Kortverhaal zomereditie in review

Recensie door Ingrid van der Graaf

De redactie van Kortverhaal is op zoek naar een opiniërend weekblad dat het literaire tijdschrift zou willen overnemen. Natuurlijk het liefst een blad dat net zo enthousiast tegenover de overname van een literair tijdschrift staat als de Groene Amsterdammer tegenover overname van De Gids stond. Men vreest namelijk dat het tijdschrift het in 2013 zonder subsidie niet zal redden. De redactie van Kortverhaal is van plan contact te leggen met Vrij Nederland of HP/De Tijd, aldus redactielid Peter Verstegen.

Maar eerst is er nog een zomereditie van Kortverhaal (voorheen De Tweede Ronde) ter bespreking. Een platform voor korte verhalen schrijvers hoewel en werk van een enkele dichter. In deze editie publiceert cabaretier en zanger Pieter Nieuwint (1945) acht maatschappijkritische gedichten die als liedjes bedoeld lijken en wat ongemakkelijk lezen. Onvermijdelijk onstaat er een (op den duur) dwingende cadans bij het lezen van deze gedichten, een soort melodisch stampen, gebruikelijk bij liedteksten in cabaretsetting. Het Light Verse is een vast onderdeel van het tijdschrift. Rijmende gedichten met een maatschappijkritische toon. Zoals: ‘Geen auto’: ‘Over alles kun je mooie liedjes zingen / En dat breng ik in praktijk zolang ik leef / Maar nu wil ik wel eens wat kwijt over dingen / Waar ik echt geen bal om geef (…) / En het mooiste om te hebben is geen auto / Als ik een ding wil herhalen is het dit / Het allermooiste om te hebben is geen auto / Dat geef ik u bij dezen zwart op wit.‘ Wat in een klein theatertje, onder begeleiding van een pianao een genoegen moet zijn om naar te luisteren, kan op papier niet echt boeien.

De verhalen in Kortverhaal zijn kwalitatief niet allen even goed, een enkele is ronduit zwak. Zoals De prijs van Theo de Jong. Dat als volgt begint: ‘Met een zucht trok hij de deur van het atelier achter zich dicht.’ Waarna het verhaal zich ‘zuchtend’ voltrekt voor de hoofdpersoon, de (miskende) kunstenaar Peer. Peer heeft veel te verzuchten omdat niemand hem en de kunstwereld, zoals hij die ziet, begrijpt. Dan wordt hem een prijs toegekend die uiteindelijk voor een naamgenoot in de kunsten is bestemd. Verrassend is het niet en met dialogen als: ‘Is het zo laat?’ en ‘Ik moet nog boodschappen doen. Wat wil je eten?’

Het postuum verschenen verhaal ‘De eenwording van de wereld’ van Henk Romein Meijer (1929-2008) is daarentegen een plezier om te lezen.De reiswekker gaat af om half vijf en een kwartier later loop ik door de tuin van het Ajit Niwas Palace Hotel, waarvan de eigenaar nog de allure heeft van een radja en waar mijn douche het niet deed.’ Dat is nog eens een zin om een verhaal mee te beginnen. Als lezer raak je direct onder de indruk van een kordate reiziger die niets van wat hij ziet onbeschreven laat. Henk Romein Meijer beschrijft met ironische ondertoon een busreis in gezelschap van lokale inwoners van zo’n 300 kilometer door India.

Het verhaal ‘Persvrijheid’ van de Ierse schrijver Joseph O’Connor (vertaald Astrid Staartjes) gaat over een man die het bericht krijgt dat zijn vrouw is overreden  door een trein. De trein waarmee ze op weg zou gaan naar haar schoonmaakbaantje. De man begrijpt maar niet dat zijn vrouw, volgens de politiegegevens, de krant Daily Sentinal bij zich had. ‘Volgens de spoorwegen was het te wijten aan een wisselstoring. Volgens de vakbonden was het te wijten aan de spoorwegen. De politici verweten het elkaar. Maar als ik het ergens aan wijt, is het de Daily Sentinal.’ Waarna een zoektocht begint om een eind te maken aan de twijfels die bij hem bovenkomen over de oprechtheid van zijn vrouw toen ze nog leefde. Een verhaal met een verrassende ontwikkeling.

Een goed verhaal (met verrassende afloop) is New York! New York! Here we come! van Inez van Eijk. Over een echtpaar op leeftijd dat tijdens een vakantie in New York geconfronteerd wordt met de sleur van hun huwelijk. Een van beiden zal hieraan ontsnappen en één blijft achter. Maar hoe en wie er ontsnapt, is tot de laatste zin de vraag.

Verder nog meer vertaalde schrijvers: Robert Gernhardt (Duitsland), Odön van Horvath (voormalig Oostenrijk-Hongarije), Lin Yicheng (China) en Thorvald Steen (Noorwegen). Het verhaal van Andrés Neuman (Spanje) Hoe ik John Lennon heb vermoord zet de hele theorie over die moord op zijn kop. Mooi geconstrueerd.

De bijdragen van Jan Donkers, Jaap Scholten, A.L. Snijders en L.H. Wiener zijn allen zeer prettig te lezen. De schrijvers Wiebe Brouwer, Theo de Jong, John Toxopeus en Ron de Zeeuw publiceerden al eerder in De Tweede Ronde. Nieuwkomers in deze editie zijn Jeroen Blokhuis, Toine Lenssen, Rudi van der Veld en Joachim Wilbers.
Het verhaal Een keizerin in dirndl van Toine Lenssen,  (‘(…) ik tuur naar het doodslaan van het biertje in mijn glas.’) en het verhaal Foto’s van Joachim Wilbers zijn zeker vermeldenswaardig.

 

Kort verhaal

Redactie: Thomas Verbogt, Peter Verstegen en L.H. Wiener
Vier maal per jaar 160 pagina’s
Losse nummers: € 10,-
Abonnement, 4 nummers: € 31,50

 

Meer van Ingrid van der Graaf:

Recent

13 november 2018

Schuld en geluk na val van de trap

Over 'Afgelegen' van James Wood
12 november 2018

Zwanger van dood

Over 'De lange droogte' van Cynan Jones
9 november 2018

Deze roman is een fantastische reflectie op het schrijverschap

Over 'Als de schaduw die verdwijnt' van Antonio Muñoz Molina
7 november 2018

Alzheimer en andere teloorgangen

Over 'Kleine helden zijn wij' van Stijn van der Loo
6 november 2018

Geëngageerde roman over bevingen in Groningen

Over 'Schokland' van Saskia Goldschmidt

Verwant