6 maart 2013

Laten we mijn lichaam delen – Iris Brunia

Modern manierisme

Recensie door Joost van der Vleuten

De debuutbundel van Iris Brunia is niet voor beginners. De uitnodigend woordspelige titel Laten we mijn lichaam delen wordt onder spanning gezet met een motto van George Bernard Shaw: ‘If you can’t get rid of the skeleton in your closet, you’d best teach it how to dance.’ Welk lijk komt hier uit de kast en hoe danst het?

Een greintje humor, soms een binnenrijmpje, af en toe een metafoor of een strategisch geplaatst enjambement, maar heel jolig of poëtisch wordt het niet. Laten we mijn lichaam delen bestaat uit 45 pagina’s waarop 18 lange gedichten. Ieder gedicht is een stapeling van volzinnen die van alles beweren, maar geen gezellig doorlopend verhaal vertellen. Altijd is er wel een ik en een jij te bekennen, behalve in het laatste gedicht – daar gaat het over ‘wij’. ‘Ik’ en ‘jij’ bewonen een moeizaam tweepersoons universum. Twijfel, zichzelf herkennen in de ander of de ander niet kennen, delen of gespleten worden, afwenden en terugtrekken, vreemdgaan en binnendringen… Het valt niet mee, met z’n twee.

Non bestaat niet
Het eerste gedicht heet ‘Tegenwoord’ en begint zo: ‘Op deze maandagmorgen, een roerloos interval / tussen hoop en geloof / (mijt onder onze lakens met bloemen van ijs)/ want wat het betekent, de moed der wanhoop / hebben we pas eigenlijk begrepen toen / alles over was en nooit begonnen bleek / (lepel je mijn kiwi mee uit, dan zijn we nog even samen).’

Wat hiervan te maken? De titel verwijst naar ‘tegenwoordig’ en ‘weerwoord’. Het gaat over een beëindigde relatie of tegenvallende weekendliefde. In een klam koud bed (stofmijt en ijsbloemen), tenzij het patroontje op de dekbedhoes wordt beschreven. Met het delen van een kiwi wordt uitgesteld maar ook afgesloten wat nauwelijks begonnen bleek. De rest van het gedicht is nakaarten – lijkt het. Ooit had de ik de illusie de jij te kennen. Ooit drong de ik zich op aan de jij. En dan plots een stelling, gevolgd door een woordgrap: ‘daar waar het gebeurt, vindt zelden iets plaats / Zou het daarom zijn dat een non / non heet, alsof ze niet bestaat?’ Volgt een (gedroomd?) sprintje naar de wc met moeder Overste die beweert: ‘een teveel aan schaamte is een gebrek aan zelfspot.’ Waarna de jij de ik uitlacht om een dode mus waarnaar de linnenkast stinkt. Het geheel wordt afgesloten met: ‘Je zei het vergt slechts tegenwoordigheid van geest / alsof dat niks is.’

Vervreemdend en ontregelend, en het weerspiegelt vast het ongemakkelijke leven van de ik, maar een lichte irritatie om zoveel vooropgezette duisterheid is moeilijk te onderdrukken. Biedt zoeken naar verbanden binnen en tussen gedichten wellicht  soelaas?

Weekendtas en bellenblaas
In deze bundel wordt veel gedeeld, weinig medegedeeld. Zelfs als je afziet van een ‘realistische’ lezing en de teksten alleen benadert als talig weefsel, dan nog moet de samenhang tussen de zinnen, strofen en gedichten steeds geconstrueerd worden. Niets spreekt vanzelf, er is geen sprake van een doorlopend verhaal, het is schotsen springen in betekenisland. De illusie van samenhang wordt wel gewekt – gedichten en bundel zijn beslist geen los zand, maar de code wordt niet meegeleverd.

Je kunt natuurlijk op zoek gaan naar clusters van woorden en beelden, om te zien of daarmee een samenhang op een dieper of hoger niveau ontstaat. De ‘maandagochtend’ in het eerste gedicht kan wijzen op het einde van een weekendrelatie, en zoiets komt aan de orde in ‘Laten we mijn lichaam delen’: ‘om de week, afwisselend een weekend / Over halve dagen valt te praten’, terwijl verderop in ‘Reisadvies’ een weekendtas figureert en verspreid over diverse gedichten mogelijke verwijzingen naar een weekendje weg zijn te vermoeden. In latere teksten lijkt het soms of wordt teruggekeken op de scheiding uit het eerste gedicht: ‘Vanaf je vertrek / klinkt het gezoem van tl-buizen / snoeihard’ staat er in ‘schrap’. In andere gedichten worden wellicht eerdere fasen van de relatie opgeroepen.

