15 juli 2013

Mens of niet – Elio Vittorini

‘En allemaal hadden ze hetzelfde gezicht’

Recensie door Adri Altink

‘En allemaal hadden ze hetzelfde gezicht’

Na achttien pagina’s hebben we bijna uitsluitend dialogen gelezen. Bedrieglijk naïeve dialogen. En toch is de essentie van Mens of niet al aangeroerd: de roman opent in poëtische sfeer met de herontmoeting van partizaan N-2 en Berta in een winter die de zachtste is sinds haar geboorte in 1908. En Selva, bewoonster van het huis waar N-2 en Berta elkaar treffen, heeft hem dan al één van de vragen gesteld waar het in deze roman om draait: ‘Jullie verbeelden je nogal wat. Jullie werken voor het geluk van de mensen, maar wat de mensen nodig hebben om gelukkig te zijn weet je niet. Kunnen jullie werken zonder zelf gelukkig te zijn?’. En verder in het gesprek: ‘Alles heeft alleen maar zin als de mensen er gelukkig door kunnen worden. Is dat niet de enige zin van de dingen?’
Op pagina 78 is het weer Selva die het thema tegenover Berta aanroert. Sprekend over N-2 zegt ze: ‘Een man moet een vriendin hebben. En zeker als hij één van ons is. Hij moet gelukkig zijn. Hoe kan iemand weten wat de mensen nodig hebben als hij zelf niet gelukkig is? Daar vechten wij voor. Dat de mensen gelukkig zijn.’

Het is 1944. N-2 is de tweede man van een partizaneneenheid genoemd naar de wijk Naviglio in Milaan. Zijn groep heeft juist een aanslag gepleegd die door de Duitsers en de in hun opdracht werkende fascistische brigade wordt vergolden.

Elio Vittorini, de auteur van Mens of niet, schrijft uit eigen ervaring. Hij was aanvankelijk zelf fascist, maar toen hij zag wat er tijdens de Spaanse burgeroorlog gebeurde verliet hij die partij. In de oorlog zat hij korte tijd gevangen. Hij sloot zich aan bij de communisten en nam actief deel aan het Milanese verzet tegen de nazi’s en de volgelingen van Mussolini. Al vroeg in zijn leven had hij een grote literaire belangstelling, in het bijzonder voor moderne Amerikaanse schrijvers.
Dat is te merken in Mens of niet. De lezer herkent elementen uit Vittorio’s eigen leven (de gevangenisstraf, de aanslagen, de stad Milaan), terwijl in de stijl en de filosofie van de roman echo’s zijn te vinden van vooral het werk van Hemingway.

Allereerst die stijl. Die vergt van de lezer aanvankelijk overgave aan de staccato zinnen die als een repeterend geweervuur worden afgeschoten. Meer dan de helft van de roman bestaat uit kinderlijk ogende gesprekken vol herhalingen. Maar als je bereid bent er in op te gaan werken ze bedwelmend. Vittorini weet er een sfeer mee op te roepen waarin de filosofie die hij wil overbrengen de lezer des te meer aangrijpt.

Daarbij komt de poëtische kracht van zijn verhaal, waarin hij op een magistrale manier vragen over liefde en de zin van verzet in elkaar vlecht. N-2 en Berta zijn tien jaar geleden verliefd geworden op elkaar, maar hij heeft steeds te belangrijke zaken aan zijn hoofd om zich eraan over te geven. Al die tien jaar lang hangt achter zijn kamerdeur een mantelpak van Berta, dat daar na de eerste ontmoeting is achtergebleven; het blijft hem spookachtig de vraag stellen wat hij eigenlijk met haar wil.

En dan is er Milaan, de grotendeels in puin gegooide stad, met zijn dagelijkse aanslagen en vergeldingsacties. Niet voor niets gebruikt Vittorini zowel voor dit Milaan als voor de niet doorleefde liefde hetzelfde beeld. Herhaaldelijk noemt hij de stad een woestijn en als het spook van Berta’s mantel achter de deur hem aanstaart na een vrijpartij met een andere vrouw waarin het hem erom te doen was zijn mannelijkheid te bewijzen, lezen we: ‘Een man zonder vrouw, ík weet wat het betekent, in een vrouw geloven, een vrouw toebehoren, en haar toch niet hebben, jaren doorbrengen zelfs zonder dat je man bent bij een vrouw, en er dan een nemen die niet de jouwe is en ja, in een hotelkamer vind je dan, in plaats van de liefde, de woestijn van de liefde.’

