Nooit meer schrijven

Als lezer kan ik me gek genoeg gekwetst voelen als een schrijver zegt: ‘ik stop ermee, ik schrijf niet meer’. Het is toch een beetje alsof je geliefde zegt ‘ik heb geen zin meer in je’. Auw, dat doet pijn. Waarna teleurstelling en ongeloof toeslaan. Zonder enige waarschuwing (zoals bij elke liefdesrelatie heb je de tekenen aan de wand niet gezien) ben je opeens in de steek gelaten. Dat gebeurde me met Remco Campert toen hij de respectabele leeftijd van achtentachtig had bereikt. Mijn relatie met hem werd gevoed door de wekelijkse Sombermans en columns die hij maar bleef schrijven. Verwend als ik was, slurpte ik kritiekloos zijn stukjes op. Het was aannemelijk dat Campert zou stoppen. Hij bereidde me er ook min of meer op voor. Zijn stukjes bevatten steeds minder tekst, maar zoals dat gaat met een aflopende relatie, wil je er niet aan.

Toen ik vorige week van huis was, stuurde jongste Zoon me het bericht dat Philip Roth was overleden. Ik voelde een schok. Het onvermijdelijke van ‘nooit meer’, dat nu echt ‘nooit meer schrijven’ zou zijn. Toch moet ik bekennen dat de schok minder groot was dan toen hij in 2012 liet weten te stoppen met schrijven. Ik dacht dat schrijven voor hem een vorm van leven was waar je niet zomaar uitstapt. (Ha, naïeveling!) Drukinkt als zuurstof voor de aderen, verhalen scheppen als balsem voor de ziel. (Ha, romanticus!)  Ik wilde dat hij trouw bleef schrijven zoals je trouw bent aan een geliefde tot de dood erop volgt. Zes jaar lang leidde hij een no-writers live. Ik vroeg me af of hij er tijdens zijn schrijversleven vaak naar verlangd had om niet meer te schrijven.

Later zocht ik naar zijn titels in mijn kast en begon te tellen: alsof het aantal enig gewicht aan betrokkenheid in de schaal zou leggen. Tweeëntwintig in getal waaronder zijn eerste, Vaarwel, Columbus en zijn laatste, Nemesis. Daartussen stonden de Amerika – en Kepesh trilogie, Patrimonium, Zuckerman gebonden. Ook een uitgave in de serie ‘LiterairMoment’ (1990, Meulenhoff), met voor- en achterzijde een cover. Hoe je het boek ook draait je hebt altijd een voorkant en waarin Portnoy’s klacht en Informatie over Philip Roth.
Informatie uit interviews over zijn boeken die vooral vanuit de joodse gemeenschap ongemeen negatief ontvangen werden. Ik las over de energie die het hem kostte telkens weer een boek te beginnen. De juiste toon te vinden. Om de stem die zich ergens in de onderbuik meldt, te transfigureren naar een personage. Hoe een helse onderneming dat steeds weer is. Daar gaan maanden mee gemoeid en dan moet het verhaal nog beginnen. Roth ondertitelt dit zelf met: ‘Moet ik er aan toevoegen dat het nauwelijks een belangeloze onderneming is? Schrijven is voor mij niet iets natuurlijks dat ik maar gewoon blijf doen, zoals vissen zwemmen en vogels vliegen.’

Ik geloof graag dat Roth in die zes jaar van ex-schrijver niet verlangd heeft naar zijn schrijversleven, hij was een man die gedaan heeft wat hij moest doen. Ook geloof ik graag dat het voor hem bevrijdende jaren zijn geweest.

 


Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

Meer van Inge Meijer: