24 mei 2013

Kikkers – Mo Yan

Doldwaze roman met groot gevoel voor dramatiek

Recensie door Angèle van Baalen

De zeer geachte heer Sugitani moedigt de literatuurliefhebbers van het district Gaomi aan om iets ontroerends te schrijven op basis van Tantes leven: een roman, gedichten, of een toneelstuk. Wat doet Kikkervisje? Hij schrijft meteen maar alles! Op slinkse wijze schrijft hij in briefvorm een heuse ouderwetse roman – ondertussen bij herhaling aankondigend dat het toneelstuk in wording is – en als klapstuk een toneelstuk in de vorm van een klucht.  ‘Slinkse’ want in de eerste brief aan Sugitani zegt hij genereus dat hij het verhaal over Tante aan een vriend overlaat die er al aan begonnen is ‘omdat hij hem niet in zijn vaarwater wil zitten’ (p. 8), hoewel hij persoonlijk veel meer weet van de belangrijke gebeurtenissen in Tantes leven. En daarmee raken we meteen de kern: niets is wat het lijkt, schijn bedriegt, het is één groot theater, met als doel: ouderwets genieten! Kikkervisje is namelijk wel de enige die zo veel karakters kent dat hij een mooi verhaal kan schrijven, niemand anders in het district zou dit op zich willen of durven nemen.

De verteller Voet Wan, alias Drafje, alias Kikkervisje, beweert dat hem verzocht is het verhaal van Tante middels brieven aan de Japanse generaal Sugitani te vertellen. Door de keuze van het briefgenre heeft Mo Yan zich in zijn Kikkers alle ruimte gegeven: zo kan zijn verteller, waar en wanneer hij dat maar wil – en, goden zij dank, hij wil dat! – bij iedere gedachte die bij hem opkomt, heerlijk uitweiden: dit levert boeiende, gekke, tragische en absurde (binnen)verhalen op. En natuurlijk voorziet hij alles van uitgebreid, al dan niet ironisch gekleurd, commentaar.

Hart Wan, de tante van Kikkervisje, die door iedereen in het district met Tante wordt aangesproken, is een getalenteerde verloskundige. Zij rekent heel snel af met de methodes van de oude vroedvrouwen. Wanneer Tante hoort dat Lotus Ai elk moment kan bevallen, rijdt zij op haar fiets met verpleegtas op de rug in tien (!) minuten de vijf kilometer van het gezondheidscentrum naar het huisje van Lotus. De oude vroedvrouw van het dorp, een vrouw met een soort apenmond en ingevallen kaken, ver in de zestig, zit bij Tantes binnenkomst schrijlings boven op Lotus, uit alle macht duwend op haar dikke, uitpuilende buik. ‘Het oudje leed aan een chronische luchtpijpontsteking, het geluid van haar piepende ademhaling vermengde zich met dat van de barende vrouw, die gilde als een varken dat wordt geslacht – het schiep een heroïsche, plechtige sfeer. Voorhoofd Chen, de landheer, (wiens kind Lotus hier op de wereld probeerde te zetten) zat in de hoek geknield en bonkte als een onderdanig kowtowende dienaar zijn hoofd keer op keer tegen de muur, terwijl hij iets prevelde.’ (p. 25) Tante neemt het oudje in een dubbele houdgreep en kwakt haar van het bed. ‘Haar hoofd sloeg tegen de po, de urine stroomde over de vloer, een vieze stank verspreidde zich door de kamer. Haar hoofd raakte gewond, er kwam donker bloed uit. In feite stelde het niet zo heel veel voor, maar de vroedvrouw krijste hard, op het overdrevene af.’ (p. 26) Een schoolvoorbeeld van de selectieve verontwaardiging van de verteller. Hij laat niet na de lezer te wijzen op bovenmatig gedrag van anderen! Maar vervolgt daarna rustig met de opmerking: ‘Ieder ander die dat gekrijs zou hebben gehoord, zou zijn flauwgevallen van angst.’ En twee pagina’s verder (de oude vroedvrouw wil de helft van de beloning) ontsteekt Tante in grote woede (‘Hoezo heb jij de helft gedaan? Als je dit helemaal alleen had gedaan, dan zouden er nu twee lijken op de kang (een stenen bed met daaronder een holle ruimte waar een vuur kan worden gestookt om het te verwarmen) liggen! Jij ouwe heks, denk je soms dat de vagina van een vrouw op het achterwerk van een kip lijkt?’), deelt het oudje vervolgens een trap uit tegen haar kaak, trapt tegen haar achterwerk, sleept haar aan haar knotje naar buiten, schopt het vrouwtje nog eens tegen het achterwerk.
En zo wordt Tante een alom gerespecteerde verloskundige die kan bogen op zo’n kleine achtduizend bevallingen.

Maar wanneer Tante als partijlid zich met hart en ziel inzet voor het éénkindbeleid verandert zij van een grote weldoenster in een furie; niets en niemand ontziend jaagt zij met haar team op iedere vrouw die zwanger is van een tweede kind. Dit levert achtervolgingen op die zowel dramatisch als spannend zijn. Zelfs, of beter gezegd, juist Kikkervisjes eerste vrouw Renmei, die het tegen haar zin en zonder haar medeweten geplaatste spiraaltje heeft laten doorprikken, moet eraan geloven. Niettegenstaande zijn belofte aan zijn vrouw dat zij haar kindje mag houden, is Kikkervisje vast besloten als lid van de Communistische Partij het goede voorbeeld te geven.
De in- en intrieste scènes die volgen, van de jacht op Renmei, van de abortusoperatie en de dood van Renmei op de operatietafel tot het achterblijven van Kikkervisje met zijn dochtertje, worden door de verteller met veel pathos beschreven. Zonder overdrijven: veel lezers zullen met moeite de ogen droog houden.

In deze roman waarin iedereen iedereen bedriegt, en waarin men niet zachtzinnig met elkaar omgaat, bekennen alleen Tante en Kikkervisje dat zij geplaagd worden door schuldgevoelens, maar tegelijkertijd wijzen zij er ook steeds op dat ieder individu verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Dat de Partij nu eenmaal niet toestaat dat een gezin meer dan één kind heeft, en dat iemand die daartegen ingaat, weet wat de consequenties zijn.
En met de schuldgevoelens van Tante en Kikkervisje valt het wel mee: wanneer zij door een ‘hel’ gegaan zijn –  Tante wordt overweldigd door kikkers, Kikkervisje wordt halfdood (nou ja: ‘niets was wat het leek te zijn’ (p. 315)) geslagen – voelen zij zich bevrijd van schuld. Kikkervisje, inmiddels getrouwd met Leeuwtje, nota bene de rechterhand van Tante bij de abortus van Renmei, vindt het nu niet langer ongepast mee te gaan in de kinderwens van zijn tweede vrouw. Beiden zijn inmiddels wel boven de vijftig! Leeuwtje, die zelf net als Tante geen kinderen kon krijgen, had eerder al in een onbewaakt (!) ogenblik sperma bij Kikkervisje ‘afgetapt’ en was daarmee naar een brulkikkerkwekerij gegaan. Deze kwekerij blijkt in onderaardse gangen een ‘fabriek’ van draagmoeders te bevatten.

Leeuwtje krijgt haar kindje, Kikkervisje zijn zoon. Het bedriegen gaat vrolijk verder: de draagmoeder krijgt niet de beloofde vergoeding en blijft met lege handen achter.

Een doldwaze roman met groot gevoel voor humor en dramatiek geschreven, waarbij alle retorische middelen ingezet zijn, in een meesterlijke vertaling van Silvia Marijnissen!

 

 

 

Kikkers
Mo Yan
Verschenen bij: De Geus
ISBN: 9789044518351
416 pagina's
Prijs: € 24,95

Meer van Angèle van Baalen:

22 juni 2015

Hoe overleef ik mijn slaven?

Over 'Handboek slavenmanagement ' van Marcus Sidonius Falx
18 maart 2015

Schrijnende roman over het leven van contractkoelies

Over 'Njai Inem ' van Barney Agerbeek
19 februari 2015

Treurnis, weemoed en melancholie in adembenemend proza

Over 'Een avond bij Claire ' van Gajto Gazdanov

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

24 mei 2013

Oogst week 39

24 mei 2013

Een gruwelijk verhaal

Over 'De sandelhoutstraf ' van Mo Yan