13 september 2010

Interview met Thijs de Boer

Interview door: Mohana van den Kroonenberg

In april 2010 verscheen het debuut Vogels die vlees eten van Thijs de Boer bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Waarom ben je eigenlijk gaan schrijven?
Ik kan er niet eenvoudig op antwoorden maar ik denk dat het te maken heeft met het willen hebben van controle. Als kind heb je weinig te zeggen over je eigen leven en als je het huis uitgaat lijkt dat wat toe te nemen. Maar uiteindelijk kom je erachter dat je eigenlijk vrij weinig controle hebt over de dingen die om je heen gebeuren. Over de dingen die je soms overkomen. Bijna al mijn verhalen zijn begonnen met een frustratie over iets waar ik weinig of geen controle over heb. Door erover te schrijven creëer je de illusie van controle. Je maakt een wereld waarin je veilig die onderwerpen kan onderzoeken en van meerdere kanten kan bekijken. Zoals bijvoorbeeld de macht die vrouwen hebben over het krijgen van kinderen in het verhaal Schoon. Of bijvoorbeeld hoe afhankelijk je als kind bent van je ouders in het verhaal Ratten.

Heb je dan controle in het schrijven? Is het niet het verhaal dat zichzelf schrijft?
Ja, ik heb controle over het verhaal. Het fijne is dat je een soort God bent, dat je een wereld schept waarmee je kunt doen wat je wilt. Het voelt alsof het helemaal van jou is en dat je met niemand rekening hoeft te houden. Ik voel geen remmingen in het schrijfproces. Natuurlijk kan soms het verhaal je verrassen en je mogelijkheden laten zien die je niet direct zelf bedacht hebt, maar je hebt uiteindelijk altijd nog zelf de keuze of je daarin mee wilt gaan.

Heb je iets speciaals met het korte verhaal?
Zeker, maar vooral omdat ik me niet zolang kan concentreren. Een roman kan me vaak niet lang bezighouden omdat het vaak lang duurt te komen tot de essentie. Bij een kort verhaal ben je genoodzaakt dat snel te doen. Als ik een roman lees denk ik soms: Dat kan ik veel korter. Ik schijf vaak fragmentarisch, met zelfs nog kleine korte verhalen binnen het korte verhaal. Sylvia is daar een goed voorbeeld van. Een van mijn favoriete zinnen in dat verhaal is: ‘Elke keer als ik bid, die paar keer per jaar, eindig ik met: “Je begrijpt wel wat ik bedoel.”’ Iemand zei dat ooit tegen mij. Zo’n zin laat zoveel zien in een paar woorden.
In het begin schreef ik echt hele korte verhalen van ongeveer twee pagina’s. Later werden mijn verhalen langer omdat ik meer bewust werd van wat ik deed en ook van wat ik wilde bereiken met mijn verhalen.

Wat vind je van de status van het korte verhaal?
Het is ondergewaardeerd. Ik weet niet waarom. Vreemd eigenlijk. Alles wordt korter en sneller maar bij verhalen blijft er de behoefte naar romans. Misschien is dat omdat mensen willen ontsnappen naar een wereld waar ze langer kunnen verblijven en zijn ze dat gewend van romans. Het korte verhaal vraagt meer van de lezer. Maar vaak is de beloning van het lezen ook groter. Omdat een kort verhaal meer van je vraagt is de interactie met de lezer ook groter en word je als lezer ook meer geraakt, omdat het verhaal dichterbij komt. Maar misschien is dat alleen mijn ervaring maar.

Heb je voorbeelden?
Carver, Salinger, Kavin Canty, Sanneke van Hassel, Ton Rozeman en Janneke van der Horst.

Plaats jij jezelf ergens? Hoor je ergens bij?
Ik lees zelf te weinig en ken het gehele literaire landschap te slecht om mijzelf ergens bij te durven plaatsen. Ik weet wel dat ik taal zie als een instrument om een verhaal te vertellen. Dat is waar het om gaat. Het doel is het verhaal, niet de taal. Ik wil droge, minimalistische dingen laten zien. De lezer moet het in zijn hoofd maar bij elkaar puzzelen. Ik schrijf wat ik leuk vind. En wat ik schrijf ken ik niet bij anderen.

Wat is een kort verhaal voor jou?
Het heeft natuurlijk iets te maken met lengte. Maar het heeft vooral te maken met de manier waarop je een verhaal vertelt. In een paar zinnen kan je iets neerzetten. Mijn verhaal Zaterdag, dat is naar mijn idee een echt kort verhaal. Geen plot maar een schets die bijna neigt naar een gedicht. Het beschrijft een paar personen op een feestje. Er gebeurt eigenlijk niks. Maar toch blijf je achter met een gevoel. Het fijne van een kort verhaal vind ik ook dat het geen begin en eind hoeft te hebben. Je pakt een stukje, dat laat je zien en dat is genoeg. Je hoeft niks op te bouwen of af te ronden.

Nu over jouw werk, over je thema’s. Hoe kom je eraan?
Ik schrijf over dingen die me dwarszitten. Het is vaak iets dat me stoort, dat me bezighoudt, en dan ga ik er over schrijven.
Er gebeuren zoveel dingen in de wereld die mensen niet willen weten, niet willen zien, daar schijf ik graag over. Dat wat niet in een perfecte wereld past. De wereld is niet perfect, niemand is perfect, maar we doen ons graag perfect voor. En iedereen is zo ontzettend blasé. Als er dan iets in het leven gebeurt waardoor alles instort, dan komen we er opeens achter dat we gevoelens hebben. Veel verhalen gaan daarover: dat mensen ontdekken dat het allemaal niet zo is als ze dachten en dat ze alles een plek moeten geven.
Ik maak de dingen groter in mij hoofd. Als ik bijvoorbeeld maar een klein beetje bang ben om een kind te krijgen dan maak ik het absurd groot en ontstaat een verhaal als Het kleine ding.
Het is veel erger dan de realiteit maar het is mijn manier om met de dingen om te gaan, te verwerken en een plek te geven. Dingen die ik niet zeg maar in mijn verhalen wel durf te zeggen, het zijn gedachte-experimenten.
Ik woonde ooit samen met een huisgenoot, we hadden geen bijbaan, ik was aan het schrijven, hij deed zijn eigen ding. We waren allebei voor onszelf bezig en we maakten het altijd heel laat en zagen de zon nooit. Als we wakker werden was het alweer donker. Zo ontstond Ketamine. Het is niet werkelijk autobiografisch, maar het komt wel allemaal uit mij.
Ik vind het fijn als mensen Schoon goed vinden. Dat komt omdat ik daar veel meer risico’s heb genomen in stijl en in wat ik schrijf. En ik ben heel blij dat ik Zaterdag heb geschreven, dat heeft voor mij wel wat deuren geopend; wat je kan maken in een verhaal, wat je kan doen.
Eerste sneeuw is ontstaan uit het liedje Alles in de wind, alles in de wind, nu ben ik mijn zusje kwijt in een versie van Spinvis waarbij geloof ik zijn zoontje het zingt. Zo’n lieve jongensstem, dat is zo mooi. Kwijt, je bent een mens niet kwijt, zo’n mooie zin, daarmee ben ik begonnen, ik wist niet hoe het af zou lopen. Ik heb het in een dag geschreven, heel ongewoon voor mij, normaal ben ik heel langzaam.

Vroeger keek ik heel erg veel tv. Nu niet meer, ik word er moe van. Ik dacht lange tijd dat ik mijn jeugd vergooid had door zoveel tv te kijken maar er is toch ook iets waar ik nu iets mee doe. Onbewust heb ik toch veel vertelstructuur tot me gekregen. De bogen. De beloftes die je moet inlossen.
Toen ik lesgaf in het schrijven van korte verhalen heb ik mijn cursisten alleen maar films aangeraden. Kijk films, herhaalde ik telkens. Ik denk dat films heel goed zijn. De verhaalstructuur, de dialogen. Veel geschreven dialogen zijn onnatuurlijk, er zit weinig spanning in. Je merkt dat die gesprekken niet echt gevoerd zijn. In films kom je daar niet mee weg.

