Let op. Sta paf. Zeg het voort.

Recensie door: Adri Altink

‘Het luchtruim wordt steeds leger. In Noord-Amerika zijn er drie miljard vogels minder dan een halve eeuw geleden. In Europa vijfhonderd miljoen minder. In Groot-Brittannië drieënzeventig miljoen minder’. Het gaat de schrijver van deze regels, Robert Macfarlene, aan het hart. En dat zou het iedereen moeten gaan. 
Het citaat is de opening van Het vogelboek van hem dat dit jaar verscheen. Je kunt eindeloos klagen over de teloorgang van de avifauna, maar de auteur doet het samen met illustrator Jackie Morris veel aansprekender: door de schoonheid van die wereld zo te schilderen in woord en waterverf dat de lezer haast zelf de pijn voelt van het verlies. In het Engels luidt de ondertitel A Field Guide to Wonder and Loss. Daarvan bleef in het Nederlands helaas alleen ‘Een veldgids’ overeind.

Zingen met taal

Wonder en verlies zijn de grote thema’s van deze recentste uitgave van het Britse koppel Macfarlane en Morris. Het produceerde samen drie prachtige natuurboeken. Aan Het vogelboek gingen vooraf de kinderboeken The Lost Spells (2020, niet in het Nederlands verschenen) en het eraan verwante The Lost Words dat door Bibi Dumon Tak in 2019 werd vertaald.
Zeer bekend van Macfarlane is ook in Nederland Leeft een rivier? over ontwikkelingen die rivieren bedreigen. In al die boeken is de auteur niet alleen de bezorgde wandelaar en natuurliefhebber maar ook een man die speelt – beter nog: zingt – met taal. Voeg daaraan toe de werkelijk schitterende tekeningen van Jackie Morris en de bijzondere verzorging van de boeken en je beseft dat je echte parels in handen hebt.

Personages

Het vogelboek is opgezet volgens zeven thema’s die als een ontwikkelingsketen aaneen geregen zijn: nest-ei-snavel-zang-veer-vliegvermogen-trek. Elk van die thema’s wordt beschreven als een wonder op zich. Daarbinnen worden negenveertig vogels ten tonele gevoerd (zeven per thema), stuk voor stuk bedreigd in hun bestaan – en daarmee in  hun betekenis voor ons: ‘sterft een vogel uit, dan sterft ook een taal’. 
Macfarlene generaliseert niet, maar ziet de vogels als individuele personages. Hij spreekt ze aan met hun naam (zonder lidwoord), afwisselend in de tweede en derde persoon enkelvoud en laat ze een enkele keer zelfs in de eerste persoon aan het woord. Eén keer geeft een vogel (waterhoen, op zoek naar een vrouwtje) een eigen datingprofiel. 

Geelgorzengrammatica

Al die elementen bij elkaar leveren passages op als deze over het gevaar dat geelgors bedreigt: ‘hagen worden gekortwiekt, bloemrijke bermen gemaaid, sloten gedempt, chemicaliën gesproeid en er is graan noch zaad in de winter. Er zijn minder plekken waar geelgors zich voor sperwer en boomvalk kan verschuilen, minder om plompe nestjes met legsels paarswitte eieren te bouwen, schalen beschreven met donkergrijze inkt, elk ei een boek vol geelgorzengrammatica’.

Daar komt nog bij het bloemrijke taalgebruik van de auteur, vol alliteraties, klanknabootsingen, binnenrijmen en zelfverzonnen woorden. Waar mogelijk verweeft Macfarlane volksverhalen en etymologische verklaringen in de tekst. Eider heet in Noord-Engeland wel Cuddy Duck naar de heilige Cuthbert die zijn monniken beval deze vogel met rust te laten: ‘Cuthberts decreet geldt als eerste wet die vogels beschermt, het eerste sprankje van het besef dat de natuur geen buit is, geen vulling, niet om op te eten, dat haar waarde niet in munt, maar in wonderen wordt gemeten’.

Rijm

Macfarlanes taal is beeldend, zoals wanneer hij over grote gele kwikstaart schrijft dat ‘je hapt naar mug en knut, zodat je snavel zich vult met een boeket insectenvleugels en -poten’. Of woordspelig zoals in de opmerking dat de vogeltrek ‘het zwevende bewijs’ is dat alles samenhangt. 

Mocht er toch iets aan te merken zijn op dit boek dan is het misschien de overdaad aan rijm die soms uit te gezocht is, bijvoorbeeld als over visarend wordt gezegd: ‘kosmopoliet die zich aanpassen kan, overal thuis is, behalve op de Zuidpool dan’. 
En dan lijkt de Nederlandse vertaler Nico Groen zich nog te hebben ingehouden, getuige de eerste alinea over de koekoek. Die luidt in het Engels:

‘WHERE TO START WITH YOU, Cuckoo? Your one-two call, perhaps, from high on oak or yew, which heralds spring anew then beats out summer’s hot tattoo. The curious beauty of your feathers, their smalty blue, their smoky, petrol hue. And we must not forget, of course, the chilling trick you pull on other birds – your devious, monstrous switcheroo’.

Bij Nico Groen is dat geworden:

‘KOEKOEK, WAAR TE BEGINNEN MET JOU? Je roep – koe-koek – misschien, hoog in een eik of taxusboom? Je blaast de zomertaptoe én bent lenteheraut. Vreemd mooi zijn je veren, hun smaltoblauw, rokerig asgrauw. En niet te vergeten, uiteraard, de vuile streek die je vogels levert, die lage wisseltruc van jou’.

De vertaler heeft duidelijk lastige keuzes moeten maken, maar ook mooie oplossingen gevonden.

Wat na lezing van Het vogelboek het meest blijft hangen is de boodschap over al dat wonderlijke dat we dreigen te verliezen. Naar een citaat van dichter Mary Oliver over wie in 2026 de documentaire Saved by the Beauty of the Worldwerd gemaakt, besluit Macfarlane met: ‘Let op. Sta paf. Zeg het voort’. 

Neem dit ter harte. Lees Het vogelboek en laat het anderen lezen!

Het vogelboek

Het vogelboek

Jackie Morris & Robert Macfarlane

Vertaling door: Nico Groen

Illustraties door: Jackie Morris

Verschenen: 2026

Uitgever: Athenaeum

ISBN 9789025320287

384 pagina's

Prijs: € 39,99

Kopen bij Libris

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer van deze recensent

Verwant