een ballerina in de dop. Een ‘pief-paf-poef-spelletje’ met een geweer pakt verkeerd uit, wanneer het geweer geladen blijkt te zijn. ‘Baby zakte op de stoep in elkaar. Het was alsof ze aan de verandatrap vastgenageld zat en niet kon schreeuwen of zich bewegen (…). Ze lag ineengezakt op de vuile stoep. Haar rokje zat over haar gezicht, zodat haar roze broekje en haar witte beentjes zichtbaar waren.’ De ouders van Baby eisen dat de familie Kelly alle ziekte- en andere onkosten betaalt.
Eén hoofdstuk van het boek heeft een datum als titel: 21 augustus 1939, de dag waarop nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie een niet-aanvalsverdrag tekenen.

Particulier en universeel verhaal
Op die manier vallen in dit boek de kleine verhalen uit Zuid-Amerika, van families die te maken krijgen met racisme, armoede en geweld, maar ook met tekenen van hoop op een betere toekomst, samen met het grote wereldomspannende verhaal van de Tweede Wereldoorlog, die op uitbreken staat en waarin dezelfde elementen in alle onbevattelijke hevigheid terugkomen.
Maar dat niet alleen: het zijn elementen die nog steeds niets aan actualiteit hebben ingeboet. Zelfs de rol van muziek en ballet die in het boek van McCullers een grote rol spelen, maar niet tot wasdom kunnen komen doordat er ofwel geen geld voor een opleiding of een instrument is ofwel aanleg in de knop wordt gebroken, is aan de orde van de dag.
Deze elementen tilt dit boek van een – hetgeen onvoorstelbaar is – drieëntwintig jarige schrijfster, die pianiste had willen worden, ware het niet dat acute reuma haar trof en zelf bekend was met alcoholisme en ziekte, uit boven het genre van de Southern gothic novel, waartoe het wel wordt gerekend. Het is een oproep tot empathie met de gekleineerde en gemarginaliseerde medemens. En ook een oproep tot waakzaamheid.

Nieuwe vertaling
Waarom er echter, zo kort op de eerdere uitgave bij dezelfde uitgever in een vertaling van Marion Op den Camp (2005), weer een nieuwe vertaling moest komen, wordt door de uitgever voor zover na te gaan nergens verduidelijkt, en wordt ook door middel van enkele steekproeven uit de twee vertalingen niet duidelijk.
Of het zou moeten zitten in een taalgebruik dat de tijd van ontstaan in de recente vertaling van Molly van Gelder duidelijker uit laat komen. Een zinsnede als ‘U heeft prachtig mooi elektrisch licht’ (Op den Camp) is in deze vertaling bijvoorbeeld ‘U heeft mooi elektriek licht’ geworden.
Ook het wat onbeholpen taalgebruik van Mick kan aan een vergelijking worden onderworpen. ‘Hij heef domme dingen gedaan en nou zit hem verschrikkelijk in de penarie. En ons moet wat doen’ uit de vertaling van Op den Camp is nu geworden: ‘Hij heeft iets ergs gedaan en nou zit-ie zwaar in de problemen. Dus wij moeten iets doen.’ En dat lijkt me weer geen verbetering, terwijl Van Gelder Micks vocabulaire anders zo raak treft. Je zou het origineel erbij moeten pakken om te kijken of er sprake is van een zekere inconsequentie of dat er iets anders aan de hand is. Wat blijft is een rijk, klassiek boek over eenzame mensen dat de luxe kent nu al binnen korte tijd voor de tweede keer te zijn vertaald.


Het hart is een eenzame jager
Carson McCullers
Vertaling door: Molly van Gelder
Verschenen bij: Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep
ISBN: 978 90 253 9354 9
367 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Els van Swol:

13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
31 oktober 2017

Tijd, tijd en nog eens tijd

Over 'Reddende engel' van Renate Dorrestein
5 oktober 2017

Op drift geraakt

Over 'Stille grond' van Sanneke van Hassel

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman
8 november 2017

Biografie Herman de Coninck gedicteerd door De Coninck zelf

Over 'Toen met een lijst van nu errond' van Thomas Eyskens

Verwant

14 september 2016

Rauw verhaal in het zompige zuiden van de States

Over 'De ballade van het treurige café' van Carson McCullers
14 september 2016

Geluk torsen we als een last

Over 'Sereen ' van Carson McCullers