Kan Icarus zijn val voorkomen?

Interview door Carolien Lohmeijer

 

De laatste klanken van Icarus, verschenen bij Uitgeverij kleine Uil, is de tweede roman van Arjen van Meijgaard. Het is de nostalgische weerslag van de tijd waarin hij na zijn eindexamen in Parijs woonde, een tijd die hij inmiddels koestert. Hij is van Parijs gaan houden en komt er nog vaak. ‘Parijs is echt mijn tweede stad geworden. Het is heerlijk om een andere, buitenlandse stad als je eigen te ervaren. Daarom was het schrijven van deze roman zo leuk, want dan zat ik daar weer.’


Waar gaat het boek over?

‘Het is een herinnering van een Nederlandse man die na zijn eindexamen een jaar in Parijs woont en daar op straat viool speelt. Hij denkt met weemoed terug aan die periode en maakt zijn herinneringen groter en mooier, en buit ze uit. Iedereen gaat daarin mee. Hijzelf uiteindelijk ook. Tot er een kaart uit Parijs in de bus valt. Die kaart komt van Julie, zijn Parijse geliefde uit die tijd. Zij kondigt haar bezoek aan. Hij schrikt ervan, zijn herinneringen beginnen te wankelen en hij vraagt zich af: Klopt het eigenlijk wel wat ik verteld heb? Wat klopt er van mijn verhalen?

Fantaseren kan lang goed gaan, tot er iets gebeurt en iemand je wijst op inconsistenties. Hij besluit halsoverkop om terug te gaan naar Parijs. Achter zijn herinneringen aan en op zoek naar Julie.’


Het boek heeft een bijzondere constructie. Daar kan je eigenlijk nauwelijks iets over vertellen omdat dat te veel zou weggeven, maar zeker is dat de lezer vaak op het verkeerde been wordt gezet. Waarom heb je dat gedaan?

‘Op basis van mijn eigen herinneringen was het boek oorspronkelijk een rechttoe-rechtaan verhaal, maar ik vind het zelf leuk als je als lezer op het verkeerde been wordt gezet. En was het niet Hermans die beweerde dat alleen een interessant leven niet genoeg is als basis voor een goede roman; dat daar altijd nog iets bij moet?
Wat er in De laatste klanken van Icarus bijkomt is de vraag waarin de herinnering verschilt van de verbeelding? Wat is er nog waar van de verhalen die je vertelt over je ervaringen? Waarin verschillen jouw herinneringen met die van anderen die hetzelfde hebben meegemaakt? Het fijne van schrijven is dat je alles kunt vertellen zoals jij dat wilt.’

Van Meijgaard weet zelf ook niet meer precies wat hij wel en niet beleefd heeft. ‘Ik weet niet meer hoe ik daar gekomen ben. Die villa van het au pair-gezin bijvoorbeeld, waar ik in het begin au pair was en woonde klopt wel, tenminste dat denk ik, maar hoe ik daar gekomen ben…? Ik weet het niet meer.
Het geheugen, dat vind ik interessant. Waarom je sommige dingen nog wel en andere niet meer weet. Zelf vertel ik het verhaal ook al dertig jaar. Kloppen mijn herinneringen nog?
De plaatsen waar ik viool gespeeld heb weet ik nog wel zeker, maar dat is dankzij een plattegrondje waarop ik die heb aangekruist.’


Denk je dat mensen vaak de neiging hebben om de dingen mooier voor te stellen dan ze zijn?

‘Ja, als je dingen hebt meegemaakt die niet zo leuk waren, bijvoorbeeld zo’n au pair-ervaring waarover je klasgenoten zeggen: “Wow, die zit lekker in Parijs.” Terwijl het in werkelijkheid enorm tegenviel, dan maak je dat soms mooier. Je wilt je eigen leven betekenis geven en wel zodanig dat je er zelf in gaat geloven. Uiteindelijk gaat zoiets een eigen leven leiden. Hoe langer geleden, hoe meer je vasthoudt aan de hoogtepunten. En dan kunnen details hoogtepunten worden. Op den duur weet je niet meer wat waarheid, herinnering of inbeelding is.’


Viel het tegen?

‘Ja. Het begon al anders dan ik had gewild. Ik wilde na mijn eindexamen naar Bordeaux maar daar wilde niemand een jongen als au pair. Het werd daarom Parijs. Ik nam mijn viool mee, maar niet met de opzet om ermee op straat te gaan spelen.
Het was vreselijk in het begin, daar in mijn eentje. Ik ging wel op Franse les, leerde daar mensen kennen, maar uiteindelijk ben ik van pure ellende op straat gaan spelen. Ik raakte uiteindelijk min of meer verslaafd aan het zoeken naar goede plekken om te spelen. Het boek Le solitaire van Ionesco dat de hoofdpersoon van zijn Franse docent krijgt met de mededeling “Lees dit maar, het kan altijd eenzamer, houd je daar maar aan vast” was heel toepasselijk.’


Kon je zo goed viool spelen?

‘Ik was daar in ieder geval goed genoeg voor, ik had jarenlang in een jeugdorkest gespeeld en speelde mee tijdens concerten. Voor die optredens was ik altijd heel zenuwachtig, maar daar in Parijs op straat niet. Daar verwacht niemand iets van je en valt het altijd mee. Al snel kreeg ik complimenten en verdiende ik goed.’


Op straat ontmoet de hoofdpersoon Milan, een fagottist, hij is de koning van de straatmuzikanten. Hij speelt een belangrijke rol in het boek.

‘Milan is de man met de regie over vrijwel alle straatmuzikanten. Hij bepaalt wie wanneer waar mag optreden. Hij heeft contacten bij de parkwachters die hij inzet als hij dat nodig vindt, bijvoorbeeld als de bedelaars de inkomsten van de artiesten inpikken door te doen alsof ze bij elkaar horen. Dat is gebaseerd op iets wat ik zelf heb meegemaakt. Ik had mijn plekje drie uur voor de openingstijd bij het Grand Palais ingenomen, er stond een lange rij en ik had mijn plekje tactisch gekozen. Die profiteurs posteerden zich ruimschoots later ook bij die rij en wel zodanig dat het leek alsof ze bij mij hoorden. Daardoor ontvingen zij soms mijn verdiensten. Toeristen zijn gul, maar ze geven maar één keer.’

Milan – in werkelijkheid heette hij anders en speelde hij klarinet – had door dat ik goed kon spelen en gaf me een kans. Ik heb veel van hem geleerd. Hij eiste wel van me dat ik nooit zou praten over alle trucjes – de tien gouden regels van Milan – die hij met me deelde. Met de publicatie van De klanken van Icarus klap ik dus eigenlijk uit de school.
Zelf kon hij leven van het spelen op straat. Zijn vrouw had een ‘baantje’ zodat ze verzekerd waren. Tegelijkertijd waren ze ook bezig met de bouw van hun tweede huis.
Hij adviseerde me overigens om niet in zijn voetsporen te treden: “Ga studeren, anders sta je op je 40e nog op straat.”’

Dat advies heeft Van Meijgaard ter harte genomen. Hij is Nederlands gaan studeren en geeft nu onder andere les op het conservatorium in Den Haag.
‘Dat ene jaar in Parijs, waarin alles anders liep dan verwacht heeft me zoveel gebracht. Zo’n jaar, de dingen die je rond die leeftijd meemaakt, de mensen die je ontmoet, maken veel indruk. Wat ik toen gedaan heb had ik nooit van mezelf verwacht, maar iets wat je niet plant brengt vaak meer dan een uitgestippeld pad. Maar ik ben een nostalgisch mens. Misschien is mijn boek wel een uitnodiging aan de jongeren van die leeftijd om te gaan reizen en bijzondere dingen mee te maken.’

Icarus komt in het boek niet voor. Hij was hoogmoedig en kwam ten val. De muzikant uitDe laatste klanken van Icarusis misschien bij tijd en wijle wel ijdel, maar is vooral op zijn hoede voor wat de komst van Julie, vijfentwintig jaar na dato, teweeg zal brengen. Maar waarom eigenlijk? Waarom wil hij Julie kost wat kost terugvinden voordat zij naar Nederland komt? Dat is waar het in dit boek om draait en wat niet vooraf onthuld moet worden.

 


 

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

14 juli 2014

Geraffineerde vertellingen  Geraffineerde vertellingen 
Recensie door Evert Woutersen

Een Siciliaanse lekkernij (2014) is een bundeling van de tien beste verhalen van Rascha Peper (1949-2013). Het is een keuze uit verhalen die werden gepubliceerd tussen 1990 en 2009.

Het is een gevarieerde bundel geworden met verhalen uit verschillende tijden.

Dit delen: