Liefde van de kok gaat door de maag

Op het Waterlooplein vond ik jaren geleden de autobiografie van de Zwitserse huisvrouw Rosmarie Buri: Dik en dom. Het is het (on)gewone verhaal van een (on)gewoon leven. Een meesterlijk boek, dat nergens aandacht kreeg maar zich goed zou lenen voor een meeslepende film. Eenzelfde lot trof de uitgave van König Ludwig II speist: Erinnerungen seines Hofkochs Theodor Hierneis, dat in 1953, het jaar waarin Hierneis overleed, verscheen. Dat wil zeggen, totdat regisseur Hans-Jürgen Syberberg er tijdens de research voor zijn film Ludwig – Requiem für einen jungfräulichen König op stuitte en er meteen geschikt materiaal voor een film in zag. En zo verscheen in hetzelfde jaar – 1972 – als Ludwig, ook Theodor Hierneis oder Wie man ehem. Hofkoch wird.

Aan het einde van zijn leven werd de legendarische sprookjeskoning Ludwig II van Beieren zo mensenschuw dat hij zich volledig terugtrok. Hierneis, zijn persoonlijke kok, was dus één van de weinigen die hem in deze periode van nabij meemaakten. 

Syberbergs aanpak is van een verbluffende eenvoud. De oude Hierneis neemt de kijker mee langs de plekken waar hij gediend heeft: de paleizen van Linderhof en Neuschwanstein, het Berghaus Schachen, de Linderhof-grot en de Runding-hut. Hij loopt er rond alsof hij er nooit is weggeweest en vertelt in één lange monoloog vol liefde over zijn belevenissen aan het hof. Natuurlijk, zegt hij, moest je altijd rekening houden met Ludwigs slechte gebit: alles moest zacht zijn, zodat er niet gekauwd hoefde te worden. Soep was nooit een probleem, evenals puree, een mousse, en kievietseieren, een in roomboter gegaard forelletje of urenlang gesudderd stoofvlees, dat ging ook nog wel.

De camera volgt Hierneis, die in de camera vertelt hoe het was. Meer is het niet. De beelden moet je er zelf maar bij bedenken. Eenvoudiger een film maken kan niet en goedkoper en gedurfder evenmin. Een verhaal is er ook al niet, maar je blijft geboeid door de adembenemende tour de force van acteur Walter Sedlmayr (Beiers welvaren, hoedje op), die van Hierneis een gemoedelijke verteller en een aandoenlijke heer maakt. Trots dat hij de koning mocht dienen, ook al zei die nooit dat het eten dat met zoveel toewijding voor hem bereid werd, hem gesmaakt had. Of de liefde van twee kanten kwam, weten we dus niet. Maar de liefde van de kok voor zijn koning was ruim voldoende om voor twee te tellen.

Theodor Hierneis oder Wie man ehem. Hofkoch wird werd bekroond met de Duitse Filmprijs voor beste acteur en beste non-narratieve film. En dat is een merkwaardige combinatie, die past bij een merkwaardige film, waar je moeilijk een etiketje op kunt plakken. In zekere zin is het een kostuumfilm. Maar dan wel de bijzonderste kostuumfilm die ik ooit gezien heb.

 

 


Hans Heesen is filmhuisdirecteur, docent Filmacademie Amsterdam en proza schrijver. Onlangs verscheen zijn derde roman bij uitgeverij IJzer, Tenminste voor een bepaalde tijd.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hans Heesen: