17 mei 2013

Kroniek van de familie Wapshot – John Cheever

‘Een kijk op het leven zo hartelijk en vluchtig als een lachbui.

Recensie door Martin Lok

St. Botolphs. Havenplaats. Vergane glorie. Thuis van de familie Wapshot. Al vele generaties. Leander Wapshot heeft twee zonen. Moses en Coverly. Maar het familiekapitaal zit bij nicht Honora. Kinderloze matriarch. Zij regeert. ‘Hakt de duivel in tweeën en loopt tussen de stukken door.’ Wijst Moses en Coverly aan als erfgenamen. Mits mannelijk nageslacht. Stuurt Moses weg. Moet de wereld ontdekken. Zichzelf bewijzen. Coverly volgt. Wil niet alleen achterblijven. Zoektocht naar toekomstig geluk. Maar toch altijd weer geworteld in verleden. In familie. Aaneenschakeling van ontworteling en eenzaamheid. Terwijl Leander verder teloorgaat, net als St. Botolphs. Geluk komt voor zijn zonen met teleurstellingen. Met steeds weer seks, lust en ‘de geilheid van een oceaan’. Susanna’s en Venussen. Smartelijke lust tussen mannen. Verleden lonkt maar verzengt. Erotiek is het beginpunt van alles. Van wijsheid. Maar ‘het spelen komt ten einde’. ‘De spelers waren geesten. Smolten weg tot lucht, ijle lucht. ‘T korte leven is van een slaap omringd.’

 

Als deze stijl en het verhaal dat besloten ligt in deze korte passage je aanspreekt moet je zeker John Cheevers Kroniek van de familie Wapshot lezen. Een Amerikaanse roman uit 1957, in 2013 vertaald door Guido Golüke. John Cheever (1912-1982) beschrijft een ware familiegeschiedenis. Twee generaties Wapshot staan centraal, maar eerdere en komende generaties zijn nooit ver weg. Het decor is afwisselend St. Botolphs, een fictieve havenplaats in New England, New York, Washington of Clear Haven, een kasteel vol vergane glorie en kitsch uit de Eerste Wereld. En overal zijn de Wapshots en hun geschiedenis.

Cheever vertelt de geschiedenis van Leander, Moses en Coverly in vier delen. Het eerste deel gaat vooral over het begin, over de wortels van de Wapshots en over de teloorgang van St. Botolphs. In zekere zin gaat het ook over de teloorgang van de waarden waar Leander nog voor staat; de Amerikaanse waarden van voor de Tweede Wereldoorlog. Eerlijkheid, eenvoud. Toen een haven nog een haven was. Een wereld die wordt verstoord door invloed van buitenaf. Een losbandige jonge vrouw staat daarvoor symbool. Zij rijdt letterlijk met een klap het leven van de Wapshots in en leidt uiteindelijk de uittocht van de zonen in.

Het tweede deel gaat vooral over het verlies van Leander. Hem blijft niets bespaard. Hij verliest zijn zonen, zijn boot en uiteindelijk zijn eer. Leander vertelt zijn nicht Honora dat hij bij zijn dood de grafrede van Prospero uitgesproken wil zien, ‘Het spelen is ten einde’. In dit motto komt Leanders besef naar voren dat het leven vergankelijk is. Maar door het juist op dit moment aan te kaarten geeft hij er ook blijk van te beseffen dat het leven zoals hij dat kende ten einde is. Het spelen is voor Leander voorbij.

In het derde deel staat de zoektocht van de nieuwe generatie centraal. Moses en Coverly zoeken en vinden geluk. Maar het komt nooit zonder teleurstellingen. Moses eet vele gouden appels, maar deze blijken vaak net zozeer kopieën en vervalsingen als de kunst in Clear Haven, het kasteel waar hij zijn vrouw Melissa vindt en zal trouwen. Coverly’s appels zijn minder luxueus. Zijn Betsey is meer een boeren appeltje, dat net zo zeer op zoek is naar vriendschap als Coverly, en er net zo veel moeite mee heeft. Als ze wegloopt wordt Coverly meermalen bezocht door de demonen van de homoseksuele lust. Een lust die hij indamt, maar waarna hij zich niet meer waardig voelt voor Venus’ liefde. Totdat Betsey terugkeert. Ook Melissa vertrekt, zij het zonder te vertrekken. Zij blijft steeds op Clear Haven, maar is vaak net zo ver van Moses verwijderd als Betsey van Coverly.

