19 januari 2009

Jan Aelberts winnaar van De Brandende Pen 2009

De 23-jarige Vlaamse schrijver Jan Aelberts heeft De Brandende Pen 2009 gewonnen voor het beste korte verhaal. De juryleden Michaël Zeeman, Zeger van Herwaarden, Wilma de Rek en Xavier van Leeuwe reikten zondagmiddag deze literaire prijs uit in Utrecht. Het is de tweede keer op rij dat een Vlaming het beste Nederlandse korte verhaal schreef.

Aelberts tekst Misschien bestaan we heeft volgens de jury lekkere zinnen en een goede vertellersstem. “Een verhaal waarbij de auteur zijn personages met oprechte interesse tegemoet treedt. Een eigentijdse Trainspotting met uppers, downers en alles ertussenin. Een verhaal over Vlaanderen en zijn akkers, een verhaal over ellende zonder weerga,” aldus de jury.

Schrijfster Basje Boer uit Amsterdam heeft een eervolle vermelding toegekend gekregen met haar verhaal De plaatjes aan mijn muur. Ook Noud Hovius is deze eer te beurt gevallen met Passage.

Winnaar Jan Aelberts heeft een masterclass debuteren gewonnen van literair agent Paul Sebes ter waarde van 1.350 euro. Deze masterclass volgde ook de winnaar van vorig jaar, Joost Vandecasteele. Zijn debuutroman verschijnt dit voorjaar bij de Arbeiderspers.

De redactie van Lava, initiatiefnemer van de Brandende Pen, ontving 430 inzendingen. De beste tien verhalen zijn gepubliceerd in het winternummer Lava 15.1.

Recent

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer