26 mei 2009

Onlangs verschenen: 'In ongenade' – Sarah Dunant

1567 – in het klooster van Santa Catharina, in Ferrara, wonen 120 vrouwen en een stokoude biechtvader. Dan doet Serafina – onvrijwillig – haar intrede. Zestien jaar oud is ze, en losgerukt uit een verboden liefdesrelatie als ze het klooster binnenstapt, vastbesloten zo snel mogelijk te ontsnappen. Haar aanwezigheid is een beproeving voor alle vrouwen. Als een brandende lucifer tussen de houtkrullen ontsteekt ze een vuur dat razendsnel om zich heen grijpt.
In ongenade is de nieuwe historische roman van Sarah Dunant, auteur van De geboorte van Venus.

Fragment:
Zuana kijkt op van haar schrijftafel. Uit de cel van de nieuwe novice klinkt het geluid nu zo hard dat het niet meer te negeren valt. Wat begon als normaal huilen is nu overgegaan in woedend gejank. Ze draait de zandloper op tafel om. Mocht het te erg worden, dan is het als apothekeres haar taak om een nieuwkomer te kalmeren met een slaapdrankje. Ze draait haar zandloper om. Het drankje staat al klaar in de apotheek. De vraag is nu alleen nog hoe lang ze moet wachten. Het is altijd een delicate kwestie om in te schatten hoe moeilijk een novice het heeft. Als het feestmaal eenmaal achter de rug is, de familie naar huis is en de grote poort de wereld buitengesloten heeft, is het niet meer dan normaal om van slag te zijn. Zelfs de meest devote jonge vrouw kan in paniek raken van de eenzaamheid en de stilte van de afgesloten cel.
(…)
Bijna al het zand ligt op een klein hoopje onderin de zandloper als het gejammer zo hevig wordt dat Zuana het niet alleen in haar hoofd voelt, maar ook in haar maag. Het lijkt alsof er een troep onhandelbare duivels de cel van het meisje is binnengedrongen, die nu haar ingewanden rond een spit draaien. De jonge schoolmeisjes in hun slaapzaal zullen wakker schrikken van angst. De uren tussen het completengebed na zonsondergang en de klok voor de metten vormen de langste periode van nachtrust. Als die nu verstoord wordt, is het hele klooster morgen moe en slecht gehumeurd. Tussen het geschreeuw door hoort Zuana een gebroken stem in de infirmerie een toonloos lied zingen. Nachtelijke koortsaanvallen roepen allerlei visioenen op onder de zieken, lang niet allemaal even vroom. Het helpt niet als de verdwaasden en de zieken het koor nu zouden versterken.
Zuana loopt snel haar cel uit zonder zelfs maar een kaars aan te steken. Haar voeten kennen de weg beter dan haar ogen, en ze vindt haar weg de trappen op en door de galerij. Als ze de grote binnenplaats op loopt, wordt ze zoals altijd weer gegrepen door hoe mooi het er is. Vanaf het eerste moment dat ze hier stond, zestien jaar geleden toen de muren op haar af kwamen, heeft ze hier rust gevonden en de ruimte om te dromen. Overdag is de lucht zo onbeweeglijk dat het lijkt alsof de tijd stilstaat, maar in het donker kun je achter je bijna het geruis van engelenvleugels horen. Maar niet vannacht. Vannacht doemt de stenen put in het midden op als een grijs schip in een zee van zwart, met de echo van het snikkende meisje als een woeste wind eromheen. Ja, het is nu echt tijd voor het slaapdrankje.

