Jules Deelder vijfenzeventig jaar: ‘Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt’

 

Tijdens Poetry International 2014, het jaar waarin auteur en voordrachtskunstenaar Jules Deelder zeventig werd, sprak Bas Kwakman met de dichter in een overzichtsinterview. Met beelden van een jonge Deelder, die later ‘De nachtburgemeester van Rotterdam’ werd genoemd. Hij was elf toen hij zijn eerste gedicht schreef: ‘Hoort, men werpt een atoombom’. Waarbij hij altijd vertelde dat ze thuis nog dachten dat het wel over zou gaan met die poëtische aspiraties.

Niewsbrief

Ontvang onze nieuwsbrief. Geef hieronder uw emailadres op:

Roes

De kick van lezen is het moment dat je uit de wereld valt. Geregeld heb ik dat nodig (niet dat ik het dagelijks zoek). Niet elk boek heeft het in zich. Het is simpelweg een kwestie van doorlezen, samenhang vinden. Zoals een junk zijn spul geregeld wil hebben, rusteloos wordt als er niets in huis is, word ik rusteloos van een boek. Een glas wijn erbij is onontbeerlijk. Dan doorlezen tot er iets ontdekt wordt waarvan je niet wist dat het er was. Dat moment, aangevuld met nog een slokje wijn, doet me mezelf ontstijgen, eurekagevoel. Het boek moet terzijde gelegd, een zucht geslaakt. Wat het precies is kan niet aangeraakt worden, maar het is er. 

Ingmar Heytze stelde in het afgelopen jaar een boek samen met honderd van zijn beste gedichten. Bij elk gedicht schreef hij een inleiding, de weg die naar het gedicht leidde. Al lezende kom ik te weten, dat de dichter  tweejaarlijks met collega vriend Frank Koenegracht, die hij als zijn dichterlijke vader beschouwt, belt. Dat hij elke dinsdagavond gaat kaarten met vrienden.

Lees meer