22 oktober 2014

Klimtol – Etienne van Heerden

Loop de loop, sjie-joep, sjie-joep

Recensie door Evert Woutersen

De Haarlemsche Courant schreef in 1906 over Van oude menschen. De Dingen die voorbijgaan: ‘Couperus’ nieuwe roman is het ‘boek van wroeging’. Zestig jaar geleden heeft Takma den man zijner minnares vermoord, daartoe gedreven door het aansporen der vrouw.  Die misdaad heeft hen saamgebonden voor àltijd, beheerscht hun verder bestaan.’ De families Takma, Dercks en Steyn de Weert zijn verbonden door een groot  geheim.

In Klimtol werkt een gebeurtenis uit het verleden ook door in het heden.  Het is klimtolspeler Ludo die een geheim meedraagt.
De roman speelt in het vissersdorpje Paternoster aan de ‘Weskus’ van Zuid-Afrika, in de Karoo, de ‘plaats van weinig water.’ De tijd is de jaren zestig en het heden, net voor de dood van Nelson Mandela.

Stian is de zoon van een waterfiskaal, een ambtenaar die belast is met het toezicht op irrigatie en waterverbruik. Als zijn vader een John Deere aanschaft, een tractor met ‘dichtbijmekaarwieltjes’, krijgt hij een houten jojo van de dealer: ‘Kijk wat hij voor jou heeft achtergelaten, het is een jojo, kijk, Stian, er zit een touwtje aan /…/’

De jongen oefent uren met zijn jojo en hij maakt zich truuks eigen. Na zijn diensttijd kiest hij ervoor als ‘roodjasje’ door het leven te gaan. Als officiële vertegenwoordiger van Coca-Cola-jojo’s rijdt hij met zijn Opel van dorp naar dorp om zijn showtjes te geven. ‘ ging zijn jojo.’ De klimtol is een toverding in zijn hand.

Zijn vader is niet enthousiast over de klimtolspelerij van Ludo:  ‘Maar dat is geen baan,’ ‘Allemaal leuk en aardig, maar wat heeft het voor nut?’ Maar de jongen ‘zag hoe werken vernedert en koos voor spelen.’

Hij treedt op als Ludo Loeloeraai. Er is een schaamte in hem over zijn speelsheid, zelfs over zijn aangenomen naam die ik speel betekent. Andere entertainers beschouwen hem als een onderkruiper omdat hij voor een Amerikaans bedrijf werkt, ‘de klimtolkampioenschappen zijn één grote reclamecampagne voor de frisdrank met het geheime recept’. Het was de truuk van de Amerikanen: vermom werk als spel.

Bij een van zijn ‘gigs‘ is er opeens een fotografe: ‘Dan ziet hij haar / …/ Algauw speelt hij alleen voor haar, terwijl zij lachend, aanmoedigend en uitdagend met haar camera voor het podiumpje rondkruipt.’ Zo snel als ze is gekomen, zo snel is ze ook weer verdwenen.

Ludo rijdt in de nacht een kind aan… ‘Toen is het gebeurd: zijn hele leven kantelde en dat kwam door het achterom kijken – wie heeft me gezien? Ik kan nog wegkomen! Dat heeft alles veranderd. Dat moment.’ Is dat Noodlot of de vloek van de klimtol?

Het geheim dat hij met zich meedraagt: ‘het geheim van de bloedvlek bij Tweefontein had zich dieper in hem teruggetrokken. Hij moest denken aan het bijgeloof van oude mensen: als je een lange doorn in je voet krijgt en hij breekt af en je peurt hem er niet uit met een naald waarvan je eerst de punt boven een kaarsvlam hebt schoongebrand, dan trekt het hart die doornpunt aan en in de loop der jaren kruipt hij langzaam door je lichaam en komt in je hart terecht, waar hij gaat zweren.’

Volgens John Steinbeck moet elke man een plek hebben en Ludo’s plek is voor zijn huisje aan de Weskus. Hij is als de man uit De oude man en de zee van Hemingway: ‘Hij denkt aan zichzelf en het ene dunne boek dat hij steeds weer herleest, het ritme van de zinnen is als zijn jojospel en in de cadans ervan herkent hij het ritme van de klimtol en de zekerheid van een goede worp, en hij is de oude man in het verhaal en hij zal de vis naar de haven brengen, en hij denkt al in dat ritme. Al is de vis bij aankomst kaalgevreten, hij is de oude man en hij brengt hem binnen.’

