20 oktober 2011

‘Nu leeft hij tenminste nog’

recensie door: Sunny Jansen

Bernie Spier en Ellis Paraira zijn achttien jaar en erg verliefd. Maar ze zijn ook Joods in het bezette Scheveningen van 1942. Als Ellis en haar vader een oproep krijgen om te werken in het oosten besluit het gezin Paraira onder te duiken. Het verliefde stel raakt na een relatie van een half jaar gescheiden. Het afscheid valt hen zwaar en ze spreken af allebei een dagboek bij te houden, zodat ze na de oorlog kunnen lezen wat de ander heeft meegemaakt, gedacht en gevoeld. Bernie en Ellis maken nog een tweede afspraak: na de oorlog zullen ze elkaar op dinsdagmiddag om vier uur ontmoeten op het Belgisch Plein in Den Haag.

Eind mei 1945 is het voor Ellis veilig genoeg om op het bankje waar ze elkaar voor het eerst kusten op haar verloofde te wachten. Wekenlang wacht Ellis op dinsdagmiddag op Bernie, tevergeefs, hij komt niet. In de trieste wetenschap dat Bernie de oorlog niet heeft overleefd, gaat Ellis verder met haar leven. Ze trouwt in december 1945 met een soldaat uit Palestina en verhuist met hem naar Israël. Jarenlang liggen haar dagboeken en die van Bernie ongelezen bij Ellis Lehman in de kelder. Haar familie weet van het bestaan van deze dagboeken, maar niemand praat er over; dat is te pijnlijk. Ruim 65 jaar na de oorlog besluiten Ellis en haar dochter Shulamith de dagboeken toch te lezen en uit te geven. Een hoofdstuk geschreven door de Ellis van nu vormt een inleiding op het leven van Bernie en Ellis tot het moment dat de dagboeken beginnen. Dagboekfragmenten van Ellis en Bernie worden chronologisch afgewisseld, aangevuld met commentaar en uitleg van de Ellis van nu en af en toe onderbroken door hoofdstukken van de hand van Shulamith. Zij doet verslag van het lezen en het vertalen van de dagboeken in het Hebreeuws en de zoektocht naar de mensen die in de dagboeken genoemd worden.

Ellis en haar familie duiken onder op 20 juli 1942. Zij zijn relatief veilig in een vakantiehuisje in de bossen. Tot op zekere hoogte kunnen zij zich vrij bewegen, ze zoeken zelfs in de bossen naar paddenstoelen en bramen. Er is genoeg te eten en een betrouwbare bakker stopt hen regelmatig iets extra’s toe. Terwijl Ellis al ondergedoken zit, worstelt Bernie met de moeilijke afweging hoe lang hij nog veilig is. Hoe lang kan hij nog vertrouwen op zijn papieren van de Joodse Raad?
Ellis’ dagboek leest als een lange liefdesbrief aan haar ‘Berry-Ber’. Ook Bernie schrijft intens over het gemis van zijn ‘Ellis-popje’. Ondanks de vele herhalingen en de oneindige reeks liefdesbetuigingen van twee wanhopige pubers, zijn de dagboeken indrukwekkend.
‘Bij het naar huis gaan moest ik omlopen. In de Stevinstraat werden Joodse mannen opgepakt ‘zum arbeiten’. Heelhuids ben ik echter thuis gekomen’ schrijft Bernie bijna tussen de regels door. Voor hem is dit gegeven bijna van ondergeschikt belang: het gemis van Ellis weegt zoveel zwaarder dan ‘dit ongemak’.

Naarmate zijn dagboek vordert, worden Bernies stukjes korter, hij lijkt stiller en verdrietiger te worden. Dan komt het onvermijdelijke moment dat ook Bernie moet onderduiken. Hij heeft minder geluk en minder bewegingsruimte dan Ellis: hij kwijnt weg in de kleine kamer waar hij gevangen zit. Terwijl Ellis er als een 18-jarige puber verliefd op los fantaseert, worden Bernies teksten zwaarmoediger. De moeite die het hem en zijn ouders kost om steeds weer een veilig onderduikadres te vinden en de vele gevaarlijke verhuizingen drukken zwaar op hem. Zijn teksten zijn doordrongen van een wanhopige uitzichtloosheid en een alom aanwezige dreiging.

Ook Ellis, met haar relatieve vrijheid en veiligheid, ervaart de dreiging en beperkingen als een zware last. ‘Maar mijn stemming is soms zo triest dat het niet anders dan een klaagzang zou worden, niet erg opwekkend voor jou om te lezen wanneer ik weer bij je ben.’ Toch zijn er ook momenten dat zij met humor bericht over de vaak vreselijke dingen die hen overkomen.

