12 juni 2009

Onlangs verschenen: 'Duitsland, een wintersprookje' – Heinrich Heine

Deel 21 in Perpetuareeks

Iedereen houdt van de Heine-liederen van Schubert, Schumann, Mendelssohn en vele anderen. De romantische thematiek en onmiddellijke verstaanbaarheid van Heines gedichten hebben ze gemaakt tot de liedteksten bij uitstek. Maar er zijn heel wat gedichten die meer in huis hebben: ironisch raffinement, bijtende spot, gevoel voor het groteske en absurde, treffende mensenkennis, radicale maatschappijkritiek.
‘Duitsland, een wintersprookje’ combineert de humor van Heines befaamde Reistaferelen in proza met de lyriek van zijn liederen. Tevens is het een politiek pamflet dat de vierendertig staatjes waar Duitsland destijds uit bestond een lachspiegel voorhield. Heine werd uitgemaakt voor nestbevuiler; pas latere generaties hebben ingezien hoezeer hij in dit lange gedicht de spijker op de kop sloeg.
Peter Verstegen heeft een zeer ruime keus gemaakt uit al Heines gedichten, korte en lange, hij heeft ze met verve en brille vertaald en van nuttige toelichtingen voorzien. De uitgave is tweetalig.

Heinrich Heine (1797-1856) zag zichzelf als permanente buitenstaander: hij was een Jood en woonde zijn halve leven in Parijs. Tegelijk was hij in zijn tijd de invloedrijkste dichter én prozaïst van het Duitse taalgebied: zijn ironisch-romantische, burleske of satirische liederen en zijn studentikoos-humoristische reisbeschrijvingen kenden talloze navolgers.

Peter Verstegen is dé poëzievertaler van Nederland: zulke diverse dichters als Baudelaire, Dickinson, Dante, Milton, Petrarca, Rilke, Shakespeare en Verlaine heeft hij toegankelijk en genietbaar gemaakt. Al in 1973 werd zijn werk bekroond met de Martinus Nijhoffprijs voor vertalingen.

Gedicht uit Duitsland, een wintersprookje, en andere gedichten:
Deutschland!

Deutschland ist noch ein kleines Kind,
Doch die Sonne ist seine Amme;
Sie säugt es nicht mit stiller Milch,
Sie säugt es mit wilder Flamme.

Bei solcher Nahrung wächst man schnell
Und kocht das Blut in den Adern.
Ihr Nachbarskinder, hütet Euch
Mit dem jungen Burschen zu hadern!

Er ist ein täppisches Rieselein,
Reißt aus dem Boden die Eiche,
Und schlägt Euch damit den Rücken wund
Und die Köpfe windelweiche.

Dem Siegfried gleicht er, dem edlen Fant,
Von dem wir singen und sagen;
Der hat, nachdem er geschmiedet sein Schwert,
Den Ambos entzwei geschlagen!

Ja, Du wirst einst wie Siegfried sein,
Und töten den häßlichen Drachen,
Heisa! wie freudig vom Himmel herab
Wird deine Frau Amme lachen!

Du wirst ihn töten, und seinen Hort,
Die Reichskleinodien, besitzen.
Heisa! wie wird auf Deinem Haupt
Die goldne Krone blitzen!

Duitsland!

Duitsland is nog een zuigeling,
Maar heeft de zon als voedster;
Zij zoogt hem niet met gezapige melk,
Met wilde vlammen doet ze ’t.

Van zulke voeding groei je snel;
Het bloed zal zich verhitten.
Buurkindertjes, passen jullie maar op
Dat jochie niet dwars te zitten!

Het is een plompe, kleine reus,
Ontwortelt zomaar eiken
En slaat je daarmee bont en blauw,
Je rug zal een slagveld lijken.

Hij lijkt op Siegfried, die edele snaak,
Bekend uit lied en sage,
Die had zijn zwaard gesmeed en toen
Het aambeeld in tweeën geslagen!

Ja, jij zal eens een Siegfried zijn
En de ijslijke draak afslachten.
Joechei! Hoe blij zal van omhoog
Je voedster daarbij lachen!

Je zal hem doden en zijn schat,
De kroonjuwelen bezitten.
Joechei! Wat zal de gouden kroon
Op je hoofd een bliksems flitsen!

Heinrich Heine, Duitsland, een wintersprookje. Athenaeum, 700 p., gebonden, € 39,90. Met een nawoord van Arnon Grunberg.

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer