Kieren van hoop

Afgelopen seizoen ging het piccolo concert Solastalgia, van de Estse componist Erkki-Sven Tüür in première. Uitgevoerd door de piccolospeler van het Koninklijk Concertgebouworkest, Vincent Cortvrint met ‘zijn’ orkest. De titel verwijst naar het begrip ‘vervreemding’ dat de milieufilosoof Glenn Albrecht voor het eerst gebruikte en in de psychiatrie wordt gebezigd voor het gevoel dat de fysieke omgeving om je heen wijzigt, bijvoorbeeld door klimaatverandering. Het stuk kent mooie, zangerige en atonale melodieën, maar ook dreigende, sombere. Een loopje blijft hangen als een oorwurm. Op het eind sterft het langzaam uit. Je mag er zelf in horen waar dit op duidt.
Op de een of andere manier voerde het stuk van Tüür mij naar één van de cursief gezette stukken in de roman Een dwaze maagd van Ida Simons, verschenen in 1959, hetzelfde jaar waarin Tüür werd geboren:

‘De bewoners waren gewaarschuwd dat de bedelaars zouden komen en voor alle ramen hadden ze de rolluiken neergelaten, maar hun angst siepelde door de kieren in de voortuinen waar de honden op wacht zaten (…). Honderden waren het: sommigen strompelden op krukken of sleepten met een houten been, anderen hadden een zwarte lap voor een lege oogholte. Ze schreeuwden dat ze honger hadden en schudden dreigende vuisten naar de gele huizen maar als een zich op de stoep waagde gromden en blaften de honden (…). Machteloos gevangen in honger en lompen moesten de bedelaars verder trekken, ze jouwden en tierden, maar tegen de honden konden ze niet op (…). Dan liep opeens de bedelaar in het zijden kleed voorbij. Van abrikooskleurige zij was het, even gescheurd en gehavend als de grauwe vodden van de anderen en veel minder warm … maar het glansde in de stralen van de dalende zon (…). Behaarde klauwen maakten eerst de scheuren in de verrotte zijde groter en daarna krabden ze de bleke huid eronder open. Toen hij, die een zijden kleed gedragen had, naakt en stil in de sneeuw lag liepen de anderen kalm en bijna gelukkig verder.’

Het gedeelte is gebaseerd op een sprookje uit Moeder de Gans. En waar opende het concert van Erkki-Sven Tüür mee waarin het piccolo concert in première ging? Juist: met Ma mère l’oye van Maurice Ravel! En zo is de cirkel rond.

Maar dat  is denk ik toch niet helemaal de bedoeling: moeten we die cirkel niet doorbreken? Mogen we wel kalm en rustig verder leven, zonder iets te doen, alsof er niets aan de hand is? Met het klimaat, met vluchtelingen? Die vraag, die waarschuwing ook, hoorde ik in Solastalgia van Tuür en las ik nog weer bij Simons. Door de kieren zou, als het goed is, geen angst moeten sijpelen, maar hoop. Alleen moet je daar wel wat voor doen, bijvoorbeeld muziek en oude verhalen nieuw leven inblazen en zo je leven veranderen. Ik heb de indruk die boeken en muziek op mij maakten de afgelopen tijd in deze columns willen doorgeven. Het woord is nu aan een andere columnist.

 


Dit is de laatste column van Els van Swol. Els schreef vanaf 1 juni 2016 tweewekelijks een column voor Literair Nederland waarvoor wij haar zeer danken!

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!