In memoriam Wessel te Gussinklo (1941-2023)

door Kris Mattheeuws

 

Met Wessel te Gussinklo verliest de Nederlandse literatuur een volstrekt unieke stem. Het duurde lang voor de in Utrecht geboren auteur erkenning kreeg. Het stigma ‘miskend genie’ kon zeker op hem gekleefd worden. Toen hij in 2019 de BookSpot Literatuurprijs ontving voor De Hoogstapelaar, leerde ik de schrijver en zijn werk beter kennen. In de eerste week van het nieuwe jaar maakte ik een afspraak met hem voor een interview voor Literair Nederland. Hij nodigde me uit naar zijn woonplaats Kamperland in Noord-Beveland, Zeeland te komen. Het was bar koud, zijn vrouw Odilia zou erwtensoep maken waaraan we ons konden warmen, zo zei hij. 

De avond voor ons interview belde Te Gussinklo of we het interview niet per telefoon konden doen. De heisa van de voorbije maanden rond de BookSpot had zijn tol geëist. Hij was moe en had zijn rust nodig. Het werd een telefonisch interview dat enkele uren duurde. Zowel de schrijver als ikzelf genoten enorm van dit onderhoudende gesprek.


Van miskend naar laureaat

Het werk van Te Gussinklo was tot dan toe onder de radar gebleven, de BookSpot had daar verandering in gebracht. Nochtans was te Gussinklo geen onbekende in het literaire wereldje. Na zijn studies psychologie in Utrecht en Zürich besloot hij zich al gauw te wijden aan de literatuur. Hij schreef essays die gekenmerkt werden door hun maatschappijkritiek en zijn eigenzinnige filosofische denkbeelden. Zelf hield hij meer van zijn romans. Het was een lange weg om daar gehoor voor te vinden. Pas na tien jaar vond hij een uitgever voor De verboden tuin (1986), waarvoor hij prompt de Anton Wachterprijs kreeg. In dat boek voert hij voor het eerst Ewout Meyster op, een tienjarige eigenzinnige jongen die leeft in zijn eigen paradijselijke wereld. 

Ewout Meyster kan gerust het alter ego van Wessel te Gussinklo genoemd worden en zal daarna nog in nog drie andere boeken verschijnen. De tetralogie rond dit hoofdpersonage wordt ook wel het magnum opus van Te Gussinklo genoemd. In De opdracht (1995) gaat de veertienjarige Ewout naar een zomerkamp voor kinderen van oorlogsslachtoffers. Ewout Meyster probeert door de jaren (en de boeken heen) te ontsnappen aan zijn dominante moeder en afwezige vader. Ook hier zien we de parallellen met de schrijver. Te Gussinklo’s vader werd in 1944 door de Duitsers geëxecuteerd. De opdracht kende meerdere herdrukken, werd genomineerd voor De Gouden Uil en de Libris literatuurprijs en kreeg drie andere literaire prijzen. 


Periode van stilte

Daarna wordt het wat stil rond de schrijver. Er worden nog een aantal essays gepubliceerd en als in 2008 zijn toenmalige vrouw sterft door een ongeval, is het gedaan met schrijven. Hij is zijn inspiratie en zijn pen kwijt. Tot hij zijn tweede vrouw Odilia ontmoet. Zij wordt zijn muze en moedigt hem aan opnieuw te gaan schrijven. Wessel te Gussinklo probeert verder te werken aan zijn Ewout Meyster-cyclus, maar het lijkt hem niet te lukken. 

Dan verschijnt in 2014 Zeer helder licht. Hijzelf vond dit ongetwijfeld zijn beste roman, maar voelde zich gepasseerd. Hij had, naar eigen zeggen, zonder enig voorbehoud de AKO-literatuurprijs hiervoor moeten krijgen, maar die ging naar Oorlog en terpentijn van Hertmans. Ik kende Zeer helder licht niet, maar na het interview stuurde Wessel te Gussinklo me het boek met een mooie opdracht. Het blijft een van de mooiste herinneringen aan een empathische, en in eerste instantie miskend schrijver.

Het boek is inderdaad een parel, een eigenzinnige, maar luchthartige liefdeshistorie. In 2015 verscheen zijn controversiële, maar zeer gewaardeerde essay We zullen aan God gelijk zijn. Ondertussen werkte de schrijver ijverig verder aan zijn Ewout Meyster-boeken. In 2019 publiceerde hij, bijna vijfentwintig jaar na het eerste deel, De hoogstapelaar, een hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Ewout is ondertussen zeventien en een snoever. Een buitenstaander die zijn weg probeert te vinden, die iets wil bereiken en zich vergelijkt met Churchill, Roosevelt en zelfs Hitler. 

Dichter bij zijn alter ego komt Wessel te Gussinklo niet. Net als Ewout dweept hij met Sartre: ‘Sartre was voor mij een verlossing. Alle zaken die hij beschrijft, zag en voelde ik ook. Maar die herkende ik niet bij anderen. Die waren allemaal argeloos en naiëf zichzelf, vrolijke jongetjes en kindertjes, ik niet! Ik zat voortdurend te tobben, allemaal vreemde dingen te denken, dat ik gek was of  ernstig gestoord. Sartre was helemaal nieuw, modieus, schokkend, verrassend. Ewout  is gewoon iedereen voor, hij is een van de weinigen aan de spits van het nieuwe. Ewout herkent zichzelf in de ideeën van Sartre. Hij is niet alleen beïnvloed door hem, hij herkent zichzelf in Sartre. Hij heeft een soort van schok van herkenning in Sartre, wat ikzelf ook heb gehad. Zo zit het dus in elkaar!’


Tetralogie voltooid

En nog was het niet gedaan met Ewout. In Op weg naar De Hartz (2021) maakt hij de laatste keer zijn opwachting. De nu 23-jarige Ewout leert de liefde en de filosofie kennen, maar wordt geteisterd door verraad en bedrog. Te Gussinklo kon de Boekenbon literatuurprijs zelf niet meer ophalen. Hij was toen al te ziek: een leveroperatie en hartproblemen teisterden zijn toen al tanende gezondheid. Hij bleef echter verder schrijven tot het eind. 

Het werk van Wessel te Gussinklo neemt  in de Nederlandse literatuur een unieke plaats in. Dat het grote publiek niet volgde, deerde hem niet. Hij vond zichzelf wel de betere literator in ons taalgebied en liet zich wel eens laatdunkend uit over de stijl van Pfeiffer, Uphoff of andere populaire schrijvers. Hij zocht het mediacircus niet op en bleef altijd zijn eigengereide zelve. Hij was evenwel de ideale gesprekspartner, hij nam zijn tijd, bleef geïnteresseerd en schuwde de discussie niet. Zijn dwepen met Sartre en Mulisch en zijn eigendunk maakten hem misschien minder geliefd bij zijn collega’s. 

En wat te zeggen over zijn boeken? Zijn moeilijk toegankelijke en ietwat archaïsche stijl hebben een inlooptijd nodig. Eens gewend aan de stijl, word je als lezer omvergeblazen door zijn virtuositeit. Hij ontdoet zijn onderwerp van alle franjes en graaft naar het ongrijpbare en onnoembare. Hij gebruikt daarvoor een taal die volstrekt uniek is, alleen al het woord ‘hoogstapelaar’ getuigt daarvan. 

Toen ik hem aan het eind van ons interview vroeg hoe hij wilde dat zijn schrijverschap herinnerd zou worden, antwoordde hij, ‘Ik hoop dat er over mijn schrijverschap gezegd zal worden: hij was de meest kwaliteitsrijke Nederlandstalige schrijver van de afgelopen decennia. Het is wel  een steen in een vijver gooien, maar wat Van het Reve al zei: de dingen altijd voor je houden is ook niet goed, dus, nou ja.’

Wessel te Gussinklo overleed woensdag thuis in Kamperland, waar hij sinds 2007 woonde. Hij werd 82 jaar.

 

 


Lees hier het interview uit 2019.
Auteursfoto via uitgeverij Koppernik.



Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

26 december 2023

Beste boeken van 2023

26 december 2023

Een oeverloos bestaan

22 december 2023

Zoektocht naar Nataraja

Literair Nederland - 10 jaar geleden

06 januari 2014

Een boer met een bibliotheek Een boer met een bibliotheek
Recensie door Adri Altink

Al op de eerste pagina legt Benno Bernard treffend uit waarom hij een landjonker is: ‘Gezonde buitenlucht snuif ik met welbehagen op; ik boots hier op mijn bekoorlijke platteland tussen voormalige boeren de voormalige landadel na. Daartoe bewoon ik een oud boerderijtje, cultiveer elf are grond en koester vele anachronistische inzichten, die muf ruiken in de neus van mijn tijdgenoten.’

Wie deze zinnen na lezing van het hele Dagboek (het bestrijkt de periode van 2008 tot de eerste dagen van 2013) nog eens terugpakt, merkt hoe kernachtig dat zelfportret is.