4 februari 2010

Nescio: Nieuw werk en verzameld proza herdrukt

Brieven uit Veere – Nescio

Kort geleden kwamen twee brieven voor de dag, geschreven door de jonge Frits Grönloh, de latere schrijver Nescio, aan zijn vrouw Agaat Tiket. Grönloh is in juli 1908 veertien dagen in Middelburg en Veere, in z’n eentje; zijn hoogzwangere vrouw is thuisgebleven. Aanvankelijk kan hij er zijn draai niet goed vinden, maar dan wordt hij gegrepen door Veere en het dagelijks leven daar. Hij geeft zich geheel over aan het ritme van de getijden en het uitvaren en binnenkomen van de boten, gaat mee met de vissers, zit uren op de toren van de Grote Kerk en verliest ieder besef van tijd en plaats: ‘Ik doe aldoor ’t zelfde net als ’t water en de Arnemuiders. De eene golf rolt over de andere en daarna zie je ze nooit weer om, zoo leef ik hier, de uren beteekenen hoogstens eten, overigens is ’t water hoog of ’t is laag en als ’t een tijdje donker is ga je naar bed.’ Het is alsof Japi de uitvreter hier aan het woord is.

In een nawoord gaat Nescio-kenner Lieneke Frerichs in op de omstandigheden rondom deze Zeeuwse ervaring, en op de relatie met het verhaal De uitvreter en andere teksten van Nescio over Veere. Met een ontroerend briefje van Agaat Tiket aan haar in Veere verblijvende man als verrassend slot.

Brieven uit Veere

Auteur: Nescio
Bezorgd en van een nawoord voorzien door: Lieneke Frerichs
Verschijnt bij: Uitgeverij Van Oorschot (februari 2010)
Prijs: € 15.00

Daarnaast verschijnt opnieuw:

Verzameld proza Nescio

Verzameld proza en nagelaten werk – Nescio

In Verzameld proza en nagelaten werk is allereerst het door de schrijver zelf uitgegeven werk opgenomen: De uitvreter, Titaantjes, Dichtertje en de bundels Mene Tekel en Boven het dal. Daarnaast bevat dit deel een zeer ruime keuze uit Nescio’s literaire nalatenschap. Het zijn voor het merendeel schetsen, die dezelfde niet te omschrijven, maar onvervreemdbare Nescio-toon bezitten. Ze omspannen een periode van bijna zestig jaar, vanaf het epische verhaal De voetreiziger van een zestienjarige beginnende schrijver tot diens Waarschuwing uit 1956: ‘Nescio bestaat niet meer, hij is nu een oud, half invalide mannetje, dat piekert over z’n stofwisseling. Vergelijk daar de Uitvreter eens mee.’
Al dit nagelaten werk ging ongebruikt in Nescio’s bureaula en kwam daaruit tevoorschijn in 1996, tot vreugde van de vele bewonderaars van zijn werk. Toen verscheen pas een monumentale tweedelige uitgave van Nescio’s Verzameld werk.

Het prozadeel met Nescio’s verhalen is al enige tijd niet meer verkrijgbaar. Op veler verzoek brengt uitgeverij Van Oorschot thans een goedkope heruitgave uit.

Verzameld proza en nagelaten werk

Auteur: Nescio
Bezorgd door: Lieneke Frerichs
Verschijnt bij: Uitgeverij Van Oorschot (februari 2010)
Prijs: € 25.00

 

Tot slot is voor € 5,- bij Uitgeverij Bas Lubberhuizen het boekje Is u Amsterdammer? Ja, Goddank. Een literaire wandeling door het Amsterdam van Nescio van Maurits Verhoeff te bestellen.

Nescio wandelgids

Grönloh woonde en werkte bijna zijn gehele leven in de hoofdstad. In 1937 verwoordde hij zijn liefde voor de stad aldus: ‘Er zijn maar vijf dingen die de moeite waard zijn en ik noem ze op in volgorde van belangrijkheid: Amsterdam, het vroege voorjaar, de laatste 10 of 14 dagen van Augustus, vrouwen en de onbegrijpelijkheid Gods. Het belangrijkste heb ik het eerst genoemd.’
Ook Nescio’s verhalen spelen zich grotendeels af in Amsterdam. In dit boek zijn twee wandelingen opgenomen die u voeren langs onder meer Grönlohs geboortehuis, zijn lagere en middelbare school en zijn woonhuizen. Vanzelfsprekend worden daarbij de meest Nesciaanse plekken van Amsterdam, zoals de Sarphatistraat en het Oosterpark, niet overgeslagen.

Recent

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer