5 november 2016

Lege kamers

Door Inge Meijer

In mei van dit jaar overleed Jenny Diski. Ze publiceerde romans, reisboeken en essays. In haar jeugd woonde ze een aantal jaren bij Doris Lessing – schrijver van meer dan tachtig romans en verhalen – in huis. Lessing kende ik van het Golden Notebook. Ik las het eind jaren tachtig, toen de romancyclus De jaren des onderscheids van Sartre in bepaalde kringen relaties op scherp zette. Het Golden Notebook was voor de vrouwen die zich van die opscherp gestelde relaties hadden losgemaakt, en overgingen tot een enigszins ingewikkelde zelfontplooiing. Want het was een ongelooflijk complexe roman. Met veel perspectiefwisselingen en alter ego’s. Ik kwam er niet doorheen, maar mijn bewondering voor haar als schrijver nam een vlucht. En ik begreep: niet alles wat geschreven is, hoeft te worden doorgrond. Er zijn boeken die alleen maar in de boekenkast dienen te staan. Om niet te vergeten dat ze er zijn.

Lessing verliet op vijftien jarige leeftijd het ouderlijk huis. Dertig jaar later – toen Jenny Diski vijftien was, een verknipte jeugd en een opname in een psychiatrische kliniek achter de rug had – liet Lessing haar weten dat Diski bij haar en haar zoon kon komen wonen. In datzelfde jaar was ik acht, pleegde Sylvia Plath zelfmoord en dacht ik er serieus over van huis weg te lopen. Ergens droomde ik toen van een vrouw als Doris Lessing die me op een briefje liet weten dat ik bij haar kon komen wonen. Omdat ze een groot huis had en er kamers leeg stonden.

In In Gratitude van Jenny Diski – een bundeling dagboekaantekeningen die ze schreef voor de London Review of Books – beschrijft ze hoe ze in dat huis van Lessing ronddwaalde. Die dagboeknotities begon ze te schrijven nadat in 2014 longkanker bij haar was geconstateerd. Een derde deel van In Gratitude is getiteld Doris and me. Haar leven begon werkelijkheid te worden vanaf het moment dat Doris Lessing haar in huis nam. Ergens schrijft Jenny Diski dat Lessing haar geleerd heeft te schrijven. Niet door schrijflessen, maar door te leven bij iemand die voor alles schreef. Diski begreep dat schrijver zijn niets meer of minder is dan: getting on with it.

Iemand in een lege kamer achter een gesloten deur weten. Ritselende schrijfgeluiden of tikkende aanslag van een typemachine doordringen de atmosfeer. Leven in een huis waar de helderheid van het geschreven woord voorop staat, leek me wonen als in een huis waar je op wolken liep en waar de zon als een bundel strijklicht over de plankenvloer schijnt.
Lessing hield niet van Sylvia Plath herinnerde Diski zich, maar wel van ‘Poor Ted’. Dat was in het jaar dat ik ongemerkt al op zoek ging naar een groot huis met lege kamers.

 

 

 

Recent

25 september 2017

Een waardig gedragen ongeluk

24 september 2017

What's in a design

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

Literair Nederland - 10 jaar geleden

01 oktober 2007

Aan tien schrijvers werd een door hen zelf geschreven stuk tekst voorgelegd en gevraagd waarom ze het op die manier hebben geschreven, waarom ze die woorden gebruikt hebben. Het is zeer interessant om te lezen hoe over elk woord nagedacht wordt.

De teksten zijn van: Rene Appel – de thriller, John Leenaarts – de journaaltekst, Richard Wouters – de verkiezingsfolder, Freek Staps – het krantenbericht, Arthur Japin – de roman, Robin Kemme – de reclametekst, Ron Punselie – de webtekst, Bart-Jan Langewaard – de brief, Wouter Klootwijk – de column, Frank van der Lecq – de toespraaak..

Opvallend is dat het verschillende uitgangspunt zo van invloed is op de tekst. De schrijvers van boeken mogen hun eigen teksten maken, Het merendeel van de andere schrijvers moeten rekening houden met het doel van hun schrijven.

Lees meer