21 november 2016

Speling zoeken – K. Michel

Michel daagt de wereld uit

Recensie door Hettie Marzak

In deze verzamelbundel zijn vijf dichtbundels van Michel samengebracht met als ondertitel Alle gedichten tot nu toe. Maar op deze explicite bewering volgde nauwelijks twee maanden later zijn allernieuwste bundel Te voet is het heelal drie dagen ver: de tijdsbepaling ‘tot nu toe’ dient dan wel heel letterlijk genomen te worden. Een grapje van de dichter? Wie door de inhoud van het boek bladert, komt al gauw tot de conclusie dat die vraag gerechtvaardigd is, want humor is Michel zeker niet vreemd. Ten dele komt dat ook tot uitdrukking in de titel Speling zoeken, die ontleend is aan een regel van Breyten Breytenbach uit diens boek
n Seizoen in die paradys: ‘Ik speel niet, ik zoek speling.’ Michel vatte dit volgens zijn schrijven aan Rutger Kopland op als ‘het zoeken naar bewegingsruimte in de etiquette van de taal, in de codes die voorschrijven hoe het hoort; met als doel om bewegingsruimte te creëren, om even diep adem te kunnen halen.’

K. Michel (pseudoniem van Michael Kuijpers, dat hij vormde door de eerste letter van zijn achternaam als initiaal te nemen en van zijn voornaam zijn achternaam te maken) debuteerde in 1989 met de bundel Ja! Naakt als de stenen, een verzameling gedichten gelardeerd met een overvloed aan uitroeptekens en imperatieven, waarmee een schuimende overmoed uitdrukking geeft aan een ‘Sturm und Drang’- periode, die door niemand ooit beter omschreven werd dan door Marsman met zijn ‘Groots en meeslepend wil ik leven / hoort ge dat, vader, moeder, knekelhuis!’. Geheel in deze geest daagt Michel de hele wereld uit: ‘Bwoehoeoe! / Grote boze wereld!  […] / Bwoehoehoeoeoe! /  Mij pakken ze niet meer’

Optimisme en blijmoedigheid voeren de boventoon in deze bundel: de titel ‘a capella’ die aan het eerste deel is gegeven, duidt er al op dat het leven een feest is dat bezongen moet worden:

Yaaa!
Het leven voorbij de namen.
Yaaa!
De liefde die danst.
Yaaa!
Duizend miljoen seringen.

Alleen het hier en nu lijkt van wezenlijk belang te zijn, al wordt er in Jeugdherinneringen even teruggeblikt op het verleden, maar ook hier alleen lichtvoetigheid en speelsheid. Deze dichter put niet uit de bron van een ongelukkige jeugd, dat mag duidelijk zijn: water, licht, zon en kleuren zijn de hoofdbestanddelen in deze feestelijke eerste bundel. Dit is poëzie waar je blij van wordt.

De vijf opgenomen bundels laten een ontwikkeling zien van jeugd naar volwassenheid: al in de tweede bundel Boem de nacht wordt de toon ernstiger en nadenkender. Waar in de voorgaande afdeling alle gedichten iets vertelden over de dichter zelf, hoeft het onderwerp van de gedichten  niet meer het persoonlijke ik te zijn, maar kan nu ook een derde persoon beschreven worden:

Ze is een jaar of veertig
haar kinderen zijn op de jongste na
allang het huis uit
en haar man, ander onderwerp

De wereld is groter geworden en de dichter beperkt zich niet alleen tot zijn directe omgeving. Toch lijkt Michel zich in deze verzamelbundel steeds de vraag te stellen wie hij is in verhouding tot dat wat hem omringt en zoekt hij voortdurend naar de samenhang van patronen en processen. Hij probeert de ordening van de dingen te begrijpen om tot het wezenlijke te komen, ontdaan van alle franje. Wat daarbij het meest opvalt, zijn de grillige ideeën en de speelse, originele invallen die hij gebruikt: zo wordt de dichter letterlijk opgevoerd als een fossiel, kunnen bomen praten, laat hij gras dromen en wordt in het gedicht Ook de vissen de Haagse Hofvijver rechtstandig overeind gezet ‘als een majestueuze wand van water’. Ook in zijn beeldgebruik komt een heel eigen kijk op de dagelijkse dingen naar voren: zo schrijft hij in het gedicht Op weg naar de koelkast : ‘Ik voel me beroerd, een gebroken ei / een blote dooier schommelend in een glazen kom’. Wie wel eens gekeken heeft naar zo’n dooier, weet dat de vergelijking van Michel niet treffender kan zijn: je zou er zelf nog beroerd van worden. Verderop worden saaie sanseveria’s – toch niet het grootste geschenk van Moeder Natuur aan de mensheid –  verrassend vergeleken met ‘Een rij groene chorusgirls / die één been hoog de lucht in gooien.’  Michel goochelt met woorden op een ogenschijnlijk vanzelfsprekende, gemakkelijke  manier en laat de lezer met de achterkant van de dingen kennismaken, waardoor eenvoudige objecten plotseling vanuit een heel nieuw perspectief bekeken kunnen worden: zo krijgen de alledaagse, vertrouwde dingen een andere interpretatie.

