Oktober betekent herfst en Halloween. Nu de schaduwen steeds vroeger in de avond in de hoeken van het huis kruipen, is het tijd mijn geliefde griezelverhalen weer terug in de kast te zetten. Want deze klassieke spookverhalen lees ik bij voorkeur in augustus, op het midden van de dag, als de zon hoog en fel aan de hemel staat. Ik voel er niets voor om in dit schemerige jaargetijde ’s avonds op zolder te komen en dan het ‘gefluister in de duisternis’ te horen, of om ’s nachts getik tegen het raam te horen waarvan ik overdag best weet dat het de takken van de kastanjeboom zijn. Het is bovendien geen kunst om iemand de stuipen op het lijf te jagen met een verhaal als je ’s avonds in je eentje zit te lezen, terwijl het in huis donker is en alles piept en kraakt in de kamer en de wind om het huis giert. Maar als een verhaal je koude rillingen bezorgt in de hete augustus zon en je schichtig over je schouder doet kijken, dan heb je iets goeds gelezen. Van bijvoorbeeld de Engelse M.R. James, Algernon Blackwood, Cynthia Asquith. 

Niet van de relatieve nieuwkomers uit Amerika, zoals Stephen King – hoewel zijn verhaal ‘Het aapje’ me dagenlang achtervolgd heeft – , want dat is horror waar het bloed en de gruweldaden vanaf druipen. Horror is een heel ander genre, waar ik niet van hou. Maar de sfeer van echte ouderwetse Engelse ghost of gothic stories, waar ruïnes bevolkt worden door geesten, waar onverklaarbare gebeurtenissen de toon zetten en waar gouvernantes flauwvallen op de trap bij het horen van ijle kinderstemmetjes in de kelder, daar hou ik van. 

Gothic novels ontstonden in de 18e eeuw in Engeland en gaven vooral vrouwelijke auteurs de kans om de beperkingen te doorbreken die de samenleving hen oplegde op emotioneel en psychologisch gebied en om hun verzet tegen het verlammende sociale decorum te verwoorden. Het bovennatuurlijke werd op subtiele wijze ingezet om het onderbewuste naar boven te halen, om geheimen bloot te leggen, met een dosis erotiek erbij. Voorbeelden zijn The yellow wallpaper van Charlotte Perkins Gilman en Frankenstein van Mary Shelley, maar zeker ook Dracula van Bram Stoker. 

Gedichten uit het griezelige genre zijn er ook: Der Erlkönig van Goethe, door Schubert zo geraffineerd op muziek gezet, en natuurlijk The Raven van E.A. Poe behoren tot de mooiste die ik ken. En het onderstaande van Remco Campert, omdat daarin zo mooi wordt aangegeven waarom griezelverhalen geschreven en gelezen worden: wat je meent te zien is de confrontatie met de gestalten die je eigen innerlijke angsten aannemen. Nee, niet de mijne, die van Campert. Die van mij blijven in de kelder spoken tot het weer zomer wordt. 

‘In het donker

 Soms zie ik spoken
 ’s avonds laat op straat
 in een vuilwitte jurk
 jij die niet bestaat
 of mager in een pak
 van vooroorlogse snit
 mijn vaders gelaat
of tot mijn schrik
 in een spiegelruit
 mezelf die verdergaat.’

 Uit: ‘Dichter’, 1995

 

 


Poeziërecensent Hettie Marzak schrijft maandelijks een column voor Literair Nederland.

 

 

Meer van Hettie Marzak: