Nominaties VSB Poëzieprijs 2009

Uit een rijk en geschakeerd aanbod van 107 bundels heeft de jury de volgende vijf bundels genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2009.

Zoek de lege gebieden (Van Gennep) ? Lidy van Marissing
Deze poëzie is vaardig, op een geheel eigen wijze experimenteel en zij heeft een onmiskenbaar eigen idioom en techniek. Vaak is het gedicht een lange ademloze zin, gemoduleerd door regel- en strofenafbrekingen, enjambementen en intervallen van wit. Als het vers af is is de gedachte weliswaar ook enigszins af, of kan worden onderbroken door een pauze, maar de voorlopigheid van elk vers wordt bij de lezer opgeroepen door het ontbreken van een afsluitende punt ? door het ontbreken van vrijwel elk leesteken überhaupt. Deze verzen vormen samen een stroom. Het zijn ademloze kleine filosofieën, de gedichten van Van Marissing, over de taal, de wonderlijkheid van het alledaagse, het leven, de dood ? ‘the great commonplaces’ ? maar het uitgangspunt is opvallend weinig ik-gericht. Er is vaak een ouder, groter bewustzijn aan het woord dan het kleine ego dat zichzelf het centrum waant. Er is een on-soft mededogen met alles en allen dat deze verzen tot stand brengt, een aandacht en een hang naar precisie dat indruk maakt en authentiek is. Elk vers opnieuw bevat sprankelend-verrassende beelden en gedachten, zonder ooit iets af te sluiten of vast te zetten in een definitieve betekenis. Je wordt deze bundel in getrokken en je komt er niet gemakkelijk meer uit of van af. Prachtige poëzie.

Omdat ik ziek werd (Querido) ? Bart Meuleman
‘Bart Meuleman schrijft geen mooie gedichten’ lezen we op de omslag van omdat ik ziek werd. Inderdaad bieden Bart Meulemans gedichten geen troostende schoonheid. Maar als schoonheid te maken heeft met de nuchtere constatering dat leven ‘werken aan de nietige lont van het niksige’ is, zijn deze gedichten wel degelijk mooi. Het ik in de poëzie van Bart Meuleman is het (over)bewustzijn: ‘de hersens, op hun eiland teruggedrongen’ kunnen echter weinig weerwerk bieden tegen de werkelijkheid. Zo weinig dat de dichter aan de medemens (‘ik vraag geen aanraking, geen gezelschap’), maar vooral ook aan zijn eigen bewustzijn wil ontsnappen op zoek naar ‘de weldadige kou van het niets.’ De animale wereld ? zonder regels, overtredingen, bewustzijn en verlangen ? lijkt het enige alternatief te bieden. Het is alsof de dichter in de eerste regel van het eerste gedicht zijn eigen verdwijning wil ensceneren: ‘nu we allebei dood zijn’. Maar in de laatste regel van het laatste gedicht wordt hij door de moeder teruggejaagd het leven in ‘omdat je, zoals ze me toefluistert, nergens beter bent.’ Meulemans poëzie wil beter worden in een ziekmakende wereld. Vandaar het paradoxale samengaan van weerzin en levensdrift, afwijzing en herbeginnen. Zijn ogenschijnlijk transparante taal ontwikkelt steeds kleine syntactische weerstanden of onverwachte beelden waardoor de lezer ontheemd raakt en er op intrigerende wijze iets van het ‘niksige’ en tegelijk van het poëtische zichtbaar wordt.

Kooi (De Bezige Bij) ? Alfred Schaffer
‘Ook ik snak naar luchtledigheid’; het is maar een terloops zinnetje in Kooi van Alfred Schaffer, maar wat drukt het veel uit! Want hoe kort de titel Kooi ook moge zijn, er gaat een wereld van benauwenis achter schuil. Steeds scherper lijkt Alfred Schaffer zich bewust van de grenzen aan het menselijk denken en handelen, van de dwangmatigheden, tegenstrijdigheden en onmogelijke opdrachten: ‘Geef eens antwoord als ik je iets vraag, zei je moeder al, maar eet wel eerst je mond behoorlijk leeg.’ Schaffers gedichten spelen zich in een voor iedereen herkenbare wereld van alledaagse en soms vanzelf ironisch overkomende contacten en communicaties af, maar steeds borrelen er, voor je het weet, universele angsten en frustraties in op. In zijn verzen, die beurtelings herinneren aan sonnetten en prozagedichten, loopt een ‘je’-persoon rond, die we als een in zichzelf pratende neurotische hoofdpersoon maar ook als de universele mens kunnen identificeren. Zowel inhoudelijk als vormelijk demonstreert Schaffer het eeuwige gevecht tussen vrijheid en begrenzing, ambities en teleurstelling. Kooi is een prachtig voorbeeld van poëzie van onze epoche, transparant van uiterlijk maar peilloos van innerlijk. ‘Loop je even mee? Dan stel ik je voor’ klinkt het ergens luchtig maar elders komt de aap uit de mouw; ‘wat een afknapper is de mens, dweepziek, een slaaf van zijn agenda’. Klare, onthutsende taal.

