Menselijke contacten

Toen zondag de week tot stilstand kwam, was het lente. De tuin trok maar je bleef binnen. Je werd ergens verwacht maar meldde je af. Er dreigde hoofdpijn. Lezen in Martelaarschap, Dagboeken 1965-1974 van J.J. Voskuil was de enige manier om rust te vinden. Niets fijner als lezen hoe anderen dagelijkse verplichtingen trotseren, vriendschappen onderhouden, standhoudt in het huwelijk. Dingen waarin je wel eens verstek laat gaan. Na de hoofdpijn kwam de slaap, waarna alles weer helderder werd. Op 4 september 1971 noteerde Voskuil hoe hij opknapt van een hoofdpijnaanval.‘ ‘s Avonds, als die langzaam wegtrekt, de bekende helderheid die alles doorziet en wijsgerige rust geeft. De eerste voorzichtige slokjes alcohol, die de hoofdpijn verder terugdringen. Een gelukkig man.’ Dan weet je dat de som van migraine geluk is.

In Martelaarschap staan lange brieven waarin menselijke relaties worden uitgemeten. Brieven die je gretig leest, daarbij jezelf direct (in het uitspinnen van gedachten) op achterstand voelt staan. En dan de momenten van wrijving, ruzie met L.. Het elkaar niet begrijpen, het achteraf uitspreken van wat er verwacht werd (en waar opnieuw ruzie van komt) is fenomenaal. De aanschaf van een nieuwe stofzuiger gaat niet zonder slag of stoot. L. is voor een Siemens, hij een Miele. Op 12 juni bezochten ze de V&D en de Bijenkorf. Op 14 juni 1973 wordt op de Prinsengracht een Miele gekocht. Op 16 juni staat deze nog steeds in zijn verpakking, ‘Aan eigendom moet je langzaam wennen.’ noteert hij fijntjes die dag. Dat maakt het lezen van deze dagboeken zo heerlijk, op zeker moment de zelfreflectie.

Op zaterdag 30 juni noteert hij dat hij na het eten de rem van L.’s fiets heeft gerepareerd. Zij verwachtte dat hij kwam afdrogen, waarover onenigheid. Hij stelt voor te gaan fietsen. Hij had moeten vragen (van L.) of ze eerst boodschappen moesten doen. Want, ‘Ze heeft al boodschappen gedaan, en ze had willen fietsen, maar het had een verrassing moeten zijn.’ Als ze dan toch fietsen, hij voor zij achter, is ze geërgerd ‘dat we rechtsaf slaan’. Even later roept ze kwaad ‘dat ik aan de verkeerde kant van de verkeerspaal langsrijdt’. Later vraagt hij welke kant ze liever op wil. Zij zegt dat hij geen rekening met haar houdt. Even daarvoor had ze gezegd dat hij geen rekening met haar hoefde te houden. De betekenis van iemand die zegt dat je geen rekening met hem/haar hoeft te houden, is meestal dat je er wel rekening mee moet houden. Dat moge duidelijk zijn.

De dunne lijn waarop het huwelijk balanceert. Op zijn verjaardag 1 juli, zitten ze bij Américain. ‘L. met een pils en ik met een sorbet, omdat ik het er op mijn verjaardag eens van wilde nemen, wat L. weer wat verdrietig maakte achteraf, omdat ze het niet aardig vond dat zij voor die ene keer niet ook een sorbet had genomen.’ Waarna hij concludeert, ‘Zonder L. zou ik helemaal nergens zijn.’

Op 11 juli ziet hij bij thuiskomst een onbeschreven girobiljet op zijn bureau liggen. “‘Wat moet dat girobiljet daar”, vroeg ik, geprikkeld en bereid om overal ruzie over te maken.’ God, wat neemt die man zich voor je in, hij zou het liefst de wereld de rug toekeren maar zal dit nooit doen. Alleen al door L., die hem bij de les houdt. Zouden huwelijken met de heftigste ruzies het langst duren?, denk je opeens. Je moet aan Joan Didion denken, die na het overlijden van haar man John Dunne (waar ze zeer trouw aan was gewesst) zei dat ze niet gelukkig waren. ‘Hij had een driftig humeur, werd driftig om alles.’

Op 7 augustus noteerde Voskuil, ‘Vannacht werd ik zo triest wakker dat het even duurde voor ik wist waar ik was. Ik kwam tot de conclusie dat het kwam door al die geforceerde menselijke contacten die me dag in dag uit worden opgedrongen. Een onnatuurlijke toestand. Ik zou boer moeten zijn.’ Dat de mens maar een bepaalde hoeveelheid menselijke contacten per week, per dag kan hebben. Dat je alles het best uit kunt houden met een boek op de bank. Dat je van beroep het liefst lezer was geworden, of boerin op een klein stukje land.

 

 


Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft wekelijks een column.

 

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Inge Meijer: