Olympiërs – verhalenbundel over de poëtische kant van topsport

Gesignaleerd door de redactie

Omdat de sportjournalist anno nu slechts op zoek is naar oneliners, records en schandalen, vroeg Literair Productiehuis Wintertuin negen schrijvers en dichters de magie van een Olympische sport te beschrijven. Wat maakt een wedstrijd op de Olympische Spelen zo bijzonder? Of, zoals Marcel Rözer in de inleiding van de bundel schrijft:  “Wie speelt heeft dromen. Dit is een bundel vol dromen, ver weg van de sportverslagen van gisteren en de voorspellingen voor morgen. Dromen over een gevecht zonder wapens, tegen een mens, een ploeg, de zwaartekracht. Met een winnaar en veel verliezers. In het besef dat verhalen in de sport altijd over de grote thema’s van het leven gaan, vullen jonge én ervaren auteurs deze bundel met de meest uiteenlopende verhalen.”

In Olympiërs vraagt Ernest van der Kwast zich af wat schoonspringen tot een Olympische sport maakt, beargumenteert Jan van Mersbergen waarom wielrennen op de Spelen niet het praalstuk van de sport is en geeft Marcel Rözer een inkijkje in het Olympisch dorp. Ook Vrouwkje Tuinman, Frank Heinen, Nyk de Vries, Martijn Brugman, Rodaan Al Galidi en Elfie Tromp brachten de beeldende kracht van de topsport onder woorden.

De bundel ligt voor € 10 in de boekhandel en is tevens te bestellen op wintertuin.nl/shop.

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

26 december 2023

Beste boeken van 2023

26 december 2023

Een oeverloos bestaan

Literair Nederland - 10 jaar geleden

06 januari 2014

Een boer met een bibliotheek Een boer met een bibliotheek
Recensie door Adri Altink

Al op de eerste pagina legt Benno Bernard treffend uit waarom hij een landjonker is: ‘Gezonde buitenlucht snuif ik met welbehagen op; ik boots hier op mijn bekoorlijke platteland tussen voormalige boeren de voormalige landadel na. Daartoe bewoon ik een oud boerderijtje, cultiveer elf are grond en koester vele anachronistische inzichten, die muf ruiken in de neus van mijn tijdgenoten.’

Wie deze zinnen na lezing van het hele Dagboek (het bestrijkt de periode van 2008 tot de eerste dagen van 2013) nog eens terugpakt, merkt hoe kernachtig dat zelfportret is.