Jules Deelder vijfenzeventig jaar: ‘Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt’

 

Tijdens Poetry International 2014, het jaar waarin auteur en voordrachtskunstenaar Jules Deelder zeventig werd, sprak Bas Kwakman met de dichter in een overzichtsinterview. Met beelden van een jonge Deelder, die later ‘De nachtburgemeester van Rotterdam’ werd genoemd. Hij was elf toen hij zijn eerste gedicht schreef: ‘Hoort, men werpt een atoombom’. Waarbij hij altijd vertelde dat ze thuis nog dachten dat het wel over zou gaan met die poëtische aspiraties.

Nieuwsbrief

Ontvang onze nieuwsbrief. Geef hieronder uw emailadres op:

Verdwijnend landschap

Verdwijnend landschap

Ik ga met vakantie. Hoe wereldproblemen zich vernauwen kunnen tot ‘welk boek neem ik mee?’ Ik verbaas mezelf. Morgenmiddag drie uur vertrekt de boot naar Terschelling. Er gaat van alles door mijn hoofd. Denk aan lijstjes opstellen, kleding uitzoeken (waar is mijn badpak, die handige zaklamp!). Ondertussen ruim ik een keukenla uit. Er blijken regels te zijn waar ik aan te houden heb voor de vakantie kan beginnen. Er dringen zich dingen aan me op, ‘kijk mij, maak schoon, ruim op, dweil die keuken eens’. Alsof het de laatste dag van alles is, ruim ik een lade leeg, maak kleverige kruidenpotjes schoon. Poets het bestek blinkend op. Als de man de keuken in loopt, zeg ik, ‘ Vraag me niet!’ En leg keukengerei naast de bak met kruiden in een schone la. Ik denk aan Erwin Mortier. In zijn boek Gestameld Liedboek schrijft hij over zijn dementerende moeder, ‘Laden die ze al maanden, jaren onaangeroerd liet, trekt ze weer open, en ze zoekt en zoekt.

Lees meer