Man in rood jack

Waddenblog door Hans Muiderman

Eemshaven

Hoe kan het dat ik van de provincie Groningen nog het rijtje ken en niet alleen de plaatsnamen maar ook de landkaart heb onthouden. De groene kleur van boven, geel daaronder en die vreemde punt rechts naar beneden, die eindigt bij Ter Apel. Rodeschool, hoog in het niemandsland aan het einde van een spoorlijn. Daar was het afgelopen.
De provincie Groningen was de eerste landkaart die ik leerde, stampen was het. En doordat het de eerste was, heb ik die het meest herhaald, denk ik. Herhalen was dé voorwaarde voor onthouden.
Sinds kort kan je nog noordelijker met de trein: van Groningen naar Eemshaven. Maar net op de dag dat ik dit wil uitproberen worden bussen ingezet. Ik neem de camper.
Ik ben geen fan van fabrieken en steenkolencentrales maar ik wil naar de monding van de Eems. De boot naar Borkum vertrekt daar, niet dat ik al plannen heb in die richting maar ik hou van veerboothavens. Net als van vliegvelden. De wachtruimten, de tijd die vertraagd lijkt en de leegte die, ver weg nog, een verwachting in zich draagt. Haastige mensen met rolkoffers als contrast.

En uur later zie ik het vervreemdende beeld van Eemshaven, zo’n plek waar je niets te zoeken hebt. Een mens komt hier niet voor zijn plezier. Alles wat gewoon is  – drie fietsers met bepakking – lijkt te worden opgeslokt door windturbines en enorme bergen waddenslib. De kolencentrale voor me en vrachtwagens in mijn achteruitkijkspiegel. Bij de eerste afslag kan ik naar rechts, bij Google op bezoek, maar ik vind houvast bij de wegwijzer naar Borkum. Er is maar één weg, lijkt het, die zich in lussen door dit gebied slingert.
Ineens is daar de rails. Ik rijd er langs en zet bij het nieuwe stationnetje mijn camper neer. Op het gele stootblok staat de naam ‘Rawie’. Op het station van Groningen had ik de trein naar Eemshaven zien staan, Nienke van Hichtum stond erop. Ik herinner me hoe  prachtig Monic Hendrickx de rol van Nienke speelde in de gelijknamige film van Pieter Verhoeff.

 

 

Naast het station is een trap naar boven met een hek ervoor. Ik trek eraan, onhandig, het klemt, ik ruk, als het zo tegenzit moet ik de Eemsmonding ongezien vaarwel zeggen. Een man met een fluoriscerend jack aan, helpt me. Da’s nieuwigheid, zegt hij. Na een paar treden sta ik boven op de dijk.
Wat een enorme ruimte, wat een rust. Het waait nauwelijks, de golfslag lijkt getekend met gebogen lijnen als op een houtskoolschets.
In de verte de kust van Ostfriesland waar ik al was. Af en toe vaart een boot uit. Op de punt van het havenhoofd staat een man in een rood jack. Even later loopt hij mijn kant uit. Zijn schouders wat naar voren, hij is gewend aan tegenwind. Op het moment dat we elkaar passeren groeten we met ‘moin’, net als aan de overkant.
Als ik naar het water kijk zie ik de rust, als ik me omdraai naar het land heeft alles haast.
Een boot vaart uit. De man in het rode jack staat stil en kijkt ernaar. Wanneer de boot het havenhoofd voorbij is, loopt hij weer door.
We passeren elkaar voor de tweede keer.
‘Mooi schip,’ zegt hij.
‘Ja, ‘n mooi schip,’ zeg ik.
Als ik weer op de dijk sta, zie ik hem lopen in de verte, en stilstaan als er een boot uit vaart. Hij kijkt. Ik kijk naar hem. Voor het eerst van mijn leven ben ik in Eemshaven. Waarschijnlijk staat hij hier elke dag.

 


Hans Muiderman bezoekt eilanden en kustgebieden tot waar de zeeklei ophoudt en het hogere land begint. Hij reist van de Kop van Noord-Holland tot het midden van Jutland in Denemarken. Niet per se in die volgorde maar heen en weer springend.

 

foto: Anneke van Kroonenburg

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

16 oktober 2009

Over Engelse en Tasmaanse hartstocht

De Tasmaanse Flanagan noemt dit boek geen historische roman, maar hij liet zich wel ínspireren door bepaalde personen en gebeurtenissen uit het verleden, zoals Charles Dickens en een verdwenen pool-expeditie van John Franklin. Het verhaal speelt zich behalve in Londen af op de eilanden rond en op Tasmanië in de tijd van de kolonisatie en de kerstening van de Aboriginals (1850).
Hoofdpersoon van de tweede verhaallijn is het meisje Mathinna, dochter van een stamhoofd, die door de regent Robinson wordt gekaapt, nadat een eerdere verzoeningstocht op niets is uitgelopen.

Lees meer