Ik ging eropuit die tweede dag na de lockdown, alleen uiteraard. Liep over zandwegen met kuilen volgelopen met regenwater. Zag een torenvalk in de top van een kale boom. Hij spreidde vleugel voor vleugel zijn veren breeduit, pikte erin met zijn snavel, schudde zijn staartveren, koesterde zich in het zonlicht. Ik kon behoorlijk dichtbij komen, ook een torenvalk verlegt zijn prioriteiten, wordt roekeloos als het licht op hem schijnt. Toen vloog hij met veel misbaar omhoog, van me weg. Verder lopend, kwamen er gedachten in me op die het gevolg waren van wat ik op de radio had gehoord. Ik denk nooit aan wc papier, nu drong het zich aan me op, moest ik dat nu bij de Action halen, om de supermarkten te ontlasten? Dat had iemand van de retail gezegd, het klonk logisch. En of ik voor mijn koffie dan naar de Hema zal gaan, en kaarsen, zijn die essentieel? Ik vroeg me opeens af of ik mijn krant nog wel bij de supermarkt kon halen, zo niet, waar dan als de Primera alleen open is voor postpakketjes. 

Ik dacht: zal ik iemand een boek sturen, ik heb er genoeg. En als ik dan binnen ben bij Primera, ach, dan pak ik gewoon een krantje mee. Toen zag ik beelden van die meneer in het journaal voor me, met dat pak printpapier van de Hema onder zijn arm. Dan denk ik, Andy Warhol, dat in de toekomst iedereen zijn 15 minuten van beroemdheid zal hebben. In die toekomst leven we nu, stel je voor, zaak is het hoofd koel te houden. Thuis kwam Pessoa erbij, die over alles geschreven heeft, ook over essentiële zaken en roem. In het geweldige boek Kroniek van een leven dat voorbijgaat, vertaald en samengesteld door Michaël Stoker, lees ik in Een brief aan een toekomstig genie, ‘Roem is een vorm van onbeleefdheid. Jezelf voortdurende in de kijker spelen is verachtelijk. De werkelijk superieure mens is zich geheel bewust van zijn superioriteit zonder oog te hebben voor de superioriteit die anderen in hem zien of in hem missen.’ Een nadenkertje, gaat het over de blinde vlekken in het beeld dat ieder van zichzelf creëert? Verdraaid, naast dichter, filosoof, is Pessoa ook therapeut, zag de dingen scherp. 

In wat Pessoa ‘een overdenking voor toekomstige generaties’ noemt, gaat hij uit van de gedachte dat het leven in essentie monotoon is. ‘Geluk bereik je daarom vooral door je in aanvaardbare mate aan te passen aan de monotonie van het leven. Door onszelf monotoon te maken, stellen we ons gelijk aan het leven, hetgeen, kortom, voluit leven is. En voluit leven betekent gelukkig zijn.’ Een vorm van geluk die ik verdragen kan, want, ‘Zich overgeven aan monotonie betekent alles steeds als nieuw ervaren. De burgerlijke blik op het leven komt overeen met de wetenschappelijke blik, want alles is feitelijk steeds weer nieuw: vóór vandaag is er immers nooit een vandaag geweest dat exact zo was als de dag van vandaag.’ Maar schreef Pessoa, ‘Het moge duidelijk zijn dat de burgerman niets van dit alles zal toegeven. Als hij tot een dergelijk inzicht zou zijn gekomen, dan zou hij niet gelukkig kunnen zijn.’ Ach, die discrepantie tussen gelukkig zijn en gelukkig zijn.

 

Dit is mijn laatste column voor dit jaar. Vrolijk kerstfeest en moge het een monotoon 2021 worden!

 

 

Kroniek van een leven dat voorbijgaat / Fernando Pessoa / 351 blz. / vertaling en samenstelling Michaël Stoker / Van Oorschot


Inge Meijer is een pseudoniem, omhelst het monotone leven volgens Pessoa, wast haar mondkapjes.

Meer van Inge Meijer: