15 december 2015

Die vleugels II – Leo Vroman

Nieuwsberichten uit onbekend gebied

Recensie door Menno Hartman

Ik besta, nog in leven,
uit een warm lijf, omgeven
door al zijn producten:
zo’n zestig boeken gevuld
met soms wel gelukte
gedichten en stukken.

Zo’n zeven decennia waarde Leo Vroman rond in de Nederlandse literatuur, haast zonder er ooit lijfelijk bij te zijn want hij woonde sinds 1947 in Amerika. Zestig boeken schreef hij naar eigen zeggen. In 1974 verscheen het gedicht ‘stijlfiguren: de asyndetische vergelijking’, dat opgenomen werd in Lodewick’s Literatuurgeschiedenis van na 1916. De vergelijking-zonder-verbindingswoord. Ik herinner me de huivering van: ‘dit papier; mijn huid’. De directheid ervan: de kracht van dat beeld, dat het papier de huid van de dichter zou zíjn.

Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid;
verzacht het vreemde door de druk verstenen
van het geschreven woord, of spreek het uit.

Menige verzen heb ik al geschreven,
ben menigeen een vreemdeling gebleven
en wien ik griefde weet ik niets te geven:
liefde is het enige.

Aan de lange rij van Vromans dichtbundels is nu met Die vleugels II een einde gekomen. Na het lezen van deze omvangrijke bundel en terugkijkend naar bijvoorbeeld dit vers zie je hoe constant dit oeuvre uiteindelijk is.

Die vleugels II − naar wens van de dichter een pendant gebleven van zijn laatste bundel Die vleugels − bestaat uit enkele honderden gedichten geschreven tussen zomer 2012 en 10 februari 2014. Vroman stierf op 98-jarige leeftijd op 22 februari 2014. Dit boek vormt dan ook een voor iedereen toegankelijk document van de laatste jaren van een mens. De wijze waarop hij omziet, de manier waarop hij de dood tegemoet treedt. Wat daarbij opvalt is de constante van dat stukje uit het gedicht van 1974: ‘liefde is het enige’, Vromans testament is een niet-religieus testament van de liefde. De zeer lichte toon in vrijwel al zijn latere poëzie springt echt in het oog. Waaruit bestaat deze lichtheid? Allereerst: rijm. Rijm is de bougie van Vromans dichterschap, hij zet zichzelf eenvoudig aan door middel van rijm. Zijn rijm is in dit late werk soms stuntelig of eerder: snel goed genoeg, maar levert toch weer heel vaak een verrassend beeld op:

Ik wil niet graag meer willen.
ik vind dat het iets heeft
van een paard dat zijn eigen billen
zweepslagen geeft.

Dit is geen geslaagde strofe, maar het doet er niet toe bij Vroman, de zin in zijn hoofd ‘dat hij niet meer wil willen’ laat immers maar weinig mogelijkheden voor de derde zin. En knap is dan dat het beeld veelzeggend is: willen als jezelf voortdwingen, en daar genoeg van hebben. Overigens weeft Vromans er nog regelmatig moeiteloos een volmaakt sonnet doorheen. Je ziet aan de gedichten dat aardse faam of technische volmaaktheid volledig buiten Vromans aandachtsgebied liggen: hij schrijft gedichten omdat hij dat al zo’n lang leven doet. Vromans poëzie is mindful: oordeelloos, in het heden.

Deze bundel is een oefening in laconiek sterven. Vromans schrijffrequentie is hoog: op sommige dagen schrijft hij 3 gedichten. Als het lichamelijk minder ging, is hij er soms een paar dagen uit. Zijn wereld is klein: het uitzicht vanuit een hoog gebouw, het weer, dat zijn de weinige impulsen van buiten die het tot in de gedichten redden. Veel van het werk gaat op een luchtige manier − slechts een heel enkele keer vermoed je een dichtgeschroefde keel − over het einde. Wat opvalt is het opmerkelijke weinig voorkomen van een ‘verleden’. Op blz. 206 staat er zo een: de dichter sluit de lamellen en stelt zich het schemerlicht van Indische middagen voor: ‘ik hoop dat Java nog zo is / als het Java dat ik nog zo mis.’ Maar waarom zijn herinneringen in dit werk zo zeldzaam? Omdat je iets herinneren en ‘laconiek sterven’ niet verenigbaar zijn? Omdat een groot verleden ẻn uitzicht op de dood altijd tot droefenis moet leiden? Dan valt bij lezing opeens op wat deze poëzie allemaal níet is: zij is níet zwaarmoedig, níet cultuurpessimistisch, níet herinnerend en toch diep.

want ik heb wel verdriet
maar ik voel het niet

Voegt hij dan raadselachtig de lezer nog ergens toe.

Dit

Ik noem mijn boek meestal een stel gedichten
maar deze keer doe ik dat niet,
ik noem het een stel nieuwsberichten
uit een onbekend gebied,
een door bliksemlicht verlichte
geschiedenis waar niets in geschiedt,

een dagboek van lange nachten
waarin de daden en de dingen
van overdag nog even trachten
de ware dromen en gedachten
te verdringen,

en ik leef nog in de wankelende waan
dat dit alles beter is geweest
dan ik het zelf heb kunnen maken.

Laat mij maar slapende geloven aan
een lieve bovenaardse geest
en nooit ontwaken.

Zeer dicht bij de dichter zelf is deze poëzie en daardoor soms ook wat klein. Het klinkt haast blasfemisch, maar je er kunt vraagtekens bij zetten of we alle pakweg 220 gedichten in deze bundel moeten hebben willen lezen. Maar het vreemde is dat je dat − eenmaal begonnen − toch doet. Omdat Die vleugels II veel meer is dan een dichtbundel, het is een verzameling afsluitende observaties van een leven, een verzameling waarin verbazing, liefde en lichtvoetigheid nog de boventoon kunnen voeren. En dat is mateloos intrigerend in een hoofd van 98 jaar: ‘slotakkoorden van mijn stoffelijk bestaan.’
Vroman deed het weer: direct het papier van deze bundel zijn levende huid te laten zijn.

Dinsdag, 20 augustus 2013

Misschien ontplooit zich Wereldvrede
niet als een mooi Donderslag
of het hijsen van een Nieuwe Vlag,
maar met kleinigheden:

De krant is maar 1 pagina,
het Nieuws is ochtendgymnastiek,
iets over mussen, en daarna
klassieke muziek,

je moet opeens een vijand bellen
die lang geleden
is overleden

en hem eindelijk vertellen
dat haat, dat liefde, dat
ja     wat

 

Deze bespreking verscheen eerder in Poëzietijdschrift Awater

Die vleugels II
Leo Vroman
ISBN: 9021457946
160 pagina's
Prijs: € 18,99

Meer van Menno Hartman:

22 april 2016

De macht om te binden of te ontbinden

Over 'District en Circle' van Seamus Heaney
16 april 2016

Een goed observeerder

Over 'Wat huid is' van Peter du Gardijn

Recent

22 augustus 2017

Variabele verhalen in prettige stijl geschreven

Over 'Astronaut' van Pieter Kranenborg
17 augustus 2017

Vergeefse strijd heeft een mooie bundel opgeleverd

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm

Verwant