En dan is er iets met vliezen (van zeepbel tot huid) die iets omhullen, inkapselen of gevangen houden in met lucht of vocht gevulde ruimtes (’t is wat). In het eerste gedicht: ‘Je blies je adem uit door mijn bellenblaas en toen / de zeep een huid vormde om de lucht was ik gerust.’ In ‘de lijn uit’ gaat het over ‘water kan om alles heen’, en weer verderop over het aquarium bij de Chinees, waarin een nieuwe vis in een boterhamzakje ronddobbert. ‘Om te wennen zei de ober anders gingen ze dood / de overgang zou te groot zijn.’ Wellicht ook te linken aan de eieren en eierschalen die her en der opduiken, mede in verband met koekoeksjongen en zwanen. Maar welk lelijk eendje nu uitvliegt als een fraaie zwaan? En ook of hier wellicht wordt gerefereerd aan een miskraam, en of we daarmee het skeleton te pakken hebben? Geen idee!

Baker het lichaam van de dode
Het delen uit de titel blijkt meerduidiger dan gedacht: delen met een ander, maar ook in tweeën delen, een onherstelbare breuk bewerkstelligen tussen wat als eenheid is bedoeld. ‘We waren slordig, de tijd spleet ons’ staat er in ‘bont’. Soms klinkt ook de Bijbel mee (het delen van het brood als ‘lichaam van Christus’ tijdens het laatste avondmaal). Sommige gedichten verwijzen naar zwangerschap en seks, en bij de beiden wordt ook het lichaam (deels) gedeeld. Ook geboorte en sterven lijken te worden aangeduid. En terwijl zo op punten een vorm van samenhang lijkt te groeien, worden aan andere fronten vanzelfsprekendheden ondergraven. Misschien dat de jij niet in alle gedichten dezelfde is, kan je te vermoeden. En de ik misschien ook wel niet, of althans: niet steeds even oud. En zo puzzel je voort.

In de laatste gedichten blijkt iets van een helingsproces. In ‘Reisadvies’ bijvoorbeeld: ‘Je drukt het gaspedaal zo diep in dat de breuken in de middellijn / verdwijnen.’ Snelheid creëert de illusie van ongeschondenheid. En in het slotgedicht ‘en we blijven bij onszelf’ (dat zich afspeelt in de olijftuin of de Efteling of allebei tegelijk staat ‘Geef me een kus/ We hebben nu elkaar’. Even heb je de illusie dat hier een probleemloze heelheid bereikt is, totdat je je realiseert dat ‘ bij onszelf’ blijven iets anders is dan ‘ bij elkaar’. En dan de laatste regel ‘Sneeuwwitje bakert het lichaam van de dode.’ Ook hier weer meerduidigheid: bakeren associëren we met baby’s en pasgeboren leven, maar het gaat hier om een dode. Het lijk van Jezus werd gewikkeld in doeken. Heeft dat er mee te maken of is dit doordraven?

Thematische consistentie, eigenzinnige vorm, pregnante volzinnen en veelzeggende beelden, – het is er allemaal, maar na alle inspanning denk je: wat moet ik ermee? Misschien moet de lezer ervaren wat in de teksten wordt geschreven: gescheidenheid, verdeeldheid, buitengeslotenheid, afstand. Is dat de diepere bedoeling van Brunia’s gedichten, dat we al lezend doorstaan wat de ik meemaakt? Iets in je doet zich daartegen verzetten. Te persoonlijk (niet voor mij geschreven ) of te hermetisch (niet voor mij toegankelijk)? Bij aanraking spat de zeepbel uiteen…

 

Laten we mijn lichaam delen

Auteur: Iris Brunia
Verschenen bij: Uitgeverij De Harmonie, 2013
Aantal pagina’s:  48
Prijs: € 15,90

Laten we mijn lichaam delen
Iris Brunia
ISBN: 9789076168562

Meer van Joost van der Vleuten:

1 september 2016

Herinneringen gedrenkt in vergaan geluk

Over 'Parijs is een feest' van Ernest Hemingway
7 juli 2016

Rennen voor je bestaan

Over 'Zonder land' van Lawrence Hill
27 mei 2016

Onder vuur genomen door zijn eigen mensen

Over 'Het laatste vaarwel' van Robert Haasnoot

Recent

17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster

Verwant

6 maart 2013

Een keuze voor het leven

Over 'De kinderwet' van Iris Brunia
6 maart 2013

Een knap romandebuut

Over 'Drie dagen' van Iris Brunia