Vittorini stelt grote vragen over de zin van geweld, het verzet en menselijkheid. Hij kiest niet voor een feitelijke beschrijving van gruwelijkheden, maar maakt die voelbaar in de dialogen en de reacties van daders, slachtoffers en omstanders. De kilheid van de moordmachine dringt zich bijvoorbeeld op in een gesprek waarin een een SS-er aantoont dat de Duitsers altijd zullen winnen omdat ze elke vermoorde landgenoot vergelden door tien vijanden te doden: ‘Wij zijn met negentig miljoen Duitsers. Voor wij alle negentig miljoen dood zijn zouden we negenhonderd miljoen personen gedood moeten hebben. Zijn er negenhonderd miljoen personen op de wereld? Die zijn er niet. Duitsland kan niet sterven.’ Het helpt voor dat standpunt bovendien dat de SS ook voor elke moord op een Duitse hond een Italiaan vermoordt. Ook zo’n geval beschrijft Vittorini des te krachtiger door de pesterijen te beschrijven die voorafgaan aan de wraak op een oude man die een Duitse hond heeft neergestoken; hij wordt levend verscheurd door andere honden. Van die geweldsdaad zelf geeft Vittorini geen enkel detail, maar hij is o zo voelbaar.

Ontroerend, beklemmend, diepzinnig en daardoor prachtig zijn de hoofdstukken volgend op een executie van Milanezen, waaronder kinderen, vrouwen en een oude man, als vergelding van de aanslag door de partizanen. Ook hier wordt niet de executie zelf beschreven, maar wat die doet met de overlevenden. Omstanders die van de plek waar de lijken liggen weglopen reageren op vragen van anderen met: ‘Ik heb niets bijzonders gezien’. Aan de partizanen dringt zich de vraag op waarom zij als plegers van de aanslag zijn blijven leven, terwijl hier onschuldige burgers liggen als vergelding. De kracht van de voortdurende herhaling maakt de waarom-vraag steeds urgenter, bijvoorbeeld als de partizanen naast een geëxecuteerd meisje de eveneens doodgeschoten verzetsman Foppa aantreffen:

Hij was een vreedzaam man geweest, een eenvoudig man. Waarom was hij dood?

Hij had ook níét kunnen gaan vechten: alleen van de film houden, en van de Chinezen. Maar hij had zich gedwongen gevoeld te gaan vechten, en hij was als het meisje dat van haar bed was gelicht en gefusilleerd. Hij was net zo. Niet minder onschuldig dan zij, en zijn dood was net als die van haar. Niet minder ongerechtvaardigd.

(…) Alle doden zeiden dag. En allemaal hadden ze hetzelfde gezicht.

Niets in dat gezicht was nog open en goed; of standvastig en goed, scherpzinnig en goed, nadenkend en goed; zoals ook niets nog kinderlijk was of fout.

Vittorini velt geen moreel oordeel. Er zijn geen goede en kwade mensen. Er is het kwaad. En dat kan in elk mens huizen:

Ergens wordt er gekrenkt en dadelijk staan wij achter degene die gekrenkt wordt, en we zeggen dat hij de mens is. Bloed? Zie de mens. Tranen? Zie de mens.

Maar hij die krenkte, wat is hij?

Nooit overwegen we dat ook hij de mens zou zijn. Wat anders kan hij zijn? Werkelijk de wolf?

Vandaag de dag zeggen we: het is het fascisme. Of het nazisme. Maar dat het het fascisme zou zijn, wat betekent dat dan? Ik zou het fascisme wel eens los van de mens willen zien. Wat zou dat dan zijn?  Wat zou het doen? Zou het kunnen doen wat het doet als de mogelijkheid het te doen niet bij de mens zou horen?

Laat als lezer Mens of niet van Vittorini binnenkomen. Vouw het boek respectvol dicht. En laat de sporen ervan zijn werk doen.

De roman werd in 1984 en in 1995 ook al in het Nederlands vertaald. Hij kreeg lovende kritieken, maar vond nauwelijks zijn weg onder lezers. Het is goed dat Uitgeverij Schokland de lezer nu een nieuwe kans geeft.

Mens of niet moet gelezen worden.

 

Mens of niet

Auteur: Elio Vittorini
Vertaald door: Anthonie Kee
Aantal pagina’s: 196
Verschenen bij: Uitgeverij Schokland (2013, 3e druk)
Prijs: € 23,90

 

 

Mens of niet
Elio Vittorini
ISBN: 9789081662857

Meer van Adri Altink:

9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
25 juli 2017

Een Limburgse Rémi

Over 'De dagen' van Frans Budé
19 juni 2017

Stinkende lijven en slapeloze nachten

Over 'Tien dagen die de wereld deden wankelen' van John Reed

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus

Verwant

15 juli 2013

Het hedendaags anarchisme van Kropotkin

Over 'Kritische Klassieken Memoires van een revolutionair' van Elio Vittorini
15 juli 2013

Grândola, vila morena en wat volgde

Over 'Portugal, de bloem en de sikkel' van Elio Vittorini
15 juli 2013

Andorra brengt je in verlegenheid

Over 'Andorra' van Elio Vittorini