Onlangs verschenen: Een dandy in de Oriënt. Louis Couperus in Afrika

Wat overkwam de Haagse schrijver Louis Couperus toen hij in 1921 zes maanden lang rondreisde in Algerije en Tunesië? Eerst meende hij overal de sprookjes van Duizend-en-één nacht te zien en sprak hij vol vervoering van ‘de melancholie van de islam’. Maar gaandeweg veranderde de kleur van zijn reisbrieven. Was Couperus’ esthetische kijk wel opgewassen tegen de realiteit van de Franse overheersing, de armoede en de islam? Nieuw onderzoek leidt tot verrassende conclusies over Couperus’ schrijverschap.

De aanschaf van een schilderijtje met achterop een opdracht aan Couperus werd voor de Haagse historica José Buschman het startsein tot een onderzoek naar Couperus’ Afrikaanse reis, waarvan hij indertijd verslag deed in twintig feuilletons in de Haagsche Post, later gebundeld als Met Louis Couperus in Afrika (1921). Buschman wijst er als eerste onderzoeker op dat langzaam maar zeker een gevoel van onbehagen in de tekst sloop, al ontweek Couperus heikele kwesties. Hij bleef verrukt van het landschap, met name de woestijn, maar slaakte wel de verzuchting: ‘Begrijpen wij ooit wel een ander ras?’ Aan de hand van reisverslagen van tijdgenoten ? onder wie Franse dandy’s, Engelse spinsters, maar ook oud-premier Abraham Kuyper ? laat Buschman zien wat Couperus wél gezien, maar niet beschreven heeft: het Franse militaire gezag, de armoede, de mannelijke prostitutie en het beklagenswaardige lot van de vrouwen. Voor een verklaring van dat gemis gaat Buschman in op de rol van het beruchte ‘Haagse zedenschandaal’ van 1920, de invloed van de hoofdredacteur van de Haagsche Post en de psychische gesteldheid van de auteur.

Naast talrijke onbekende biografische feiten en afbeeldingen ? waaronder nooit eerder gereproduceerde foto’s die Couperus zelf uitkoos bij een van zijn verhalen ? komt Buschman met een aanzet tot een nieuwe kijk op het schrijverschap van Couperus. Volgens haar laten veel romans zich lezen als de gesublimeerde nachtmerrie van de schrijver zelf, die met zijn ontduiking van het burgerlijke leven, zijn hang naar weelde en luxe, en vooral zijn verfijnd kunstenaarschap moest vrezen voor afwijzing door zijn lezerspubliek.

José Buschman was van 1993 tot 1998 voorzitter van het mede door haar opgerichte Louis Couperus Genootschap. Naast diverse bijdragen aan tijdschriften publiceerde zij Zoo ik ièts ben, ben ik een Hagenaar. Een literaire wandeling door het Den Haag van Louis Couperus en Den Haag, stad, boordevol Bordewijk. In 2006 werd haar de (eerste) Couperus-penning toegekend. (Bron: Bas Lubberhuizen)

José Buschman, Een dandy in de Oriënt. Louis Couperus in Afrika. Bas Lubberhuizen, 160 blz., rijk geïllustreerd, € 16,90.

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

18 juli 2008

Leven na een moord

Door Pauline van der Lans

Zoals de in het begin van de serie Desperate Housewives overleden Mary Alice Young met een alziende blik de gebeurtenissen in Wisteria Lane weergeeft, zo vertelt in Alice Sebolds roman De wijde Hemel de vermoorde tiener Susie Salmon hoe het haar achterblijvers vergaat.

Lees meer