1 mei 2017

Knipoog

Door Martin Lok

Sommige schrijvers geven de voorkeur aan symboliek boven klaarheid. Ook Harry Mulisch, totdat hij Twee vrouwen schreef, een voor zijn doen ongebruikelijk toegankelijke roman over een liefde tussen twee vrouwen. Om de eenvoud van zijn verhaal kracht bij te zetten besloot hij om een schilderij uit Siena op de omslag te zetten – wat uiteindelijk een fragment werd – drie dansende figuren in lange jurken. Ongetwijfeld als verbeelding van de liefde tussen de vijfendertigjarige museumconservator Laura Tinhuizen en de twintigjarige kapster Silvia Nithart.

De figuren komen uit een frescocyclus over het verschil tussen goed en slecht bestuur van Ambrogio Lorenzetti in het stadhuis van Siena. In de slecht bestuurde stad overheerst donkerte, ziekte en narigheid, terwijl in de goed bestuurde stad alles licht en helder is, de huizen luxueus zijn en in het centrum jongedames vrolijk door de straten dansen. Waarvan Mulisch er dus drie adopteert voor zijn omslag. Maar schijn kan in schilder- en schrijfkunst bedrieglijk zijn. Want in 1991 heeft de kunsthistorica Jane Bridgeman aangetoond dat Lorenzetti’s dansende jongedames helemaal geen jongedames zijn, maar mannen. Ze ontberen bijvoorbeeld de lange haren en borsten waarmee Lorenzetti de andere dames op zijn frescocyclus tooide. Nee, Lorenzetti zette in zijn fresco over de gevolgen van goed bestuur geen jongedames maar mannen centraal en liet hen een symbolische dans uitvoeren ter verheerlijking van het goede bestuur. Omdat alleen mannen kunnen verheerlijken.

Het is een omslagkeuze die lijkt te onderstrepen dat Mulisch’ Twee Vrouwen eigenlijk over twee mannen gaat, een these die het boek al sinds de eerste druk achtervolgt. Mulisch koos zijn omslagontwerp weliswaar een paar decennia voordat Bridgeman aantoonde dat Lorenzetti’s dansers man waren, maar die these zal niet helemaal uit de lucht zijn komen vallen. En het moet de viriele Mulisch toch zijn opgevallen dat de dansers geen borsten hadden. Dus alhoewel Mulisch Lorenzetti’s fresco niet met naam en toenaam noemde, moet ik glimlachen bij de gedachte dat er vast en zeker een betekenisvol verband bestaat tussen de dansende mannen en Mulisch’ Twee vrouwen. Dit is echt te mooi en te Mulischiaans om niet te kloppen! Ik geloof dan ook dat Mulisch willens en wetens louter mannen op de omslag van zijn boek over een vrouwenliefde zette. Wat niet zo raar is voor een schrijver die in Twee vrouwen een andere schrijver (of zichzelf) laat zeggen dat vrouwenrollen bij de Grieken natuurlijk altijd door mannen werden gespeeld. Omdat liefde tussen mensen uiteindelijk alleen tussen mannen bestond, zoals bij Lorenzetti ook alleen mannen eer konden bewijzen aan het goede bestuur. Een vette, male-chauvinistic knipoog van Mulisch aan de lezers van zijn ‘simpele’ vertelling over een lesbische liefde, die bij nader inzien helemaal niet zo simpel blijkt en vanaf de omslag stijf staat van de symboliek.

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer