Ode aan Ethiopische vrouwelijke krijgers

Recensie door Marjet Maks

Dat de Ethiopisch-Amerikaanse schrijfster Maaza Mengiste met haar tweede boek ‘The Shadow King’ de shortlist van de Booker Prize 2020 behaalde is een terechte prestatie. Ze heeft tien jaar aan dit boek gewerkt en jarenlang in Italië foto’s verzameld over Ethiopië, een van de weinige niet gekoloniseerde landen in Afrika. ‘De schaduwkoning’ is fictie schrijft Mengiste in het nawoord maar is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Het verhaal gaat over de belangrijke geschiedenis van Ethiopië toen de troepen van Mussolini in 1935 het land binnenvielen. Ze geeft de Ethiopische vrouwelijke strijders en soldaten die vochten en stierven voor hun land, een naam en stem om de herinnering aan hen levend te houden. 

We staan aan de vooravond van de invasie van het Italiaanse leger. Het weesmeisje Hirut is bediende van legerofficier Kidane en zijn intrigerende vrouw Aster. Haar vader liet haar een geweer na, een Wujigra, die Kidane haar afpakt want zijn leger heeft wapens nodig. Dit vergeeft Hirut hem nooit, het zet haar relatie met haar baas en jeugdvriend van haar moeder op scherp. Aster en Hirut gaan in tegen zijn wil dat ze thuisblijven, ze besluiten mee te vechten tegen de Italianen. Hirut en Aster worden de twee dapperste vrouwen in het leger, tot ze gevangengenomen worden door de mannen van Fucelli, de Italiaanse commandant tegen wiens leger ze vechten in hun vallei.    

Rijke poëtische taal

De Schaduwkoning is een verhaal waarin je als lezer moet groeien om één te worden met de personages en de rijke poëtische taal. Taal die goed past bij de Afrikaanse achtergrond maar in het Nederlands wel als mooischrijverij wordt afgedaan. Het vertelperspectief is alwetend en dat maakt de stijl tamelijk afstandelijk. Mengiste schrijft vaak in de onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd wat ook afstand schept, maar ook een sterke manier is om informatie door te geven: ‘Misschien zal er vandaag ook een nieuwe gevangene worden gebracht van de plek waar hij gevonden is, en moet hij stilstaan voor foto’s. Hij zal zoals gewoonlijk weigeren te salueren en te poseren. Hij zal geen woord Italiaans spreken. Hij zal niets anders doen dan staan op een manier die Fucelli tegelijkertijd ergert en amuseert.’

Het verhaal begint met een proloog in 1974 en eindigt met een epiloog die daar naadloos op aansluit. Daartussen vormen de scènes tussen 1935  tot 1941 een caleidoscoop van korte hoofdstukken vaak vanuit verschillende perspectieven verteld. Het zijn als het ware akten in een opera met tussenspel, koor en foto’s. Het verhaal wordt dan even op een andere manier onder de loep genomen. De foto’s zijn letterlijke beschrijvingen van het beeld dat gefotografeerd is. Dit leidt soms tot herhalingen, wat overigens niet storend is. ‘Met herhaling worden herinneringen herschept,’ zegt Kidane.

Er komen veel namen voorbij, maar lang niet iedereen krijgt een gezicht. Zo is daar Kidane, de Ethiopische legerleider, zijn soldaten: Aklilu, Seifu en zijn zoon Tariku, Minim. Aan Italiaanse kant worden de personages van Carlo Fucelli, de wrede kampcommandant en zijn fotograaf Ettore Navarra meer uitgediept. Vooral Navarra krijgt een gezicht als belangrijke tegenspeler van Hirut. Even lijkt er sprake te zijn van een liefdesaffaire, en misschien had dat gekund als Hiruts haat voor de vijand niet sterker was. Navarra bewaart de herinnering aan de doden door foto’s te maken. Hirut bewaart veertig jaar lang Ettores herinnering aan zijn ouders, in de vorm van brieven en foto’s, in zijn ijzeren legerkistje.

Noem je naam

Het boek is een ode aan de vrouwelijke krijgers in de zeer ongelijke strijd tegen de Italianen met hun moderne leger, wapens en gebruik van mosterdgas. De rol van de vrouwen is niet te veronachtzamen, maar alleen Hirut, Aster en Fifi, de maîtresse van Fucelli en de kokkin, die naamloos blijft, krijgen een gezicht. Wellicht staat het personage van de kokkin voor de vele niet genoemde vrouwen. De kokkin is eerst de bediende van Aster, later wordt ze vertrouwelinge van Fifi, en speelt ze een dappere rol in het verhaal. Wanneer de krijgsgevangenen in de nieuwgebouwde gevangenis van Fucelli hun afschuwelijke dood tegemoet zien, is het de kokkin die hen als laatste toespreekt: ‘Vertel me wie jullie zijn, zegt ze. Vertel het langzaam en herhaal het drie keer, dan zal ik zorgen dat jullie bekend zijn. Ik zal een nagedachtenis van jullie maken die deze val waardig is. Zeg nu je naam. Zeg je naam wanneer je gefotografeerd wordt. Zeg hem als je in de lucht springt en leert vliegen. Laat hen niet vergeten wie ze vermoord hebben.’

Namen zijn belangrijk zegt Mengiste in een interview, en dan vooral de namen die men bij de geboorte kreeg. Als we ze blijven herhalen wordt hun geschiedenis niet vergeten.

Aster, de vrouw van Kidane, is een interessant personage, helaas blijven haar achtergrond en beweegredenen onderbelicht. Zij is de grote leidster die de vrouwen aanspoort nooit op te geven. ‘Aster verzamelt de vrouwen om zich heen. Aan de voet van de heuvel maken de mannen zich klaar voor de verrassingsaanval. (…) Zorg dat geen man zich terugtrekt, ren achter hem aan en keer hem met spot en liedjes. Help hem overeind als hij valt, sleep zijn lichaam weg als hij sterft. Gebruik je stem, gebruik je armen en benen, maak van je lichaam een wapen dat de Italianen nooit zullen vergeten. Het zal niet hetzelfde zijn als vechten, herhaalt ze steeds opnieuw, maar het zal je voorbereiden op de frontlinies bij het volgende gevecht.’

Verdi als metafoor voor keizer Selassi

En dan is daar Haile Selassi. Geliefde en verguisde Ethiopische keizer die onafgebroken naar een 78-toerenplaat van de opera Aida van Verdi luistert en zich vereenzelvigt met de Ethiopische troepen die Egypte gaan aanvallen. Zo maakt Selassi zich op voor wraak, maar voordat hij kan overgaan tot een aanval vlucht hij naar Engeland en laat zijn volk in de steek. Zonder keizer is de motivatie en strijdlust van de Ethiopische soldaten ver te zoeken. Het is Hirut die op het idee komt om Minim, de man die niets betekent zoals zijn naam zegt, maar die een sterke gelijkenis met Haile Selassie vertoont, te verkleden als de keizer. Als tijdelijke aanvoerder met de twee vrouwelijke wachters Hirut en Aster wordt hij de schaduwkoning die het volk weer moed geeft en tot een overwinning brengt.   

Het verhaal staat bol van symboliek en stijlfiguren, zo zijn licht en schaduw veel terugkomende beelden. Of de aanwezige dreiging van de zwarte vogels als de legers zich opmaken om aan te vallen. En het geweer van Hirut, de Wujigra, die door het hele verhaal de rol speelt van verbinding met Hiruts verloren jeugd. De Opera van Verdi is een metafoor voor het leven van Haile Selassie. En de spiegeling van Hirut en Ettore is een stijlmiddel. Beide zijn gevangen in hun tijd, Hirut als vrouw en soldate. Ettore, als zoon van een Joodse vader, wiens ware gezicht hij nooit gezien heeft. 

Mengiste schuwt gewelddadige scènes niet. Indringende beschrijvingen van moord en doodslag, verkrachting en wrede oorlogsvoering worden afgewisseld met prachtige natuurbeschrijvingen en intieme momenten tussen de personages. Toch raakt de taal lang niet altijd en blijf de lezer op afstand. Het zal voor de vertalers Karina van Santen en Martine Vosmaer geen gemakkelijke taak zijn geweest deze roman te vertalen, wat zij overigens uitstekend gedaan hebben. Al zullen Abbessijnse krijgers anno 1935 geen T-shirts gedragen hebben, de vertaling van hemd of hes was misschien beter geweest.

 

 

Omslag  -
Vertaling door: Karina van Santen en Martine Vosmaer
Verschenen bij: Ambo Anthos (2021)
ISBN: 9789026355080
448 pagina's

Geef een reactie





 

Meer van Marjet Maks:

Verwant