Klein kunstproject

Ik droomde dat er negen broden in de oven stonden. Door een tekort aan fabrieksbroodbakkers was ik tot buurtbakker uitgeroepen. Ik had nog nooit zoveel broden tegelijk gebakken. Het benauwde me, die broden moesten er nu wel een keer uit, maar ik was de oven kwijt. Ik dacht aan de geur van brood, hoe versgebakken brood ruikt. Ik dacht, dan weet ik waar de oven staat. Toen werd ik wakker, rook de geur van mest vanaf het land, ik moest eruit.
Ik leef al dagen tussen koeienstal en woonwagen. Dat komt door het boek Pingping, van Mariët Meester. Over een jonge vrouw, Lily, die uit Amsterdam vertrekt en in een woonwagen bij een boerderij gaat wonen. Ze wil leven met minimale middelen. Ik fiets met haar mee over landweggetjes, gluur met haar door het raampje van de woonwagen naar buiten, sluit deuren tegen de kou, hoor de koeien in het weiland achter de woonwagen, steek de kachel aan. Leven zonder het snelle gemak van internet, zonder eigen toilet.

Er ontwikkelt zich een bizar leven. De alleenstaande boerin, waarvan Lily het stukje grond voor haar woonwagen huurt, krijgt een relatie met een man die zomaar komt aanrijden. Hij heet Cor, Corrie voor vrienden, nou dan weet je het wel. Het loopt dan ook niet helemaal goed af, hoewel. Meester schrijft met oog voor het naïeve, het onbenullige in de mens, dat ergernis kan opwekken, tot het vertedert, komisch wordt. Het is een verhaal als een film, een slapstick. Zoals ze met een atletische jongeman in een rolstoel, op pad gaat. Hij had concertpianist kunnen worden vindt Lily (die zelf in Amsterdam telefoonhoesjes verkocht via internet), zo mooi bespeelt hij de vleugel. Deze invalide jongeman is zijn eigen hulpverlener, die moet je niet vragen of je hem even de stoep af zal helpen. Hij doet alles zelf, wat niet meevalt met een verlamd onderlijf. Zoals de mens zijn leven leeft, zo beschrijf Mariët Meester het in haar boek. De realiteitszin is sterk. Ik begon de geuren te ruiken die ze beschreef, koeiendrek, rook van houtvuur in je kleren.

Lily zit graag met een boek, buiten of in bed. ‘Na middernacht was ze nog steeds bezig in De wand van Marlen Haushoffer, de laatste tijd las en herlas ze het liefst boeken waarin mensen in moeilijke omstandigheden hun waardigheid behielden en die omstandigheden zelfs in hun voordeel ombogen.’ Daar is over na te denken in deze tijd van stilstaande levens.

Er zijn maar duizend exemplaren van deze roman gedrukt, een gebonden editie met leeslint, oranje kapitaalbandje. Een boek om je vingers bij af te likken. Binnenin, op het derde schutblad staat een vogel, een vinkje afgedrukt, met de hand ingekleurd. In een interview met het NRC zei de schrijver dat ze voor dit boek geïnspireerd was door Material Matters van Thomas Rau en Sabine Oberhuber. Over een wereld waarin niemand ergens eigenaar van is, enkel gebruiker, en doorgeeft wat je niet nodig hebt. Een boek niet als bezit, maar doorgeven aan een ander. Gemeenschapszin bevorderend, duurzame samenleving. Ik ben egoïstisch, want ik zal dit boek niet doorgeven. Het is een klein, mooi kunstobject.

 

Pingping / Mariët Meester / 272 pag. / €29,90 / Vormgeving Jaap de Ruig / Uitgeverij Caprae


Inge Meijer is een pseudoniem, blijft binnen en schrijft over ontdekkingen aan de randen van de literatuur.

Meer van Inge Meijer: