Marlene van Niekerk – De sneeuwslaper

Onlangs is bij uitgeverij Querido verschenen: De sneeuwslaper van Marlene van Niekerk.

Verhalen kunnen duizend-en-een-nacht vullen, maar zijn veel meer dan een vrijblijvend tijdverdrijf. De vier verhalen die samen De sneeuwslaper vormen, gaan over de grondslagen van het verhalen vertellen – en dus over het wezen van de literatuur. Samen vormen ze een strange loop waarvan het begin en het einde niet te achterhalen zijn.

Marlene van Niekerk liet zich inspireren door J.M. Coetzee, die met The Lives of Animals en Elizabeth Costello bewees dat fictie als vehikel gebruikt kan worden om de aard en de betekenis van het scheppend handelen aan de orde te stellen. ‘Wij vertellen verhalen omdat wij zoeken,’ stelt zij, ‘niet omdat wij weten wat de waarheid is.’

Marlene van Niekerk (Zuid-Afrika, 1954) studeerde filosofie en literatuurwetenschap en is hoogleraar aan de universiteit van Stellenbosch. Na twee dichtbundels en een verhalenbundel brak zij in 1994 door met de roman Triomf, die bekroond werd met vele prijzen, waaronder de Noma-prijs voor het beste boek van Afrika. Grote internationale bekendheid verwierf zij met Agaat, een roman die ook in Nederland en Vlaanderen zeer goed werd ontvangen. Van de Nederlandse vertaling werden sinds de publicatie in 2005 meer dan 35 000 exemplaren verkocht.

De pers over Agaat: ‘Marlene van Niekerk schreef een magistrale roman over de intieme machtsverhoudingen tussen twee vrouwen, de ene een blanke grootgrondbezitster, de andere haar zwarte ‘meid’. Liefde, genegenheid, wrok en haat kleuren een symbiotische relatie,’  De Telegraaf. ‘Niet vaak is vernedering zo prachtig neergezet als in deze roman. ‘ NRC Handelsblad. ‘Er is nauwelijks een fijnzinniger analyse denkbaar van vijftig jaar Afrikaanse geschiedenis.’ Vrij Nederland.  ‘Een grootse roman.’  De Groene Amsterdammer.

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 juni 2011

Recensie door: Karel Wasch
Recensie door Karel Wasch

Jan Kleefstra (1964) en Floris Brown (1948) hebben deze bundel gedichten samen gemaakt. Dat is echter minder opmerkelijk dan het lijkt. Jan Kleefstra dicht vaak in het Nederlands, maar ook in het Fries, Floris Brown in het Zuid-Afrikaans. Deze twee talen hebben hun wortels in het Nederlands. Die talen hebben een klank en een zuiverheid (excusez!) die bijna  als een oervorm van Nederlands aandoet. Bovendien delen beide dichters hun liefde voor de natuur. Kleefstra is een verwoed vogelaar en weet alles van een natuurgebied in Friesland, Het lege midden geheten.

Lees meer