April is inderdaad een wrede maand. Niet alleen volgens dichters en schrijvers, ook boeren weten dat het de maand is die hen de nekslag kan geven. De onrijpe, prille gewassen op het veld en de voorraden geslonken. En christenen, met hun vrolijke Pasen, voorafgegaan door niets minder dan de kruisdood van hun Messias: rond april, het zal allemaal geen toeval zijn. Het ontluiken van leven gaat niet zomaar. Ik ben op weg naar de bieb, buig mijn hoofd tegen de sneeuw en luister naar de soundtrack van Jesus Christ Superstar. De film heb ik zo vaak gezien, dat ik de dorre woestijn en felle ogen van Judas in zijn zon-gebleekte rode hippie tenue moeiteloos voor me zie. Als vijftienjarige verlangde ik van boeken en films dat ze zo echt mogelijk waren. De straaljagers en het zingen leidden me daarom af. Grommend keek ik de film uit.

Het jaar erna was ik verkocht, ik weet nog steeds niet precies waarom. Luisterend naar de soundtrack valt me op hoezeer de focus op Judas ligt, zijn worsteling en verraad, iets wat me eigenlijk weinig interesseert en ook vanuit bijbels perspectief raadselachtig is. Voor Judas en zijn tijdgenoten zal het verraad reëel geweest zijn, maar als je zoals wij, bijna tweeduizend jaar later, het brein achter het plan kent, dan blijkt dat die hele verraders soep veel minder heet gegeten wordt. God had het allemaal zo voorzien.

In de straten bloeien roze ribessen, overdadig witte magnolia’s, kitscherige sierkersbomen. Gelaten vangen ze sneeuw, ze hebben maar even. Her en der ligt bloesem op de stoep bruin te worden. Uit het niets verschijnt de zon, het plotselinge licht is rauw. Ik kan de mensen weer aankijken, denk aan de documentaire die ik een paar weken geleden zag, I am Greta. Zelfs omringd door gelijkgezinden, aan kop van klimaatmarsen, lijkt ze losgezongen van de rest. 

Het gaat allemaal over eenzaamheid. Over weten dat de ondergang of het sterven nadert en dat je vrienden zingen over hoe ze altijd al een apostel hadden willen zijn, zodat ze straks het evangelie over jou kunnen schrijven. En ze menen het zo, ze zijn zo ontwapenend en eerlijk in hun verering van J.C. Ze bewonderen zo hard, dat ze de man en zijn eenzaamheid niet meer zien. Niet kunnen zien, misschien. Mijn bibliotheekbezoek duurt kort, je kunt alleen gereserveerde boeken afhalen. Ik mis de bieb, of val ik nu in herhaling? Ik leen David Vann, Legende van een zelfmoord, aangewakkerd door collega columnist Inge Meijer, omdat het soms inderdaad een tijd duurt voordat je een boek kunt lezen. Op de terugweg sneeuwt het alweer. Dit schrille voorjaar lijkt me er het perfecte moment voor.

 

 


Mariken Heitman is bioloog en schrijver, voor Literair Nederland schrijft zij maandelijks een column. In 2019 verscheen haar debuutroman De wateraapbij AtlasContact.

 

Meer van Mariken Heitman: