Italiaanse vaders en zoons

Het eerste boek dat ik van John Fante las, was Wacht tot het voorjaar, Bandini, dat was in 1985 en begint zo: ‘Hij liep tegen de diepe sneeuw te schoppen. Alles stond hem tegen. Hij heette Svevo Bandini en hij woonde drie blokken verderop in de straat. Hij had het koud en er zaten gaten in zijn schoenen. Die ochtend had hij de gaten van binnen gedicht met stukken karton van een macaronidoos. De macaroni uit de doos was niet betaald. Daar had hij aan gedacht toen hij het karton in zijn schoenen legde.’ Een litanie over het leven van een Italiaanse metselaar uit een bergdorp in de Abruzzen, en zijn gezin in Colorado. Daar is veel sneeuw om tegen te schoppen, en als er sneeuw is, geen werk en veel dagen om in het café door te brengen, wachten op het voorjaar, tot er weer gebouwd kan worden. We volgen de metselaar en vader in de nacht door de sneeuw, op weg naar huis, waar we zijn zoon Arturo tegenkomen.

‘Vijfenzeventig kilo woog Svevo Bandini, en hij had een zoon, Arturo.’ Een bladzijde verder nadert hij het huis waarvan hij de hypotheek niet meer kan betalen. Hij denkt aan God, die hem in de steek liet, ‘Dio Cane, Dio cane’, God is een hond. Dan weer: ‘Hij had een zoon, Arturo, en Arturo was twaalf en had een slee.’ En verder gaat het, over de ontvangst van zijn vrouw Maria, ‘Haar naam was Maria Bandini, voorheen Maria Toscano.’ In al Fante’s boeken hebben zijn ouders een prominente rol, hun ‘Struggle for life’ is zijn ‘Struggle’. Zijn ritmische en energieke taal waarmee hij het leven van Italiaanse Amerikanen beschreef, werkt verslavend.

Fante schreef vier boeken waarin zijn alter ego Arturo Bandini hoofdpersonage is. Hij schreef ze niet chronologisch. Nadat Wait Until Spring, Bandini en Ask the Dust in de jaren tachtig een herdruk beleefden omdat Charles Bukowski ermee wegliep, verscheen het derde deel, Dreams from Bunker Hill dat Fante dicteerde aan zijn vrouw. Zelf was hij door suikerziekte blind geworden en, nadat eerst zijn tenen, toen zijn voeten, zijn benen werden geamputeerd, was hij tot niets meer in staat. Zijn zoon, schrijver Dan Fante, publiceerde in 1998 de roman Klein geld, waarin hij zijn vader na jaren van verwijdering in het ziekenhuis opzoekt. De fictieve zoon Bruno, ging kamer 334 binnen. ‘De kamer van Jonathan Dante. (…) Mijn ogen kregen een blinde tors zonder benen te zien’. Hij zei tegen de man in coma, ‘Ik hou van jou’, in de hoop dat hij gaan zou. Daar kom ik behoorlijk dicht bij Arturo Bandini, bij John Fante, als hij op sterven ligt.

Postuum verscheen The Road to Los Angeles, het eigenlijke tweede deel van de Bandini saga, geschreven in de jaren dertig maar nooit gepubliceerd. Vorige week verscheen Het volle leven, met een voorwoord van Jaap Scholten die ooit in Fante zijn leermeester vond. Het zou als het vijfde boek uit de Bandini sage gelezen kunnen worden, zij het niet dat toen geadviseerd werd de naam van Arturo Bandini in John Fante te veranderen, ‘om de aantrekkelijke non-fictiemarkt te bereiken’, weet Jaap Scholten. Fante schreef het nadat hij van zijn vrouw hoorde dat zij zwanger was van hun vierde kind. Hij was woedend, hij wilde niet nog een kind, en sloot zich op in zijn kamer waar hij Full of Live schreef. Het werd een boek over liefde voor zijn ouders, voor zijn vrouw. Uit woede komen de mooiste werken voort.

In Het volle leven speelt zijn vader, opnieuw een grote rol. Hij komt bij zijn zoon logeren om diens houten keukenvloer, door termieten aangevreten, te vernieuwen. Hij haalt zijn vader, die met zijn moeder in Sacramento Valley van zijn pensioen geniet, van huis op. ‘Het was mijn eerste treinreis met papa en het bleek een nachtmerrie. Vanaf het moment dat we het station in gingen, waren er moeilijkheden. We hadden vijf stuks bagage: Papa’s gereedschapstas, zijn twee armoedige koffers, de met een touw dichtgebonden kartonnen doos vol gevulde weckflessen en mijn weekendtas. Die gereedschapstas alleen woog al vijfentwintig kilo, want die zat boordevol beitels, hamers en andere hompen staal die in zijn vak gebruikt werden.’  Zijn vader weigert een kruier in te schakelen, dat kost geld, ook al betaalt zijn zoon, hij wil het niet. Dit boek levert, evenals de Bandini boeken, heftige, hilarische en ontroerende scenes op waarin enige balans in het leven nooit bereikt lijkt te worden. John Fante was een ongelooflijk goed schrijver. Deze vertaling een cadeau voor de Fante liefhebber.

 

 

Het volle leven / John Fante / vertaling Dirk-Jan Arensman / voorwoord Jaap Scholten/ 212 blz. / Uitgeverij Oevers


Inge Meijer is een pseudoniem, leeft op bij een goed verhaal.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Inge Meijer: