Jules Deelder vijfenzeventig jaar: ‘Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt’

 

Tijdens Poetry International 2014, het jaar waarin auteur en voordrachtskunstenaar Jules Deelder zeventig werd, sprak Bas Kwakman met de dichter in een overzichtsinterview. Met beelden van een jonge Deelder, die later ‘De nachtburgemeester van Rotterdam’ werd genoemd. Hij was elf toen hij zijn eerste gedicht schreef: ‘Hoort, men werpt een atoombom’. Waarbij hij altijd vertelde dat ze thuis nog dachten dat het wel over zou gaan met die poëtische aspiraties.

steun-ons@2x

Nieuwsbrief

Ontvang onze nieuwsbrief. Geef hieronder uw emailadres op:

De jongen in het jurkje

Voor mijn zesde verjaardag wenste ik een tunica, gemaakt van rode stof met een witte band aan hals, mouwen en onderkant. Het was exact ‘het jurkje’, zoals dat thuis werd genoemd, dat Alex droeg op het omslag van De gouden sfinx. Alex, blonde krullen, stoer, Galliër, stripheld. Bedacht door de Franse striptekenaar Jacques Martin (1921 – 2010). De gouden sfinx kreeg ik van tante Neel, de oudste zus van mijn moeder. Het album heb ik nog steeds. Vouw in het omslag, rug verwoest, resten plakband. Op het titelblad staat mijn handtekening met jaartal. De handtekening van een sprinter.  Klaar om weg te stuiven.
Ik weet dat ik heb gesmokkeld met het jaartal, 1971 schreef ik er later in, misschien rond mijn tiende jaar. Bij de antedatering hield ik me, inmiddels verzot op tijdbalken en chronologie, aan het copyright-jaartal op pagina twee. Het boek moest ik in 1971 hebben gekregen, vlak voor ik naar de lagere school zou gaan. 

Lees meer