18 juli 2011

Nulnummer Extaze, Water dat niet meer bewoog – Literair tijdschrift

Recensie door: Ingrid van der Graaf

In een tijd dat het voortbestaan van literaire tijdschriften op losse schroeven kwam te staan verscheen in april het nieuwe literaire tijdschrift Extaze. Dat getuigt van lef, maar niet zonder reden. De inhoud is  van een gehalte waar je stil van wordt, en geniet. Hemelbestormers uit liefde en passie voor de literatuur, Haagsche literatuur wel te verstaan. Zelf vonden ze het ook een gotspe, om de literatuurgod van Nederland te tarten, want zo voelt het toch wel. Als ware Titaantjes willen zij de (Haagse) literatuur een kontje geven. Hup naar boven, bestorm die hemel.

Vanuit de sterke behoefte de literaire leemte van de stad Den Haag op te vullen is Extaze ontstaan. Of anders gezegd: Extaze moet Den Haag weer op de literaire kaart zetten. Deze taak ziet de redactie, die bestaat uit Cor Gout, Els Kort en Kees Ruys, in eerste instantie weggelegd voor de Haagse schrijvers zelf en daarnaast staan ze open voor Nederlandstalige schrijvers uit het hele land of over de landsgrenzen. Maar als eerste geven Haagse schrijvers in dit nulnummer van Extaze de aftrap.

Tom Domisse is filosoof en schreef een interessant essay over liefde en ironie. Hij  voert een gesprek  met Goethe en Schiller dat van commentaar wordt voorzien door Thomas Mann. Mann noemde Goethe de meest omvattende, alzijdige dilletant die ooit geleefd heeft. Dit alles omkaderd door Faust, opgevoerd in de Koninklijke Schouwburg door het Nationaal Toneel. Hoe de Faust, het theaterstuk en Faust als persoon nog steeds confronteert als de ultieme kunst van sterflijkheid. Een essay met een vervolg in het volgend nummer van Extaze belooft Domisse.

Kees Schuyt (auteur van J.B. Charles/W. H. Nagel, 1910-1983), schreef het essay: De wind steekt op: het wonderlijke van het gewone (Over de Haagse schilder-dichter Willem Hussem (1900-1974). Hussem was een meester in het poëtische miniatuur: ‘Mensen zijn wolken / waar zij komen / betrekt de lucht’.
Schuyt beschrijft  met enthousiasme het dubbeltalent van Hussem. Waarbij het zeldzaam is dat in beide kunstvormen, schilderen en dichten, het hoogste niveau wordt bereik, zoals bij Hussem het geval was.

Het essay van Wim Noordhoek, Het Den Haag van Marcel van Eeden, gaat over het kunstenaarschap van Van Eeden. Marcel van Eeden (1965) maakt beeldboeken. Zijn werk, dat deze Extaze siert, is van een wonderlijke realiteit die aan een verleden doet denken dat om de hoek ligt. Noordhoek zegt: ‘Van Eeden fossiliseert het recent verleden.’ Zo is het, zijn tekeningen lijken versluierde, stenen beelden van een levendige werkelijkheid. Als ansichtkaarten die nooit verstuurd worden. Noordhoek is aanstekelijk beeldend in zijn taalgebruik om te duiden wat het werk van Van Eeden hem zegt.

Het essay van filosoof en journalist Jan-Hendrik Bakker, Verstilling en ondergang (De erfenis van de Haagse roman) is een prettige analyse over het heden en verleden van de Haagse roman. Bakker gelooft stellig, in tegenstelling van anderen, dat de Haagse roman niet dood is. Hij schrijft dat in de stereotype Haagse roman adel een belangrijke rol speelt. Evenals verveling, onbestemde verlangens, moord en andere misstappen. ‘In de Haagse roman gingen welgestelde families langzaam ten onder, kwijnden jonge dames weg en hield men er kleverige zondes op na.’ Hiermee ‘Eline Vere’ van Couperus in herinnering roepend. Hij eindigt met te zeggen dat Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje nooit in Den Haag geschreven had kunnen zijn. Want: te grappig en schaamteloos extravert. ‘Hier waart nog steeds de geest van Eline rond. Alles moet bedekt blijven, een beetje dubbel, met de gordijnen dicht. Wij lijden in stilte. Totdat ze ons vinden in ons boudoir en iemand daarover dan een verhaal vertelt …’

