Agenda

Onbekende brieven van Nescio gevonden

BRIEVEN UIT VEERE

Kort geleden kwamen twee onbekende brieven van Nescio boven water. De twee brieven van Nescio (ps. Frits Grönloh) aan zijn vrouw kwamen uit de collectie familiebrieven die bij de erven berust, in tegenstelling tot de rest van de literaire nalatenschap die zich in het Letterkundig Museum bevindt. Nescio is een van de honderd letterkundige ‘iconen’ waarmee het Letterkundig Museum zijn deuren 4 maart a.s. weer opent.

De brieven zijn geschreven in de zomer van 1908 als de schrijver in Middelburg en Veere verblijft. Het is in de brieven alsof Japi de uitvreter aan het woord is: ‘Ik doe aldoor ’t zelfde net als ’t water en de Arnemuiders. De eene golf rolt over de andere en daarna zie je ze nooit weer om, zoo leef ik hier, de uren beteekenen hoogstens eten […]’

‘Deze bijzonder vondst voegt veel toe aan kennis over de ontstaansgronden van De uitvreter, Nescio’s beroemdste novelle,’ aldus Nescio-deskundige Lieneke Frerichs.

De 26-jarige Nescio moet er een bijzondere ervaring hebben gehad,  in Veere; want waar hij nog slecht op zijn gemak is in de eerste brief: ‘’K begon te vinden dat ik vrouw & kinderen verwaarloosde om malle wegen te loopen waar ik nix te maken had & waar ze me niet wouen hebben,’ spreekt  er een zijnswijze uit de tweede brief die sterk aan De uitvreter doet denken: ‘Zooiets als dit heb ik nog nooit beleefd. Die stokoude Indiers moeten Veere bedoeld hebben toen ze den lui ’t Nirwana voorhielden, ’t niet zijnde zijn. Alles is goed en d’r kan niets dan goeds komen. Eigenlijk wordt hier heelemaal niet gedacht. Soms springen mij vanzelf de tranen in de oogen, zoo maar zonder dat ik ergens aan denk, enkel van de welbehagelijkheid.’

Brieven uit Veere verschijnt begin maart bij Uitgeverij van Oorschot..