Deel vier is het antwoord, het vinden. Melissa en Betsey baren beiden een zoon. Honora schenkt haar geld aan Moses en Coverly en de zonen kopen hun vader een boot. Leander is blij, maar blijkt al verloren. Voor hem was het spelen al ten einde. Al heeft hij wel het laatste woord, met een advies aan zijn zonen. Een aaneenschakeling van tegeltjeswijsheden. Wijsheden van grootse eenvoud, ‘Neem elke dag een koud bad. Akelig maar verkwikkend. Vermindert ook de lust.’ Geestige wijsheden ook, ‘Draag nooit een rode stropdas’. Mooie wijsheden, ‘Angst smaakt als roestig mes, laat haar niet binnen’.

Kroniek van de familie Wapshot is een mooi boek, maar niet altijd gemakkelijk voor de lezer, en hier en daar wat eenvoudig van opzet. In zijn dagboekaantekeningen hanteert Leander dezelfde epistolaire schrijfstijl waarmee deze recensie begon. Cheever creëert zo weliswaar een mooie cadans, maar het is geen plezier bij het lezen. Gelukkig zijn er ook vele passages waar Cheever verhalend schrijft. Met een ongelofelijke zintuiglijkheid in zijn woorden, die van grootse schoonheid is. Bijvoorbeeld als hij Leanders gemoedstoestand onder woorden brengt als deze zich niet langer gerespecteerd voelt: ‘Hoe teergevoelig is een man. Zoals zijn ziel, ondanks dat gesnoef en dat stoere rukje aan zijn kruis, bij wat gefluister al afkoelt tot een sintel. De smaak van aluin in het schilletje van een druif, de geur van de zee, de warmte van de lentezon, bessen bitter en zoet, een korreltje zand tussen zijn kiezen – al wat het leven voor hem betekende leek hem ontnomen.’

Gemakkelijk is het abrupte einde in deel vier, waarbij op luttele pagina’s de kroniek zijn ontknoping vindt. Het lijkt wel of Cheever daar zijn interesse in de Wapshots verloren is. Hij raffelt het verhaal in nog geen acht pagina’s af en doet daarmee geen recht aan wat hij in de ruim driehonderd daaraan voorafgaande pagina’s heeft opgebouwd. En onbegrijpelijk, stuitend zelfs, is de introductie tot het hoofdstuk waarin Coverly’s homoseksuele zoektocht begint. Cheever noemt het een onsmakelijk gedeelte, een benaming die zeker ook voor zijn eigen intro ervan geldt. Maar behoudens deze minieme uitglijders is Kroniek van de familie Wapshot toch vooral datgene dat Coverly ontdekt als hij na de dood van zijn vader alleen door de familieboerderij dwaalt: ‘een kijk op het leven zo hartelijk en vluchtig als een lachbui’.

 

Kroniek van de familie Wapshot

Auteur: John Cheever
Vertaald door: Guido Golüke
Verschenen bij: Uitgeverij Van Gennep
Aantal pagina’s: 333
Prijs: € 19,90

Kroniek van de familie Wapshot
John Cheever
ISBN: 9789461641694

Meer van Martin Lok:

12 juli 2017

Het geluid van een brekend hart

Over 'Ik heet Lucy Barton' van Elizabeth Strout
30 mei 2017

Kunst als antwoord op existentiële vragen

Over 'Zout in de wond' van Jurriaan Benschop
26 oktober 2016

Een knap romandebuut

Over 'Drie dagen' van Nina Roos

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman

Verwant

17 mei 2013

Schone schijn in Suburbia

Over 'Bulletpark' van John Cheever
17 mei 2013

Recensie door: Carolien Lohmeijer

Over 'Recensie: Waaierwind' van John Cheever