New York en Californië

Er lopen mieren over het aanrecht. Elk jaar rond dezelfde tijd, meestal verdwijnen ze na een tijdje weer. Op het punt dat ze overal zitten, op mijn handen kruipen, denk ik aan lokdoosjes. Voor ik daar aan toekom, zijn ze op een dag weer verdwenen. Alsof ze er nooit geweest zijn. Mieren horen bij warme, kleverige dagen. Maar het is koud. Ik trek een extra paar sokken aan, draag twee vesten over elkaar. Loop me warm van keuken naar woonkamer en weer terug. Veeg in het voorbijgaan wat mieren van het aanrecht. Die geluidloos op de grond vallen, of ergens onderweg oplossen, want ik zie ze nooit neerkomen. Met een Hollands Diep uit 2009 ga ik aan de keukentafel zitten. Een editie over New Yorkse schrijvers en kunstenaars, en Lou Reed. Vanuit mijn ooghoek zie ik soms iets bewegen. Alsof de zwarte friemeltjes op het witte aanrechtblad opeens aan de wandel gaan. Het zijn natuurlijk de mieren. 

Ik blader door het magazine. Lees de Brooklyn reportage door Robbert Ammerlaan, Brooklyn het kloppend hart van de Amerikaanse literatuur. De wijk van Henry Miller, Bernard Malamud, Woody Allen. Later van Paul Auster, Jonathan Safran Foer, Jennifer Egan, Jonathan Lethem. Ammerlaan bezoekt er de café’s waar schrijvers met hun laptop zitten. Je wilt er heen. In je hoofd maak je berekeningen of er een vliegticktet naar NY af kan. Voor je het weet bezoek je de woningruilsite www.craigslist.com, getipt in de rubriek ‘Nederlanders in New York’. Als de onmogelijkheid van een bezoek aan New York tot me doordringt, bestel ik online The New York Review of Books bij boekhandel Athenaeum. ‘A touch of literature’.

Ik lees de rubriek ‘Nederlanders in New York’, hun tips. Sommigen wisten bij hun eerste bezoek: ‘Hier hoor ik thuis.’ De favoriete New Yorker voor Jeroen Pauw is een fictief personage. Patrick Bateman uit American Psycho van Brett Easton Ellis. Het boek was zijn reisgids. Ik denk aan Scherven, het laatste boek van Ellis dat vorig jaar verscheen. De eerste die ik van hem las. Dit boek zou je als plattegrond van Californië kunnen gebruiken. De weg van Beverly Hill naar MullHolland door de canyons, naar Hollywood, Palm Springs, San Francisco. Ook dat zou ik kunnen doen. Een ticket naar Californië. Met een auto langs al die plaatsen die je uit liedjes en films kent. Scherven is een fascinerend boek. De vertellers naam is Ellis, speelt in de tijd dat hij schreef aan zijn debuut, Less Than Zero. Waarvan hij verslag doet in Scherven.

Bret Easton Ellis was fan van Joan Didion. Hij schrijft: ‘In 1981 zat ik diep in mijn Joan Didion-fase, een schrijfster die we leerden kennen toen meneer Robbins, mijn leraar Engels, ons het jaar ervoor Slouching Towards Bethlehem te lezen gaf, en al snel begon ik blind te varen op de essays en een andere bundeling, The White Album, en haar Hollywood-roman Play It As It Lays – in die tijd probeerde ik haar proza in mijn fictie te imiteren – de speciale toon die ze wist te bereiken, daarnaar streefde ik als schrijver.’ Zulke dingen lees ik graag. Toen moest ik denken aan Club Mars van Rachel Kushner, dat naast mijn bed ligt. Het speelt zich af in een vrouwengevangenis in Noord-Californië. Een roman vol duistere, ontluisterende, persoonlijke verhalen. Van Kushner wordt gezegd dat haar proza leunt op de stijl van Didion. Ik hou van Didion.

Voor de leesgroep ‘224 blz.’, lees ik, Ik kom hier nog op terug van Rob van Essen. Een tijdreis-roman, qua binnenwereld van de protagonist een echte Van Essen. ‘Je zou willen dat je terug kon gaan in de tijd om het ongedaan te maken, om ongedaan te maken wat je  had verzonnen.’ Want van wat je je herinnert dat er gebeurd is, klopt veel niet. Dit boek is een plattegrond, van Amsterdam, van brug naar brug, van Deventer naar Rijssen en van de weg terug in de tijd. Ondertussen lees ik in Hollands Diep hoe Lou Reed wel ‘duizend keer’ dood had kunnen zijn door drank en drugs gebruik. Dat is ook wat in Scherven en Club Mars speelt, drank, drugs, sex, en muziek uit de jaren tachtig. Dat alles friemelt door mijn hoofd, als mieren op een aanrecht.

 

 


Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft over wat ze leest.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Inge Meijer: