Het klinkt als een mantra door mijn hoofd, al weken. Steeds wil ik zeggen ‘weet je wat ik zou willen?’ Maar eerst moeten er koffiebonen gemalen, het espressopotje op het vuur gezet, havermelk schuimen, luisteren naar berichtgevingen uit de krant die vanaf de keukentafel worden voorgelezen. Er was een stil verheugen, alsof het een geheim was. Zoals een exceptioneel goed boek dat weinig bekend is, wel ‘best kept secret’ wordt genoemd. Ik denk eraan als ik een zwerver in het park tegenkom, of een vrouw alleen, die me op een bepaalde manier in haar verschijning bekend voorkomt, of een man die zichzelf in een huwelijk achterliet. Dan denk ik aan de verhalen van Sanneke van Hassel.
Het verhaal van een Kaapverdische man, die zijn dromen in de jaren dat hij als buschauffeur in Nederland werkt, ziet vervliegen.  Naarmate hij meer verlangt naar zijn familie, het strand, de oceaan, waar hij opgroeide, hoe afweziger hij wordt.

Alleen ging hij nog wel eens terug, hoefde hij maar een ticket te kopen, nu vier, voor zijn vrouw en twee kinderen. Op een dag komt er een oude vrouw de bus in. Ze heeft vingers als ‘stokjes’ en een ‘papierdunne huid’. Ze gaat naast hem staan, kijkt afwezig mee door de voorruit. Hij vraagt zich af, terwijl ze langs de buitenwijken rijden, of ze verlangt naar de velden van toen waar nu huizen staan. Hij verzint in haar een bondgenoot in het verlangen naar vroeger. Als hij ‘s avonds laat thuis komt, zegt zijn vrouw ‘Ik heb naar tickets gezocht.’ Maar het is te duur.
Of dat verhaal over een buurt waar families met uiteenlopende achtergronden wonen. De boel staat op scherp, door de gebeurtenissen en door hoe de schrijver, zichzelf corrigerend, het vertelt.

‘Op straat, voor ons huis, lag een zwarte scooter op zijn zijkant. Ernaast stond een jongen jammerend voorovergebogen, met zijn handen op zijn knieën. Hij had donker haar, een smal postuur en hij droeg een wit trainingsjack. Een Marokkaan, dacht ik.’ En dan: ‘een Marokkaanse Nederlander, geen Marokkaan.’ Verderop in het verhaal schrijft ze, ‘ wat doet het ertoe waar al die mensen en hun voorouders vandaan komen?’
En er is dat bejaarde Amerikaanse stel, hun huwelijk versleten, dat naar Europa reist. ‘Nooit had hij behoefte in het verleden te graven. Tot vorig zomer, onder de magnolia vierde hij zijn zeventigste verjaardag. Na afloop ging hij nog even in de serre zitten. In het schemerdonker, tussen de lege glazen van de gasten, stond de foto van zijn vader (…), de stuurse mond, de harde blik.’ Dan, met barse stem tegen zijn vrouw, ‘Ik wil erheen. Naar de stad waar mijn vader vandaan komt.’, en ze gaan.

Wat ik dus wil zeggen, is dat ik droom van een omnibus met alle verhalen van Van Hassel. Zo’n kilo wegend verzamelboek, net als Alice Munro en Clarice Lispector, want zo goed zijn de verhalen van Van Hassel. Je wilt ze allemaal hebben.

 

Citaten uit: Nederzettingen van Sanneke van Hassel / De Bezige Bij


Inge Meijer (pseudoniem), reist met het OV, schrijft over haar belevenissen onderweg en aan de rand van de literatuur.

Meer van Inge Meijer: