Waddenblog door Hans Muiderman

Pogum – Bingum

Is dat de eigenaar van deze camping? Grijs haar in een paardenstaart, zijn armen vol tatoeages. Ik hoor een groep motoren starten. Misschien vergis ik me.

Daarnet, toen ik kwam aanrijden van Ditzum langs de dijk, voelde ik me thuis. Een uithangbord met ‘Holländische Möbel’ en op winkelruiten de namen Verbeek, Venema en Huizinga. Als fan van Kuifje kan je hier je hart ophalen: de bakker waar ik brood kocht heette Janssen en even verderop een café onder diezelfde naam. Bij de kerk van Gritzum een wit bordje met ‘Achter d‘ Kark.’ Nederlandse dijkenbouwers gingen hier ter kerke.
Dit land lijkt één groot waterschap en wat bij ons een dijkgraaf is, heet hier een Oberdeichrichter. Elk ge- en verbodsbord langs de dijk, en dat zijn er vele, is door hem persoonlijk ondertekend met voornamen en achternaam.
De streek hier heet Rheiderland. Een uur geleden keek ik bij Pogum op de dijk naar de Dollart, het enorme stuk wad lag droog en de Eems bij Emden aan de overkant was door de zeeklei weggedrukt tot een smalle vaargeul. Daarna was ik in Ditzum, het was daar druk en stil tegelijkertijd. Een havenstadje overvol met rustige oudere mensen die een visje aten en daarna kalm vertrokken op hun elektrische fiets.
Je zou niet verwachten dat in deze streek de misdaad welig tiert. Als fictie weliswaar, maar toch. Je vraagt je af hoe je in deze polders een lijk moet verstoppen of moet vluchten, op die enorme vlaktes word je zo neergeknald.
Mord in Ditzum, lees ik in een etalage, ‘ein Ostfrieslandkrimi, schlägt bei den Lesern ein wie ein Bombe.’ Toe maar. ‘Tod im Strandkorb, nu ook op dvd.’ Op een winkelruit een affiche: ‘Deichblut, ein Ostfrieslandkrimi von Sina Jorritsma.’ Het beeld van de affiche laat me niet los: een foto van een camping met links en rechts een keurig rijtje caravans en middenin het beeld, alsof die mijn kant uit schiet, een dikke bloedspetter. Deichblut, in vette rode letters.

 

Ik kijk bij de camping opnieuw naar de man met de grijze paardenstaart, onopvallend natuurlijk. Vriendelijk knikken lijkt me het beste. Hij zwaait terloops met zijn arm, ‘nach hinten’ roept hij.
Ik rij met mijn camper door een leeg park, Ems Marina heet het hier. Links was ooit een haven. Nu staan er verroeste meerpalen en een oude loopbrug hangt zonder doel boven de klei. Rechts een morsig chalet met stapels oude dakpannen daarvoor. Achter het sanitairgebouw zie ik een stukje groen.
Ik zet mijn camper neer, even verderop stroomt de Eems. Voor mij staan wat zomerhuisjes, aan het zicht onttrokken door een variatie van schuttingen waaraan men ooit begonnen is te bouwen. Om het uur komt een jongeman aanrijden in een rood autootje. Hij gaat op een keukentrap staan bij de schutting van een huisje, hij tilt het dekzeil van een motorbootje op, kijkt om zich heen en slaat het zeil snel terug. Na een uur is hij er weer, hij herhaalt de handelingen, dat is nu al de vierde keer.
In mijn halfslaap van die nacht wenkt de jongen mij, of ik mee wil kijken in zijn bootje. Wat ik zie is vreselijk luguber. Ik ben nu medeplichtig, daar helpt geen Oberdeichrichter meer aan. Morgenvroeg ga ik hier weg.


Hans Muiderman reist graag langs de Wadden. Hij bezoekt niet alleen de eilanden maar ook de kustgebieden tot waar de zeeklei ophoudt en het hogere land begint. Zijn reizen gaan van de Kop van Noord-Holland tot het midden van Jutland in Denemarken. Hij reist niet in die volgorde maar ‘springt heen en weer’.

foto’s: Anneke van Kroonenburg

 

Recent

19 oktober 2018

De man die wachtte

18 oktober 2018

Een strijdbare vrouw

17 oktober 2018

Snippers vol belofte

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 oktober 2008

Kwetsbare poëzie

Recensie door Wouter

De nieuwe bundel van dichter en journalist Hilbrand Rozema kent lange zinnen van weinig woorden. En zoals een Groninger betaamt, heeft die aan een half woord genoeg. Hoewel, weinig halve woorden, want Rozema floreert in taligheid. Dit brengt enerzijds prachtige constructies met zich mee, zoals de eenvoudige maar prachtige beginzinnen van de vierdelige cyclus ‘Losgeregende bloesems’: ‘Het licht van de zon / op de losgeregende bloesems.’

Lees meer