De hellehond van Nicolette Smabers is een schrijnend verhaal. Een vrouw heeft haar tweeling broer verloren op de dag dat ze elkaar zouden treffen aan het strand om de sterfdag van hun moeder te gedenken. Ze gaat alsnog naar hun afspraak, als een automaat. Repeterende gesprekken en handelingen tussen haar broer en zichzelf in haar hoofd.

Kees ’t Hart schreef een vermakelijk stuk getiteld: Rondhangen. ‘Verreweg het beste is rondhangen, maar dan ook echt rondhangen. Rondhangen zonder reddingsboeien. Bedacht rondhangen is het einde van rondhangen.’ Begint ’t Hart aldus, wat volgt kan gelezen worden als een handleiding om het ultieme rondhangen onder de knie te krijgen. Daarbij is het het beste dat je ogen open hebt. En dan denken dat je je ogen open hebt en dat je ergens naar kijkt. ‘ Voor de televisie kijken naar een programma dat je niet wilt zien en blijven rondhangen omdat je rond bent gaan hangen. A is B.’

Het nog niet eerder gepubliceerde verhaal van F. van den Bosch, Goupil leest als een biecht. Van den Bosch beschrijft zijn jeugdjaren in Nederlands Indie, het leven als kind op straat en zijn omgang met o.a. een Indische jongen waar hij een onbestemde angst voor heeft maar toch bevriend mee raakt. En wat er allemaal in het ongezegde leeft dat als voelbare bovennatuurlijke kracht uit het verhaal naar boven komt. Pijnlijk haast om te lezen, zo een persoonlijk verhaal is het. Van den Bosch is een schrijver die voornamelijk voor zichzelf schrijft om de heftigheid van- en de veelheid aan herinneringen te kunnen ordenen. Daarna kwam altijd de schaamte.
Kees Ruys (biograaf van Aya Zikken) schreef een uitgebreide en boeiende inleiding over het leven en werk van F. van den Bosch (1922-2001).

Het korte verhaal De man, de vogel en de hond van Yolande de Kok leest als een choreografie voor een man, een hond en een vogel. Met een onverwacht dramatische afloop.

Verder bijdragen van Gertrude Kunze, Peter J. van Dijk (kort verhaal), Paul Steenhauer, Gilles Boeuf en Didi de Parijs gedichten, Wim Willems en Cor Gout een inleiding op respectivelijk Twee brieven van Tjalie Robinson en Twee brieven van Willem Bijsterbosch en Rob H. Dekker schreef een opmerkelijk essay over de in 2010 overleden schilder-muzikant Captain Beefheart.

Na het lezen van Extaze blijft enthousiasme over, en het verlangen meer te lezen. Zo moet literatuur bedoelt zijn: het wakkert de geest aan en voert tot extaze.

 

Extaze nr. 1 komt uit in september 2011

Extaze verschijnt vier keer per jaar.
Extaze 2011-0, Water dat niet meer bewoog
Uitgeverij In de Knipscheer
Prijs € 15,00
Blz.: 112
Bij verzending vanaf het redactieadres € 17,00
Abonnement voor vier nummers (ingaand vanaf nr. 1) € 50,00
Voor meer informatie: redactie@extaze.nl
www.extaze.nl

Meer van :

22 augustus 2017

Variabele verhalen in prettige stijl geschreven

Over 'Astronaut' van Pieter Kranenborg
17 augustus 2017

Vergeefse strijd heeft een mooie bundel opgeleverd

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan

Recent

16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden

Verwant