Zouttong (Querido) ? B. Zwaal
In de bundel zouttong schetst B. Zwaal een reeks woordrijke zee- en riviergezichten. De dichter is een Hollandse meester; elk uitzicht draagt bij hem betekenis. Zie hoe hij in de eerste regel van het allereerste gedicht met hulp van een personificatie en één herhaald voorzetsel de lezer onmiddellijk een parallelle wereld intrekt: ‘een gelderse roos droomt van de sneeuw / van haar lente’. Het wit van de wolken en de winter vormt de grondtoon in de bundel, daarop brengt de dichter zijn zorgvuldig gekozen metaforen aan. Beheerst en ingehouden werkt hij met rijm en retoriek aan ranke gedichten die vonken als een kortgesloten stroomkabel. Daarmee staat de dichter middenin de geëlektrificeerde wereld van vandaag, een wereld die niettemin soms doet denken aan de doeken geschilderd door Van Ruisdael en Van Goyen. Maar in de eenentwintigste eeuw kun je geen harmonie meer voorwenden, alleen wie ziende blind is ziet nog altijd het paradijs aan de einder gloren: ‘aarde / draait nog wel / draait hoe / ouwe tol’. zouttong is een geschenk voor liefhebbers van teksten die overstromen van vorm, inhoud en verlangen; met de bundel brengt Zwaal het springtij terug naar de Nederlandstalige poëzie.

Het leven van (Contact) ? Nachoem M. Wijnberg
Volkomen helder zijn de gedichten in de bundel Het leven van, zoveel is zeker. Toch dienen zich in het werk van Nachoem M. Wijnberg nooit kant-en-klare verhalen aan, daarvoor staat er te veel op het spel. In de afzonderlijke gedichten van Het leven van wordt gezocht naar de juiste houding, de juiste verhouding, ook die tussen de regels onderling. Neem het angstaanjagende gedicht ‘De Christen komt op bezoek’, waarin een schijnheilige bemiddelaar met alle mogelijke talige middelen het juiste geloof probeert te verkopen. Wijnberg laat de lezer de beklemming van kwade trouw in zijn klare regels ervaren. Maar ook de wanhoop die we voelen als we voorbij geloof, hoop en liefde peilen, en vervolgens uitkomen bij de bodem van het verdriet: ‘Als iemand dood is blijft er niets van hem over, behalve van mijn / vader die in zijn eentje rondloopt waar hij is.’ Nachoem M. Wijnberg verkwist in zijn oeuvre geen tijd met bijzaken, en op zoek naar de hoofdzaak blijft hij altijd weer stilstaan bij wat zijn aandacht trekt: toneel, Socrates, uitzonderingen op de regel, het zonlicht en zijn dromen. Elke tekst opnieuw schept de dichter Wijnberg een onovertroffen illusie van overzicht.

Jury VSB Poëzieprijs 2009
Rob Schouten, voorzitter
Erwin Jans
Maaike Meijer
Daniël Rovers
Anne Vegter

(Juryverantwoording VSB poezieprijs)

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 december 2007

Verhalenwedstrijd levert fraai uitgeven bundel op
Recensie door Karel Wasch

Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond organiseert jaarlijks een tweetal wedstrijden (poëzie en verhalen). De wedstrijd voor verhalen leverde dit jaar het fraai uitgegeven boek Zenit op. Daarin 44 verhaaltjes (aantal woorden was beperkt) van uiteenlopende snit en kwaliteit. Aan de wedstrijd deden in totaal 187 mensen met een verhaalinzending mee.

Lees meer