28 december 2019

Koeien kijken met Lydia Davis

Winterrubriek door Mariken Heitman

Als Oblomov lig ik op de bank met een boek voor de vorm en kruimels op mijn buik. Aan het begin van de winter overvalt mij altijd een soort ledigheid. Is het een vitamine D tekort, ideeën-armoe of gewoon luiheid.  De gordijnen zijn halfopen, het daglicht komt toch niet verder dan de drempel. In mijn hoofd maak ik lijstjes van dingen die ik wil doen, maar waar het uiteindelijk niet van komt. Of pas in maart, als ook de trekvogels huiswaarts keren. Voorlopig verzink ik in een vorm van animaliteit, het leven beperkt zich tot eten, slapen en kijken, het liefst naar dieren. Ik herinner mij de dierentuin-chimpansees die ik ooit observeerde. Mijn medestudenten en ik legden ieder handgebaar, grimas en schermutseling vast. Toch konden de van alle emotie ontdane afkortingen in onze excelsheets niet voorkomen dat de dieren me met de dag menselijker voorkwamen. Kijken is verslavend. Je incasseert consequenties van gedragingen zonder dat er een haar gekrenkt wordt, enkel in de geest. Kijken naar dieren is als lezen.

Kijken naar koeien is van een ander kaliber. Koeien zijn boeddhisten. Met hun naar binnen gekeerde blik en trage tred zou je ze makkelijk als een vanzelfsprekendheid of decor kunnen beschouwen. Wie dat niet doet, is Lydia Davis. Ik sla de verhalenbundel De taal van dingen in huis open en herlees het magistrale verhaal De koeien. Wat mij betreft is dit het ultieme winterverhaal en niet alleen omdat het sneeuwt en er iemands geboren wordt. In hoofdzaak gaat het over drie koeien die precies doen wat koeien doen: achter elkaar de stal uit schrijden, vervolgens zonder dat je het door hebt ineens aan de andere kant van de wei staan, of jaloers worden wanneer niet zijzelf maar een ander gelikt wordt. Juist in deze periode voel ik mij verwant aan deze dieren en aan de ik-verteller die betekenis zoekt en soms vindt, maar vaker niet. De koeien vormen het uitzicht, ze zouden decor kúnnen zijn, maar daar zijn ze te opvallend voor, te menselijk. En dat moet je maar zien: ‘Tijdens een moment van eenzame frivoliteit, terwijl ze voorop gaat door de wei, bokt ze eenmaal en maakt dan een sprongetje.’

De korte observaties volgen elkaar op in een cadans die overeenkomsten vertoont met de manier waarop een leven wordt geleefd. De beschrijvingen worden haast wetenschappelijk wanneer het de driehoekigheid van hun liggende lichaam betreft, of juist hun onderlinge constellatie. Ligt hierin dan misschien een antwoord? Wat de ik-verteller in ieder geval weet is dat de koeien er altijd zullen zijn, ook als het donker wordt, ook de volgende dag, ook in de sneeuw.
Je kunt je afvragen of dit verhaal gaat over mensen of koeien, kijkers of bekekenen, maar dat maakt eigenlijk niet uit. Het gaat over alles en genade. We zijn niet alleen, we zijn met de dieren en elkaar.

 

De taal van dingen in huis
Lydia Davis
Vertaling door: Peter Bergsma
en andere verhalen
Verschenen bij: Atlas Contact
ISBN: 9789025442309
Prijs: € 12,99

Recent

24 januari 2020

Een liefdeslied over het leven zelf

Over 'De menselijke maat' van Roberto Camurri
23 januari 2020

De werkelijkheid rondom moeders vertrek

Over 'De ochtend valt' van Manon Uphoff
22 januari 2020

Laveren tussen strijdvaardigheid en acceptatie

Over 'Het klimaat zijn wij' van Jonathan Safran Foer
20 januari 2020

Raadselachtige fascinatie voor een oom

Over 'Niets voor de familie' van Walter van den Broeck