Schokkend is Ellis’ notitie van 5 augustus 1942: ‘Ik zou wel naar Polen willen gaan om te werken, maar wij mogen daar helemaal niet WERKEN!!! Ze maken ons daar DOOD!!! EN IK WIL NIET DOOD!!!’
Over het afschuwelijke lot van hun Joodse landgenoten was tijdens de oorlog maar weinig bekend. Nederlanders wisten eigenlijk niets van de verschrikkingen in de kampen en al helemaal niet van de massamoorden. Maar hier schrijft een achttienjarig meisje helder en direct in haar dagboek dat zij weet dat Joden gedood worden. Flarden van berichten en geruchten over de vele doden in de werkkampen, ongeloofwaardige overlijdensberichten van familieleden die in Polen moesten werken en de vele razzia’s waren voor de familie Paraira genoeg om hun eigen conclusies te trekken en niets te geloven van ‘het werken in het oosten’.

Delen van haar dagboek heeft Ellis ‘gecensureerd’. Telkens als zij naar een andere schuilplaats moet, gumt ze namen en bijzonderheden uit, zodat de mensen die hen helpen niet getraceerd kunnen worden als haar dagboek in verkeerde handen zou vallen. Want zo schrijft ze, ‘ieder uur kan weer iets anders brengen: iets prettigs maar ook iets verschrikkelijks.’ En dat maakt het leven voor de onderduikers en hun helpers ondraaglijk zwaar.
In soms pagina lange noten vult Ellis in deze uitgave de leemten, de gebeurtenissen waar ze toen niet over kon of durfde te schrijven. ‘Ik kon ze zien, ik zag ze, tientallen Grüne Polizei die over het terrein renden.’ Ellis en haar familie ontspringen de dans, terwijl een ander Joods gezin wordt weggevoerd.
Bernie klinkt op hetzelfde moment dat Ellis in gevaar verkeert steeds wanhopiger: ‘De moeilijkheden zijn buitengewoon groot’ schrijft hij. Hoe verder ze komen in het dagboek van Bernie, hoe moeilijker het voor Ellis en haar dochter wordt om verder te lezen, want ‘nu leeft hij tenminste nog’. Ook betekent verder lezen voor Ellis een benauwende confrontatie met haar eigen overleven. Zij leeft nog, zij is doorgegaan met haar leven, heeft kinderen en kleinkinderen gekregen, terwijl voor Bernie alles stopte.

De dagboeken van Bernie en Ellis zijn een belangrijk historisch document. Ze geven een indringend beeld hoe het voelt om te moeten onderduiken, om te leven met angst en continue dreiging. Hoe het is om afhankelijk te zijn van andere mensen, om je leven aan onbekenden te moeten toevertrouwen. De dagboeken van Bernie vormen een trieste kroniek van het uitroeien van de Joodse gemeenschap in Scheveningen. Nauwkeurig en gedetailleerd beschrijft hij hoe de deportaties verlopen en welke families wanneer worden weggevoerd. Ook de moeilijke rol van de Joodse Raad blijkt uit zijn dagboekaantekeningen.

Op 6 november 1942 richt Bernie zich in zijn dagboek rechtstreeks tot Ellis. Hij schrijft haar een emotionele afscheidsbrief. Daarna stopt zijn dagboek. Drie maanden later schrijft Ellis haar laatste dagboekbrief.
Helaas stopt het boek De dagboeken van Bernie en Ellis niet tegelijk met de dagboeken. Het boek was een stuk sterker geweest als de auteurs geëindigd waren met een scène van Ellis, zittend op het bankje tevergeefs wachtend op Bernie. Maar het boek gaat verder en de auteurs blijven maar uitleggen en toelichten. Na een warrig en onsamenhangend relaas van de hedendaagse Ellis komt Shulamith weer aan het woord. Waren de tussentijdse notities van Shulamith in het eerste deel van het boek een welkome afwisseling tussen de frivole verliefdheid van Ellis en de zwaarmoedigheid van Bernie, nu wordt het storend: er valt niets meer te vertellen, het verhaal is uit.
Toch is De dagboeken van Bernie en Ellis het lezen zeker waard. De lezer voelt de onzekerheid, de onveiligheid, het opgejaagd worden. En dat maakt indruk.

De dagboeken van Bernie en Ellis
Het verhaal van een Scheveningse liefde in oorlogstijd

Auteur: Ellis Lehman en Shulamith Bitran
Verschenen bij: Uitgeverij Balans
Aantal pagina’s: 368
Prijs: 17,95

Meer van :

23 november 2017

Weidse landschappen, bekraste zielen

Over 'Idaho' van Emily Ruskovich
21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman

Verwant