18 oktober 2016

Onderstrepingen

Door Stefan Ruiters

‘Men had zijn werk en rondom de vernietiging.’ De dit jaar te vroeg overleden Wim Brands onderstreepte deze zin als enige in de verhalenbundel De meester van de Laërtes (1975) van F.C. Terborgh. Een deeltje uit de Salamander-reeks van uitgeverij Querido. Toen Wim Brands nog leefde, kochten wij als antiquariaat op regelmatige basis boeken bij hem in. Na zijn dood komt zijn bibliotheek deels bij mij terecht.

‘Men had zijn werk en rondom de vernietiging.’

Snel concluderend kun je deze markering aanwijzen als een teken van hoe Wim Brands het leven, de wereld zag. Ergens denk ik dat dat ook zo was, als ik al enige aanspraak mag maken op een psychologische duiding van deze dichter en presentator. Ik vind het ook een mooie zin, in al zijn gruwelijkheid. Het geeft een absolute manier van leven aan. We werken, we leven en om ons heen is er de dood, de ondergang. Maar we werken door ondanks alles wat kapot is, kapot ging of kapot gaat. ‘Men ging er ook langs, het oog op de grond gericht, en recht vooruit, en negeerde de verwoesting, want zelfverdediging dwong ertoe’ (Terborgh). We zijn de ‘vuilnisroos’ naar de roman van Ben Borgart uit 1972.

Ik denk dat Wim ook zo leefde. Wim wilde altijd door. Als ik op boekeninkoop bij hem was, vroeg hij altijd naar wat er nog allemaal stond te gebeuren in de winkel  – we hielden geregeld een literair avondje of een boekpresentatie – en: ‘Hoe is het nu met je?’ Nadat ik door een rare neuropathologische aandoening (Guillain-Barré Syndroom) in 2004 een tijdje niet kon werken en een paar maanden aan bed en rolstoel gekluisterd was, verbaasde het me dat hij dit jarenlang is blijven vragen: ‘En? Hoe is het nu met je?’ Ik denk dat Wim degene is geweest die dat het langst is blijven vragen. Als hij in de winkel kwam of als ik bij hem thuis over de vloer kwam: ‘Hee jongen, gaat het goed met je?’ Ik denk nu vaak terug aan die simpele momenten van aandacht, daar was Wim heel goed in. In De vijftig beste gedichten van Wim Brands schreef hij een opdracht voorin: ‘Voor Stefan, met wie ik via de boeken verkeer, Wim!’

In den beginne was er een verhaal over vertrekken
dat hij op een regenachtige maandagochtend
vertelde.

Hij huilde niet, jij ook niet, hij sprak alsof
hij je wilde bedanken, jou, omdat er
niemand anders was.

En toen was hij dan echt vertrokken.
Daar lag hij. Zoek mij niet, leek hij
te zeggen, ik ben de woestijn in,

naar het poolijs, op zoek naar God die
uiteindelijk de beste verhalen kent;
en mocht hij slapen

dan weet ik dat hij ook dan
onophoudelijk aan poëzie denkt.

 

Uit: ’s Middags zwem ik in de Noordzee,
Nieuw Amsterdam, 2014

 

 

 

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer