Ode aan een boeken- stad

Stefan Ruiters

De wekker ging om half zeven. Het stormde en de regen sloeg tegen de ramen. Met tegenzin stapte ik een uur later in de auto en reed door het donker richting oosten. Op de snelweg lagen grote plassen water en achterin de auto stonden twintig dozen vol met boeken. Literatuur, geschiedenis, filosofie, kunst- en fotoboeken. Om negen uur reed ik die ochtend het centrum van de IJsselstad  binnen. Op een terp voor de Bergkerk hield ik halt. In de stromende regen bracht ik de boekendozen naar binnen. Waarom? Niemand gaat toch door dit hondenweer naar buiten! Was ik maar thuis gebleven, lekker warm in m’n bed. Om tien uur waren alle meegebrachte boeken netjes uitgestald over de tafels. Ik was de laatste antiquaar die was binnengekomen met zijn waar, maar net op tijd om de teleurstelling urenlang te gaan verbijten. Een verregende dag in een Overijsselse provinciestad. Wat deed ik daar?

Ik stond dus in een middeleeuwse kerk in Deventer boeken aan de man te brengen. Om tien uur begon de markt. En voor ik het wist, ik had nog geen tijd voor koffie gehad of een smsje richting mijn lief dat ik veilig was aangekomen, was het één uur in de middag. Drie uur lang werden de boekenkramen bestormd zoals de muren van de kerk een paar honderd jaar geleden tijdens de Beeldenstorm. Deventenaren en ommelanders, wat een enthousiasme en kooplust. ‘Zo blij dat er weer een boekenmarkt is,’ hoorde ik een aantal mensen zeggen. Wat blijkt? Er bestaat in Deventer een boekenclub van 500 tot 600 leden. En natuurlijk, Deventer heeft de grootste boekenmarkt van Nederland, maar dat is in de zomer en niet op een natte dag in januari.

Maar misschien heeft dat succes wel  een oorzakelijk verband met het enthousiasme van de lokale lezers. Ook mijn buren, collega-antiquaren uit de stad, zijn alleraardigst, komen om het half uur een praatje maken en bekennen dat ze vreesden voor hun verkoop, omdat ik naast ze sta met mijn boeken. Ik zeg dat dat wel mee zal vallen en koop een paar mooie boeken bij ze. Onder andere Baudelaires Les fleurs du mal in de Franse Bibliotheek van Van Oorschot en Nescio’s Natuurdagboek. Tevens weten ze me te strikken voor een lidmaatschap van de vermaarde Stichting De Roos. En terecht. Dit bibliofiele genootschap laat twee tot drie keer per jaar in een kleine oplage een speciaal voor hen vervaardigde publicatie verschijnen. Vaak is dat een samenwerking tussen een kunstenaar en een schrijver. Dubbeltalenten als Armando of een grote schrijver als Grunberg lieten hun werk al eens door De Roos uitgeven. ‘Je krijgt waarschijnlijk nummer 153,’ zegt de penningmeester. Niet onbelangrijk in de wereld van de bibliofilie. Een nummer zijn is in dit geval juist waardevol. En ik hoef niet op een wachtlijst, want er zijn onlangs een aantal leden overleden en er is weer een nummer te vergeven. Het abonneebestand vergrijst, dus ik, maar! 43 jaar oud, verlaag de gemiddelde leeftijd weer enigszins. Daar zijn ze blij mee. Net als mijn tijdelijke buurman en collega, die ook in het bestuur van De Roos heeft plaats genomen. In Deventer is het in de wereld van het boek goed toeven. Met heel wat minder boeken en een verlicht gemoed rijd ik ’s avonds weer richting het westen.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 december 2007

Verhalenwedstrijd levert fraai uitgeven bundel op
Recensie door Karel Wasch

Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond organiseert jaarlijks een tweetal wedstrijden (poëzie en verhalen). De wedstrijd voor verhalen leverde dit jaar het fraai uitgegeven boek Zenit op. Daarin 44 verhaaltjes (aantal woorden was beperkt) van uiteenlopende snit en kwaliteit. Aan de wedstrijd deden in totaal 187 mensen met een verhaalinzending mee.

Lees meer