Ludo denkt terug ‘aan zijn eerste klimtol en de bruine hand van zijn vader die hem uit zijn broekzak haalde nadat hij hem van de verkoper van de John Deere had gekregen om later aan het zoontje Ludo te geven, en hij weet nog hoe hij zijn hand uitstak en de jojo van zijn vader aannam en hoe die in zijn handpalm lag alsof hij ermee geboren was. Zo, dacht Ludo, is het leven van onverantwoordelijk spelen begonnen, een leven waarin truuk op truuk is gevolgd /…/.’  Het ongeluk komt steeds terug in zijn gedachten. ‘Het bloed zat nog vers aan zijn handen, maar wat hem nog het meest geschokt had dat hij na de moord op het kind (ja, hij weet wat nalatigheid en opzet is en wat het verschil is tussen een ongeluk en een moord) beter speelde dat hij ooit had gespeeld.’

Met wie kan hij zijn verhaal delen? Hoe moet hij het Noodlot behagen?

Het jojospelen geeft hem rust. ‘Dat is wat de jojo / … / betekent, hoe je hand er stabiel van wordt en hoe het spel patronen tekent waarin je orde vindt die je beschermt tegen de chaos en de drukte van dingen. Hij weet dat elke truuk een spinnenweb is en binnen het spinnenweb heeft elke draad zijn functie, het is een veilig web en als je het eenmaal onder de knie hebt, ben je tevreden en een poosje gaat het goed met je, dan kun je je truuk oefenen en erin wegkruipen alsof jij de spin bent en het web je hele wereld is.’

Maar het loeit in zijn hoofd, want het ongeluk draagt hij als een last met zich mee. ‘Het voelt in zijn hoofd alsof een witte haai een school robben binnenzwemt /…/ De haai zwiept rond, hapt links en rechts, slingert schreeuwende robben uit de zee omhoog en naderhand drijven er half opgegeten dieren uit de zee omhoog en zwemt de haai verveeld weg van de donkerrode plas in het water.’

Het verhaal krijgt een nieuwe wending als hij vanuit Londen bezoek krijgt van een jong meisje dat ook jojo speelt. ‘Ik heet Doris Steyn en in London ben ik Dipping Doris. Ik jojo.’ Zij haalt hem over samen met haar een vintage jojotour in Europa te doen.

De roman is ook het verhaal van Snaartjie Windvogel, van de dode kreeftinspecteur en van adelborst Eenslie Maree. De diverse verhaallijnen meanderen door het boek en komen uiteindelijk op een knappe manier bij elkaar. Voor allen geldt: ‘We dragen allemaal een last met ons mee, nietwaar?’

Het boek staat vol met schitterende zinnen en beelden. Mooi is dit:  ‘Zijn vader stond in de keuken, blies zijn koffie koud, goot hem op het schoteltje en slurpte uit het schoteltje terwijl hij over de koffie heen met een knipoog naar Ludo keek.’

Het gaat over hoe nieuws zich verspreidt in een kleine gemeenschap : ‘In dit dorp valt een verhaal als een lucifer in droog gras en het knettert een pad open alsof er veel wind achter het vuur zit.’

De zinnen hebben een mooie cadans, veelal zijn ze met elkaar verbonden door ‘en’: ‘Hij loopt tot aan het water en hij heeft geloof en is lichtvoetig.’

Terug naar Couperus. ‘O, hoe pijn, fyziek pijn deed dat soms, die stekel in het vleesch van haar hart.’ In Klimtol: ‘het hart /trekt/ die doornpunt aan en in de loop der jaren kruipt hij langzaam door je lichaam en komt in je hart terecht, waar hij gaat zweren.’

Klimtol is een rijk boek, een boek met diverse hoofdpaadjes en veel kurkentrekkerpaadjes.’
Een prachtige, sfeervolle roman.

 

Klimtol
Etienne van Heerden
Vertaling door: Karina van Santen en Martine Vosmaer
Verschenen bij: Podium b.v. Uitgeverij
ISBN: 9789057596933
432 pagina's
Prijs: € 22,50

Meer van Evert Woutersen:

31 augustus 2017

Overleven dankzij religie, vriendschap en hoop

Over 'Mijn gevangenissen' van Silvio Pellico
8 juni 2017

Vertaling jeugdwerk Paustovski herzien

Over 'De romantici' van Konstantin Paustovski
16 februari 2017

Clarice – de Braziliaanse Kafka

Over 'Clarice Lispector' van Benjamin Moser

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

Over 'Het groeit! Het leeft!' van Marjolijn van Heemstra
18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Over 'Ovale dakraam' van Pierre Reverdy
15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Over 'Syfilis, of de Franse ziekte' van Girolamo Fracastoro
14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Over 'Wraak' van Andelko Vuletic

Verwant

22 oktober 2014

Ontbijten met gelei uit kraters van groen

Over 'Ontbijt met de Borgias ' van Etienne van Heerden
22 oktober 2014

Subtiele stijl in verhalen over ontluistering

Over 'Het vogelalfabet' van Etienne van Heerden
22 oktober 2014

Kijkje in de keuken van DBC Pierre 

Over 'Laat ze maar denken dat je als schrijver geboren bent' van Etienne van Heerden