(…)
Het nieuwe meisje zit in de dubbele cel in de hoek. Sommigen zouden dit misschien een ongelukkige keuze vinden. Nog geen maand geleden zong de zoetgevooisde Suora Tommasa hier nog de nieuwste madrigalen, binnengesmokkeld door een zuster die de teksten aan het hof had geleerd, tot een kwaadaardig gezwel in haar hersenen doorbrak, waarop ze ineenzakte in een toeval waaruit ze niet meer wakker werd. De lekenzusters hadden het braaksel nog maar nauwelijks van de muren kunnen schrobben toen de nieuweling werd goedgekeurd. Zuana vraagt zich nu af of ze wel goed genoeg hebben geschrobd. Door de jaren heen heeft ze het idee gekregen dat de kloostercellen hun verleden langer vasthouden dan andere ruimtes. De jonge novice zou in elk geval niet de eerste zijn die kwaadaardigheid of extase uit de muren op zich af voelt komen.
Het gesnik klinkt steeds luider terwijl ze de buitenste grendel losmaakt en de deur openduwt. Heel even verwacht ze een kind met een eindeloze driftbui, om zich heen slaand op het bed of als een dier ineengedoken in een hoekje. Maar dan valt haar kaarslicht op een figuur die plat tegen de muur gedrukt staat, haar bezwete hemd tegen haar huid gekleefd, het haar rond haar gezicht geplakt. Door het traliewerk in de kerk leek dit meisje te fragiel voor zo’n stem, maar in levenden lijve is ze steviger, elke snik gevoed door een flinke ademstoot. De snik die ze net omhooghaalt, stokt in haar keel. Wie ziet ze daar voor zich? Een cipier of een verlosser? Zuana kan zelf nog voelen hoe angstaanjagend die eerste dagen waren, en hoe alle nonnen op elkaar leken. Wanneer begon ze de verschillen achter het habijt te zien? Vreemd dat ze dat niet meer weet, terwijl ze dacht dat ze het nooit zou vergeten.
‘Benedictus,’ zegt ze zachtjes, om aan te geven dat ze de Grote Stilte wil doorbreken. In haar hoofd hoort ze de stem van de abdis die haar de absolutie geeft. ‘Deo gratias’.
‘God zij met je, Serafina.’ Ze heft de kaars wat hoger zodat het meisje kan zien dat er geen kwaad in haar blik schuilt.

Sarah Dunant
Na een aantal thrillers werd Sarah Dunant zich de grenzen van het genre bewust. Ze wilde meer, maar wat?
Dankzij een langdurig verblijf in Florence met haar twee dochters begon de Italiaanse rinascimento steeds meer voor
haar te leven. Sarah heeft niet voor niets geschiedenis in Cambridge gestudeerd. Ze dook in geschiedenisboeken, en
raadpleegde tal van andere bronnen om haar nieuwsgierigheid te bevredigen. Allemaal even fascinerend, maar het
was al wandelend in de straten van haar lievelingsstad met haar twee eigenwijze dochters dat ze haar echte onderwerp vond.
‘Vrouwen. Ik had nergens iets over vrouwen gelezen.Er werd geen enkele vrouw genoemd in de teksten die ik bestudeerd had. Geen vrouwelijke kunstenaar, vertaler, schilder of filosoof. Wat was er aan de hand met onze hele sekse ten tijde van deze culturele revolutie?’ Slaagden vrouwen er pas aan het einde van de negentiende eeuw in een penseel, een stem te vinden? Daar op dat moment lag de oorsprong van De geboorte van Venus, In het gezelschap van de courtisane, en dan nu In ongenade, dat gesitueerd is in het zestiende-eeuwse Ferrara.
In alle drie de romans spelen talentvolle vrouwen de hoofdrol, die hun talent beproeven of dat althans proberen. De jonge dochter, de courtisane, de jonge kloosterlinge, zetten alles op alles om hun passie te leven in een tijd die hun dat niet toestaat. Het is vooral op dat punt dat de frictie ontstaat waardoor je Dunants boeken zo moeilijk weg kunt leggen.

Sarah Dunant, In ongenade, Archipel, € 19,95. Vertaling: Petra C. van Eeren. Op 7 mei verschenen.

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 oktober 2007

Roman met cartoonachtige taferelen
Door Rabin Gangadin

De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol.
De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w.

Lees meer