15 augustus 2016

Moraliserende wijsvinger

Door Adri Altink

Kunstenaars die maatschappelijk betrokken zijn zoeken naar verbeelding van het vluchtelingenprobleem. Ze kunnen niet anders. Het is hun manier om ongerustheid, verbazing, gekrenktheid en zorg te uiten. Werk dat die voedingsbodem heeft spreekt veel sterker aan dan wat wil moraliseren of overreden. Zo vergaat het mij althans. De afgelopen tijd stond ik op verschillende manieren tegenover uitingen van beeldend kunstenaars over vluchtelingen. En ik vroeg me af, waarom het ene werk me meer raakt dan het andere.

Van Michiel Voet is een serie geënsceneerde foto’s onder de titel The invisible Man (er bestaan ook een boek en een toneelversie van). Hij is illegaal in Nederland. Op de foto zien we een man onder iets wat een dekbedovertrek lijkt. Hij draagt nette schoenen en een broek met een scherpe vouw. Het zou een kantoorman kunnen zijn. Ook het dekbedovertrek (het woorddeel ‘dek-‘ geeft hier wel toepasselijk de verhulling weer) ziet er schoongewassen uit. Het kleurenpatroon is mooi. De compositie van de foto is fraai. De figuur lijkt te staan tegen een achtergrond die me aan de muren in de gangen van de Tweede Kamer doet denken.

De man houdt duidelijk met zijn handen de bovenhoeken van het dek omhoog. Er vallen plooien in het doek die het geheel verlevendigen. Maar ze zouden net zo goed sporen kunnen zijn van een worsteling zich te bevrijden. De kunstenaar heeft zijn werk voorzien van een uitvoerig verhaal, dat is te lezen op zijn site. Waar nog veel meer foto’s te zien zijn.

De foto raakt me en brengt me in verwarring. Alles is er mooi aan. Er wordt ook niet geheimzinnig gedaan. Ik zie een goed geklede man. Ik weet dat hij een Algerijn is. Ik weet zelfs zijn naam: Karim Ramtani. Hij is 23 jaar en zit zonder land. Er wordt niet geheimzinnig gedaan. En toch klopt er iets niet.

KUNSTrePUBLIC Een tweede kunstwerk zag ik op de manifestatie Sonsbeek 2016 in Arnhem, titel: VVest Life. Ook hier is het thema de vluchtelingenstroom. Het Berlijnse kunstenaarscollectief KUNSTrePUBLIK zette een stervormig parlementsgebouw neer dat geheel is opgebouwd uit zwemvesten die zijn verzameld op Lesbos. Op de top een EU-vlag en binnenin zitjes, eveneens van zwemvesten. Regelmatig klinkt vanuit speakers geschreeuw of worden liederen gezongen. Ik moet toegeven dat het werk me niet onberoerd liet; toch was er iets waardoor het me minder bleef bezighouden dan bijvoorbeeld de foto’s van Michiel Voet. Ik heb me afgevraagd hoe dat kwam. Het heeft te maken met het moraliserende vingertje dat hier wordt opgestoken: kijk eens wat de vluchtelingen moeten doorstaan en hoe de EU daarmee omgaat. Ik zie commentaar op een wereldprobleem dat met het vingertje wijst. Ik herken het falen van Europa, maar voel me nauwelijks aangesproken.

De onzichtbare man onder het dekbedovertrek roept de vraag op wat zich hier afspeelt. Het beeld dwingt me echter ook na te denken over mijn manier van kijken: hoe snel ben ik tevreden met mijn eerste interpretatie?
VVest Life zegt me dat de politiek faalt. Maar ik zelf blijf buiten schot.

 

Michiel Voet: www.michielvoet.com/the-invisible-man/74-het-verhaal
Sonsbeek/KunstrePUBLIK: www.sonsbeek.org/nl/sonsbeek-2016-transaction/kunstenaars/kunstrepublik  (tot 18 september).

 

 

Recent

25 september 2017

Een waardig gedragen ongeluk

24 september 2017

What's in a design

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

Literair Nederland - 10 jaar geleden

08 oktober 2007

Noeste gelovigen die de Texaanse prairie trotseren tegen beter weten in. Wrede indianen die hun voormalig territorium verdedigen. En de Amerikaanse burgeroorlog op de achtergrond. De nieuwste roman van Arthur Japin is een prachtig geschreven historische roman met een sympathieke maar chagrijnige oude vrouw in de hoofdrol. Een vrouw die dingen heeft moeten doorstaan die je niemand toewenst. Het moment dat de laatste indianenstam zich besluit over te geven wordt voor haar een reis naar het verleden.

Sallie “Granny” Parker en haar man, kinderen, schoonzonen en kleinkinderen trekken er rond 1835 op uit om een fort te bouwen in Texas. Als pioniersfamilie hebben ze een stuk grond gekregen midden in het leefgebied van een indianenstam: de Comanche. Deze staan bekend als een van de wreedste stammen van het land. Binnen de hoge muren van hun fort wanen de Parkers zich echter veilig. Tot die ene dag aanbreekt waarop de indianen haar halve familie doden en de rest ontvoeren.

Lees meer