Niet alle gedichten zijn even sterk: sommige zijn zo zeer een verwoording van de innerlijke gedachtewereld  van de dichter dat het voor buitenstaanders niet langer begrijpelijk is en tot wartaal verwordt. Soms spreekt hij vanuit een droom zijn gedachten uit en ook dan is het voor de lezer moeilijk om hem te volgen. Ook waar namen genoemd worden: bijvoorbeeld ‘Als Ans er niet geweest was!’ in het al eerder genoemde gedicht Jeugdherinnering, voegt dat voor de lezer niets toe. Ook zijn er gedichten die zo raadselachtig zijn van inhoud, dat de schouders ophalen en verder bladeren het enige is dat er voor de lezer opzit. Andere gedichten doen sterk denken aan Toon Tellegen of ook wel aan Ted van Lieshout en het verhaal van de man die op de leeftijd was dat hij ‘liever een sprekende kikker [had] dan een prinses’ is verre van oorspronkelijk. De verwijzingen van Michel naar andere auteurs en hun werken duiken overigens vaak op in zijn gedichten, echter zonder hieraan een speciale nadruk te geven.

Elke opgenomen bundel lijkt beter dan de vorige: naast de filosofische visie op de dingen sluipt er een melancholische sfeer door de gedichten, zonder dat er iets aan de speelsheid en originaliteit verloren gaat. De gedichten worden complexer en indringender, zoals in het mooie gedicht ‘Lieve’, waarin een schetterende megafoon aankondigt dat de chemokar in de straat is. Het simpele ophalen van chemisch afval wordt tot een: ‘luguber […] klinken […] voor hen die kanker hebben’. Dit leidt tot een bijbelse vervloeking van de dichter: ‘Moge de wind opsteken / en de regen een vuist maken / de luidspreker platslaan’. Het verschil met de gedichten uit de eerste bundel kan nauwelijks groter zijn. Wat niet betekent dat Michel zijn humor is verloren:  de beginregel ‘Marx ging naar Zaltbommel om zijn oom te zien’ behoeft nauwelijks toelichting. Ook humor door zelfspot treedt regelmatig op en steeds weet hij het komische met het plechtige element te verweven. Het gedicht ‘Indringend lezen volgens dr. Drop’ is daar een schitterend voorbeeld van.

Michel ontdoet de daagse dingen van hun zwaarte zonder ze daarmee aan kracht en betekenis te laten inboeten. Hij geeft aan zijn gedichten een speelsheid die dwars tegen logica en realiteit ingaat, maar het kost geen enkele moeite om hem op zijn kronkelige pad te volgen. ‘Al dat gepuzzel, man, alsof niemand weet / dat het allemaal draait om vertalen / het halen van adem, het eten van brood’.

 

 

Speling zoeken
K. Michel
Verschenen bij: Atlas / Contact
ISBN: 9789046705797
240 pagina's
Prijs: € 15,00

Meer van Hettie Marzak:

5 juni 2017

Tegenstemmige poëzie als een oorlogswond

Over 'ik hier jij daar' van Ghayth Almadhoun ; Anne Vegter
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
24 april 2017

Knappe roman in sobere stijl geschreven

Over 'Probeer om te keren' van Marijn Sikken

Recent

23 juni 2017

Een disharmonisch tegengeluid

Over 'De wolkenmuzikant' van Ali Bader
22 juni 2017

Een lekker tussendoortje

Over 'De spionne' van Jean Echenoz
21 juni 2017

Van een fascinerende wispelturigheid

Over 'J.B.W.P.Het leven van Johan Polak' van Koen Hilberdink
20 juni 2017

Een mens van vlees en bloed

Over 'Chelsea Girls' van Eileen Myles
19 juni 2017

Stinkende lijven en slapeloze nachten

Over 'Tien dagen die de wereld deden wankelen' van John Reed