In memoriam Martin Amis (1949-2023) – Het begin van de literatuur

In memoriam door André van Dijk

 

We schrijven 1984. Mijn lezen ontwaakt en neemt in korte tijd een supersonische vlucht. De eerdere middelbare school-leesverplichting heeft geen post gevat en is te verwaarlozen als tijdverdoen en tegendraads plichtverzuim. Maar bij aanvang van de studie verandert er iets en breken nieuwe tijden aan. Ik begin te lezen en verzamel wild om me heen de klassiekers waarvan ik onbewust weet dat ze van waarde zijn voor de basis van een ontluikende leeshonger. Couperus, Mann, Reve, Salinger, Hermans, Tolstoi, alles lijkt aan bod te kunnen komen en verhuist van de tweedehandsboekwinkel naar mijn langzaam groeiende boekenkast. 

Een vriend leent mij de pas uitgekomen editie van Money van de jonge Engelse auteur Martin Amis met de niet mis te verstane aanbeveling: ‘Dit móét je lezen’. De ondertitel A Suicide Note stuurt de onwetende lezer al in een bepaalde richting, maar na de eerste tien overrompelende bladzijden is het hek van de dam. Dit is totaal anders dan ik tot nu toe heb gelezen. Dit is dynamisch, het is snel, hard, confronterend, absurdistisch, cynisch, maar vooral uiterst meeslepend. 

Schrijversnest

Martin Amis komt uit een schrijversnest waar zijn vader, gelauwerd schrijver Kingsley Amis, een overheersende rol speelde. Geen ideale omstandigheden voor een jonge schrijver die, op zoek naar erkenning, vooral afwijzing op zijn pad vindt. Kingsley oordeelt over Money met de scherpe woorden: ‘Breaking the rules, buggering about with the reader, drawing attention to himself.’ Daar kan je ’t dan mee doen. Toch is Amis op latere leeftijd mild gestemd over zijn vader en ziet hij veel overeenkomsten: ‘We schrijven allebei in de komische, satirische traditie, waarbij je in een verheven stijl schrijft over relatief triviale zaken.’

Money leest als een wervelwind. Zelfs in de geweldige Nederlandse vertaling van Guido Golüke (Geld, 1986) blijft Amis’ gedreven stijl en bijzondere woordkeus glashelder overeind. En inderdaad, hij laat zijn hoofdpersoon John Self als het zelfdestructieve ik-personage direct praten tegen de lezer (‘Hoe denk je dat ik me voel? O man, soms voel ik me een aangereden kater als ik wakker wordt’…). Het is een gemeenschappelijke reis, waarbij wij soms als voyeur en dan weer als actieve medestander het boek in worden getrokken. John Self is reclameman en vliegt naar New York om een film te maken, gefinancieerd door obscure geldschieters. Self is een opportunist van de eerste orde, geld maken is zijn grootste passie en geld uitgeven aan alcohol en porno zijn favoriete bezigheid. Hij is vrijwel altijd dronken en – zo goed als het gaat – druk bezig om het volgende schip met geld binnen te halen met deze blockbuster speelfilm. In New York wordt hij belaagd door verlopen acteurs en andere duistere types die van alles van hem willen. Hij wacht op de grote doorbraak maar gaat langzaam ten onder in een zelfgecreëerde wereld vol geweld, bedrog, overspel en bedreigingen. 

Opportunistische hoofdpersonen

Amis houdt van opportunistische hoofdpersonen in zijn romans. Die kan hij laten doen wat hij wil én wat ze zelf willen. In zijn debuutroman The Rachel Papers (1973) hoopt de aandoenlijke opportunist Charles Highway vóór zijn twintigste verjaardag met het meisje van zijn dromen in bed te belanden. Hij voert zijn verleidingskunsten systematisch uit, compleet met draaiboeken en uitvoerige computercharts. Een frisse eerste roman waarin Amis zijn pen slijpt om tot zijn kenmerkende, sublieme dialogen te komen. 

Na Money volgen meer romans waarin de hoofdpersonen een buitensporig eigenbelang niet uit de weg gaan. Het is vooral de klungelige en onbehouwen manier waarop dat wordt omgezet in daden. In London Fields (1989) is het kleincrimineel Keith Talent, in The Information (1995) zijn het de getormenteerde schrijvers Gwyn Barry en Richard Tull en in Yellow Dog (2003) de acterende gangsterzoon Xan Meo. Tussen al deze karakteristieke antihelden verschijnt in 1991 de roman Time’s Arrow. Hierin slaat Amis een compleet andere weg in. Hij schrijft het verhaal van nazi-dokter Odilio Unverdorben (Amis is een meester in het bedenken van namen) in vernietigingskamp Auschwitz. Niet in de gebruikelijke chronologische volgorde maar in volledig omgekeerde vorm.

Het boek begint met de ouderdom en dood van de hoofdpersoon en loopt vervolgens door naar diens geboorte. Alle gebeurtenissen en zelfs de dialogen worden achterstevoren verteld door een fictieve verteller die ook als geweten kan worden gezien. Gevangenschap gaat over in vrijheid, de dood evolueert in nieuw leven, het absolute kwaad leidt tot de onschuld waaruit het is voortgekomen. De verschrikkingen van de concentratiekampen worden nog gruwelijker in deze wonderlijke vorm. Het geheel heeft een huiveringwekkend effect op de lezer.

Drie pijlers van hedendaagse Britse literatuur

Naast vijftien romans publiceert Martin Amis ook een reeks essays en non-fictieboeken. Boeiende uitgaven over Amerika, de Holocaust, het Stalin-regime, de 9/11 aanslagen, islam vs. islamisme, enzovoort. Amis heeft altijd een vinger aan de pols gehouden, zowel van de geschiedenis als van de actualiteit. In kranten en andere media is hij regelmatig aanwezig met een uitgesproken mening die vaak tot hevige polemiek leidde.

Eén van de drie pijlers in de hedendaagse Britse literatuur is omgevallen. De twee overgebleven generatiegenoten Ian McEwan en Julian Barnes zetten hun werk nog even voort. Martin Amis nam afscheid op 73-jarige leeftijd. Hij verruilde het tijdelijke voor het eeuwige als schrijver met ‘een verheven stijl over triviale zaken’ en laat een oeuvre na dat op volstrekt eigenzinnige en onnavolgbare wijze tot stand is gekomen.

 

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

26 december 2023

Beste boeken van 2023

26 december 2023

Een oeverloos bestaan

22 december 2023

Zoektocht naar Nataraja

Literair Nederland - 10 jaar geleden

03 januari 2014

De uit de duim gezogen biografie van een charmante fantast De uit de duim gezogen biografie van een charmante fantast
Recensie door Maarten Buser

Twee van de mooiste poëzie-uitgaves van dit jaar, die niet (oorspronkelijk) Nederlands zijn, zijn van de Amerikaanse dichter Charles Simic (1938). Begin dit jaar verscheen New and Selected Poems: 1962-2012, een uitgebreide keuze uit zijn oeuvre. Bovendien verscheen in oktober Aan de wereld komt geen eind, een integrale vertaling van The World Doesn’t End (1989).