Filmscenario schrijven?
Nee, dat ook weer niet. Ik zou me dan te veel met wat mensen verwachten bezighouden. Dat lijkt me niet wenselijk. Als ik een verhaal schrijf ben ik alleen, écht alleen. Ik heb mezelf geleerd me volledig af te sluiten, dat niemand meeleest over mijn schouder, ik oordeel pas later.

Hoe werkt jouw schrijfproces?
Ik ben een verzamelaar. Ik schrijf korte fragmenten op. Dingen die ik hoor, die vrienden mij vertellen. Dingen die ik grappig vind of dingen die me raken. Op een gegeven moment denk ik, o, dat past wel bij dat, ik maak notities maar ik ga niet elke dag zitten. Als ik werk doe ik dat thuis, op mijn laptop, aan een tafel, of in bed, bijna altijd na 9 uur ’s avonds. Het zijn periodes. Twee weken elke dag naar de bieb om te schrijven en dan opeens werkt dat niet meer, dan moet ik het weer anders doen. Mijn schrijfproces is dus ook fragmentarisch. Ik heb ooit een ateliertje gehuurd maar daar ben ik ook maar een maand gebleven.

Humor?
Heel belangrijk. Humor is belangrijk om te relativeren. In het leven, maar het werkt precies hetzelfde in een verhaal. Ik doe het op gevoel. Je kan niet continu wat slechts brengen, je moet afwisselen. Ik vergelijk het wel met een leuke test die ze ooit deden met middelbare scholieren. Er werden hun foto’s getoond van slechte gebitten. Bij het zien van foto’s met middelmatige tanderosie, gaan scholieren beter hun tanden verzorgen. Als je ze foto’s laat zien met heel slechte gebitten, met heel veel tanderosie, dan stoppen ze met tanden poetsen, dan geven ze helemaal op.

Je titel, leg eens uit.
Vogels die vlees eten is een zin uit Ketamine. Het is een rauwe titel die past bij het boek. Het vervreemdt, je denkt even dat het niet klopt. Veel verhalen in het boek laten ook dingen zien die mensen het liefst ontkennen. Andere dieren eten ook vlees maar bij vogels is het iets vies, iets wat niet hoort. Maar ze maken gewoon deel uit van de natuur. Een natuur die willekeurig en soms wreed is. Net zoals de mensen in mijn boek die ook dingen doen die niet normaal zijn maar toch ook weer wel. Ik vind het een fijne titel die goed past bij het boek.

Je personages, niet helemaal normaal maar toch ook weer wel?
Ze laten een deel van het mens-zijn zien. Juist die kant die mensen niet graag willen laten zien. Als alles wegvalt, als alles verloren is, als het enige dat je nog over hebt is dat je bestaat. Ik wil laten zien hoe mensen kunnen zijn, vaak in donkere werelden. Ze doen door omstandigheden of onvermogen dingen die ze eigenlijk niet zouden moeten doen. Maar van binnen blijven ze ondanks alles toch goed. Ze zijn misschien niet normaal maar ze zijn wel menselijk. Daar gaat het om.

Waar ben je nu mee bezig?
Ik ben nu net weer een beetje begonnen met schrijven. Maar het zijn nog kleine aantekeningen. Kleine rare gedachte-experimenten, het is nog niet echt iets concreets aan het worden. Maar het is fijn om weer te schrijven zonder deadline. Het voelt weer als speelkwartier. Alles mag en kan.

Vogels die vlees eten

Auteur: Thijs de Boer
Verschenen bij: Uitgeverij Nieuw Amsterdam (april 2010)
Prijs: € 16,50

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 oktober 2007

Roman met cartoonachtige taferelen
Door Rabin Gangadin

De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol.
De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w.

Lees meer